Het kamerorkest Champ d'Action bestaat in 1998 tien jaar. Niet onaardig voor een ensemble dat zich exclusief op nieuwe muziek richt, want de meeste soortgenoten is een korter leven beschoren. In 1988 nam componist Serge Verstockt het initiatief om met deze groep te beginnen en zo in Vlaanderen ‘braakliggend’ terrein te betreden. Hij koos als naam een term waarover Umberco Eco zei: ‘Het begrip “champ”, ontleend aan de fysica, impliceert een vernieuwde visie van de klassieke relaties (eenduidig en onomkeerbaar) tussen oorzaak en gevolg’. De groep pakte uit met een geëngageerd programma dat zeer consequent klonk: ‘Champ d'Action opteert resoluut voor hedendaagse muziek, weigert van-
zelfsprekendheid en evidenties, kiest voor permanente confrontatie en voortdurende in-vraag-stelling.’ Van deze stelling is tot nu toe niet afgeweken. De bezetting van het ensemble wisselde vanuit die zin voor consequentie en zo kwamen en gingen ook de dirigenten: Alain Franco, Celso Antunes en Koen Kessels.
De ‘weerbare’ taal van de intentieverklaring was terecht op het einde van de jaren tachtig. De discussie tussen ‘Nieuwe Eenvoud’ en ‘Nieuwe Complexiteit’ (om slechts twee tegenpolen te noemen) was toen volop aan de gang en Champ d'Action koos duidelijk het laatste kamp en dat van het ‘postserialisme’, zonder echter ‘historische voorbeelden’ als John Cage te vergeten. Op het repertoire stond werk van componisten als Boulez, Dillon, Donatoni, Ferneyhough, Finissy, Harvey, Holliger, Murail en Xenakis. Bijzondere aandacht kregen de Finse componisten Magnus Lindberg en Kaija Saariaho. Samen met Vlamingen als Luc Brewaeys, Fréderic D'Haene, Geert Logghe en natuurlijk Serge Verstockt zelf, kregen zij van Champ d'Action compositieopdrachten. Vooral het werk van Karel Goeyvaerts kreeg veel aandacht. Een plan om zijn werk integraal op cd op te nemen is voorlopig niet haalbaar, maar vergeten wordt het niet.
Verstockt heeft altijd veel aandacht gehad voor de inbreng van de computer en elektronica in de muziek. Zelf werkt hij met de computer als componeerhulp. Ook bij de instrumentisten zelf groeide deze belangstelling, tot op een dag de opmerking kwam dat het geen zin heeft hard te repeteren aan een stuk om pas een paar dagen voor de uitvoering, de ‘live electronics’ erbij te horen. De muzikanten wilden een hechter contact met hun al te ‘anonieme’ elektronische medespeler, zodat ze meer en beter met die elektronica konden ‘samenwerken’ en ‘samen-interpreteren’. Champ d'Action is nu aan de uitbouw bezig van een permanente elektronische studio, zodat de discussie over de interpretatie van elektro-akoestische componisten en het instuderen van hun werk volledig uitgediept kan worden.
Nagenoeg tien jaar lang heeft Serge Verstockt zich ingezet om het ensemble artistiek te dragen en te leiden. Korte tijd geleden besliste hij om zich meer op het componeren te concentreren en hij trok zich terug in de ‘denktank’ van Champ d'Action. Deze denk-

Koen Kessels, artistiek directeur en dirigent van Champ d'Action.
tank bestaat uit enkele leden van de groep en kenners van nieuwe muziek en doet suggesties in verband met de programmering. In Koen Kessels vond Serge Verstockt een opvolger. Hierdoor heeft Champ d'Action voor het eerst een artistiek directeur die tegelijk dirigent van de groep is. Kessels beschouwt zich niet zozeer als een exclusief specialist van nieuwe muziek. Hij vond zijn weg in de operawereld, speelde piano en bekijkt de recente muziek dan ook vanuit zijn eigen invalshoek. Fundamenteel blijft het beleid van het ensemble onaangetast en integriteit staat nog altijd hoog in het vaandel. Zo is de huidige ‘composer in residence’ Richard Barrett, die in de Engelse ‘New Complexity’ thuishoort. Maar Kessels opteert toch voor een bredere kijk en wil zijn ensemble ook richten naar de theaterwereld. Op het eerste gezicht is dat bizar, maar tegelijk inspirerend. Wat te denken van het plan om theatermaker Jan Fabre te confronteren met de fragiele muziek van Kaija Saariaho? Champ d'Action wil zich in de bufferzone opstellen. Kessels mikt ook op de wereld van het muziektheater. Hij wil Kagels Match brengen en Der mündliche Verrat. Hij wil iets doen met Muziek Lod. Een andere verbreding van Champ d'Action is het opsplitsen van het ensemble in deelgroepen, die elk een eigen programma gaan uitwerken. Champ d'Action ziet het ook als taak om ‘klassiekers’ uit de hedendaagse muziek naar voren te brengen. Voor
jongere mensen blijkt namelijk dat zij de muziek uit de jaren vijftig en zestig bijna uitsluitend op cd kunnen horen, omdat vooral deze muziek zelden op het programma staat. Niets gaat boven het ‘live’ meemaken van een uitvoering van een stuk als Mikrophonie I van Stockhausen, waarbij het zien van de uitvoerders in hun aftastend verkennen van de grote tamtam essentieel is.
Vlaamse muziek zal onder deze nieuwe initiatieven niet lijden. Kessels benadrukt dat hij ook in de toekomst compositieopdrachten zal blijven geven aan Vlaamse componisten en dat hij eveneens de jongere componisten hierin wil betrekken. Uiteindelijk is de ‘Brewaeys-generatie’ zo ongeveer veertig en staat een groep jongere componisten te popelen om kansen te krijgen. Kessels verwacht echter van deze jongeren meer lef. Hij vindt ze te braaf en te weinig ondernemend. Ze tonen zichzelf onvoldoende aan de muzikale wereld, die natuurlijk buiten ‘klein’ Vlaanderen ligt. Met Champ d'Action wil hij dan ook investeren in Luc van Hoves project: ‘de Ronde van Vlaanderen’. Dit initiatief bestaat uit een jaarlijkse bijeenkomst waarop gevorderde studenten van verschillende Vlaamse Muziekhogescholen met elkaar geconfronteerd worden. Een bijzonder goede uitvoering kan hun werk en het initiatief enkel ten goede komen. Zo wil men het talent van deze jonge musici zo snel mogelijk tot uiting laten komen.
Champ d'Action was in de herfst van 1997 in Japan en gaat binnenkort in Portugal op tournee.
Nieuwe cd-opnames zijn volop in voorbereiding en het kamerorkest kreeg al enkele jaren geleden de titel ‘Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen’. Het is duidelijk dat het ensemble zich retrospectief (binnen de hedendaagse muziek) en prospectief opstelt en dat het als groep een grote mobiliteit op een breder werkterrein nastreeft. Dit zijn interessante opties voor de toekomst.
Yves Knockaert