Pascal Lefèvre
werd geboren in 1963 in Tienen. Studeerde communicatiewetenschappen aan de K.U. Leuven. Naast bijdragen over strips in binnen- en buitenlandse tijdschriften, publiceerde hij samen met Jan Baetens ‘Strips anders lezen’ (1993) en samen met Yves Kerremans ‘50 jaar Nero, kroniek van een dagbladverschijnsel’ (1997).
Adres: Eikkapellaan 19,
B-3400 Landen
Op weinig plaatsen ter wereld is de strip zo verweven met het alledaagse leven als in Vlaanderen. Dag- en weekbladen publiceren onafgebroken nieuwe afleveringen van stripreeksen en er verschijnen ook gespecialiseerde stripbladen. Zowel in grootwarenhuizen als in het kleinste krantenwinkeltje liggen stapels nieuwe albums. Reclamejongens en voorlichters laten stripfiguren in hun campagnes opdraven. Sommige stripverhalen worden geadapteerd voor animatiefilm, toneel of musical. Voor de liefhebbers zijn er beurzen, festivals, tentoonstellingen, speciale uitgaven enzovoort. Het zijn vooral de jongeren die strips verslinden. Het grootste deel van de productie is trouwens op hun maat gesneden.
Terwijl andere domeinen van de populaire cultuur in Vlaanderen sterk veramerikaniseerd zijn, zoals de popmuziek en de film, speelt de buitenlandse strip hier een derderangsrol. Maar hoe populair de eigen stripproductie ook is binnen de Vlaamse grenzen, in het buitenland of in Franstalig België vindt ze maar met moeite afzet. Sommigen wijten dat aan het Vlaamse karakter van die strips, anderen wijzen beschuldigend op de koudwatervrees van de Vlaamse stripuitgeverijen. We moeten er echter rekening mee houden dat onze populairste series in dag- en weekbladen voorgepubliceerd worden (op de invloed van de publicatievorm ga ik straks dieper in). Op enkele Amerikaanse krantenstrips (Peanuts, Hagar, Garfield, Calvin and Hobbes), na, slaagt maar zelden een buitenlandse krantenstrip erin om over de eigen grenzen als albumreeks verkocht te worden. Wat er ook van aan is, een strip die werkelijk wereldwijd verkoopt, is Lucky Luke. Maar deze humoristische westernserie wordt gewoonlijk als een Franstalige strip beschouwd, omdat de meeste scenario's door Franstalige scenaristen zijn geschreven en omdat de tekenaar, Morris, al een halve eeuw in het Franstalige uitgeversbedrijf zit. Deze in

1. Een heterogene stripfamilie (Uit Sleen & Stallaert, Nero, nr. 132, ‘IJskoud Geblaas’, Standaard Uitgeverij, 1995).
Kortrijk geboren auteur vermoedt dat het succes te maken heeft met het internationale karakter van zijn strip. Maar misschien is het geen toeval dat juist een Vlaming een komische western maakt en de clichés van het genre parodieert. Dat relativerende is immers kenmerkend voor de generatie van Vlaamse stripmakers die na de Tweede Wereldoorlog begonnen.

Gemakshalve beschouw ik hier elke auteur als Vlaams als hij of zij in de Vlaamse cultuur is opgegroeid. Het is een arbitrair criterium dat geen rekening houdt met een aantal andere criteria, zoals het feit dat sommige auteurs ondertussen al jaren in het buitenland wonen (b.v. Vance, Griffo en Legendre).
Bovendien worden heel wat strips gemaakt door mensen vanuit verschillende taal- en cultuurgebieden: zo tekenen heel wat Vlamingen scenario's van Franstalige Brusselaars of Walen: Vance & Van Hamme, Griffo & Dufaux, Jean-Pol & Cauvin, Johan de Moor & Stephen Desberg. Zij werken dan ook voor Franstalige uitgeverijen en hun strips (XII, Giacomo C., Sammy, Kobe de Koe) worden wel internationaal verkocht. Ook reeksen als Tom Carbon, Cowboy Henk, Suske en Wiske,(1) of het werk van Marvano zijn in het buitenland niet onbekend.
In Vlaanderen is het uitgeversbedrijf, ook wat strips aangaat, grotendeels in Nederlandse handen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de grootste producent van Vlaamse strips, Standaard Uitgeverij. Zij heeft de laatste vijftien jaar haar

3. De stripjeugd van tegenwoordig (Uit Legendre, ‘De draagbare Biebel’, nr. 2, ‘Op het goede spoor’, Standaard Uitgeverij, 1995, p. 15).
fonds uitgebreid met veel werk van buiten de Vandersteen-studio: ze nam verschillende populaire reeksen over van krantenuitgevers en na het verdwijnen van het stripblad Kuifje lanceerde ze het Suske en Wiske-weekblad, waardoor onder andere jong talent zoals een Steven Dupré (Sarah en Robin), de kans krijgt om zich te ontwikkelen.
Ieder jaar verschijnen zo'n vijfhonderd strips in het Nederlands, meer dan de helft daarvan zijn vertalingen (vooral uit het Frans) maar er worden meer Vlaamse stripalbums verkocht. De topdrie van de best verkopende strips in Vlaanderen ziet er ongeveer als volgt uit: Suske en Wiske, Jommeke, Kiekeboe.

4. Nonsenshumor in de traditie van Kamagurka (Uit Fritz van den Heuvel, ‘De vermaledijde daders’, De Schaar, 1994, p. 15).
Zij zitten alle rond de honderdduizend exemplaren voor een eerste oplage. Het zijn allemaal series die zonder onderbreking in dagbladen worden voorgepubliceerd en waarvan jaarlijks minstens vier nieuwe albums op de markt komen. De albums verschijnen allemaal in vierkleurendruk en hebben een slappe kaft. Nu is de gemiddelde kostprijs van dergelijke albums ongeveer 140 frank, wat aanzienlijk goedkoper is dan de Franse of Duitse uitgaven met harde kaft. Dertig jaar geleden waren de meeste Vlaamse stripalbums spotgoedkoop, omdat vierkleurendruk uitzonderlijk was en lichtbruin papier werd gebruikt. Als er nu nog strips in zwart-wit verschijnen, dan is dat meestal uit economische overwegingen (bv. bij een kleine oplage) en minder een esthetische keuze. Elders ter wereld worden prachtige dingen gedaan met louter zwart en wit: Breccia, Baudoin, Crumb om er maar enkelen te vermelden. Hier zijn het alleen de afgestudeerden van kunstacademies die nog in zwart-wit experimenteren in Small press-publicaties (bv. Bill, Verdomd goed tijdschrift, Fin de Semaine, Beeldstorm...).
De manier waarop een strip wordt gepubliceerd, lijkt los te staan van zijn creatie, maar niets is minder waar.
Allereerst staan stripmakers die dagelijks aan een krant twee stroken moeten afleveren, jaar in jaar uit behoorlijk onder druk. Strips die in zulke omstandigheden worden gecreëerd, zijn dan ook letterlijk en figuurlijk serie-

5. Humoristisch en gevoelig verslag van de puberteitsjaren (Uit Tom Bouden, ‘Max en Sven’, Nouga, 1994, p. 6).
producten; zij worden trouwens door een kleine groep van mensen in een vaste werkverdeling gemaakt.(2)
Voorpublicatie in een krant heeft ook zijn weerslag op de vorm en inhoud van de strip. De auteurs dienen er steeds rekening mee te houden dat elke pagina doormidden moet worden gesneden. Daarom wordt één plaat meestal in vier stroken van plaatjes opgedeeld. Dat heeft eveneens implicaties voor de decoupage van het verhaal: elke aflevering in de krant moet liefst met een element van spanning afronden.
One-shots, albums die geen deel uitmaken van een serie en op zichzelf staan, hebben een andere structuur dan albums uit een langlopende reeks.
One-shots zijn typisch voor de volwassen auteursstrip, waarbij de naam van de auteur een belangrijker verkoopsargument is dan de naam van het titelpersonage. Zulke auteursstrips zijn vrij zeldzaam in de Vlaamse strip.
Elke poging om duidelijk afgebakende genres te definiëren, is bij voorbaat gedoemd om onrechtvaardige veralgemening te maken. Toch zal ik proberen om enkele krachtlijnen te distilleren uit de veelheid van Vlaamse strips. In dit korte bestek is het onmogelijk om ieder werk of zelfs iedere auteur afzonderlijk te vermelden, laat staan te bespreken.
Bijna altijd worden Vlaamse strips tegenwoordig gemaakt op basis van een ‘origineel’ scenario. Zelden baseert men zich op een reeds bestaand verhaal: in de eerste Samson & Gert-strips ging men uit van tv-scenario's en Marvano waagt zich al eens aan een romanadaptatie (o.a. de SF-roman De Eeuwige Oorlog van de Amerikaan Joe Haldeman). Striptekenaars schrijven hun scenario's gewoonlijk zelf of doen beroep op een vaste (strip)scenarist; alleen bij

6. Grappige strips met autobiografische inslag in een naïef aandoende stijl (Uit Bart Schoofs, in ‘Formaline’, BAS, 1995, p. 58).
uitzondering wordt iemand van buiten het vakgebied aangetrokken. Voor Les Cuisiniers Dangereux deed Eric Joris een beroep op een aantal Vlaamse schrijvers en filmers.
De meeste Vlaamse strips zijn zo gemaakt dat ze toegankelijk zijn voor kinderen: eenvoudige chronologische verhaalstructuren, duidelijke en verzorgde tekenstijl, correcte taal, als er humor is moet die vrij expliciet zijn; kortom zeer leesbare en volkse strips.
Hoe divers de Vlaamse strip tegenwoordig ook is, een aantal genres komt hier weinig of niet voor, onder meer de gewelddadige superheldenstrip, de erotische of de pornostrip, de documentaire strip, de (auto)biografie, de experimentele strip en de religieuze strip.
Wel populair zijn genres zoals de familiestrip, de humorstrip, de BV-strip, de avonturenstrip. Vaak lopen deze genres door elkaar, want de Vlaamse familiestrip vermengt meestal humor met avontuurlijke elementen; dit laatste vind je bijvoorbeeld minder in de Amerikaanse familiestrip.
De Vlaamse stripfamilie is gewoonlijk erg bont van samenstelling, zowel qua leeftijd als qua uiterlijk en karakter (zie illustratie 1). Het zijn volksfiguren en geen echte helden als Kuifje of Tarzan. De onderwerpen van de familiestrip zijn om commerciële redenen nogal braaf en hun humor is vrij mild, hoogstens wordt wat zachte kritiek gespuid, maar hij sluit naadloos aan bij de mening van de meerderheid. De humor van de Vlaamse familiestrip verschilt bijvoorbeeld
van Nederlandse tegenhangers, zowel van de erg subtiele humor van Jan Jansen de kinderen als van de taboedoorbrekende humor van De familie Doorzon.
Uiteraard is de aseksuele wereld van veel klassieke Vlaamse familiestrips een dankbaar onderwerp voor pornoversies of voor leuke parodieën (Boudens De Ware Wereld, De puberteit van Suster en Wiebke).
Ook de Urbanus-strip laat zich weinig gelegen liggen aan al die burgerlijke fatsoensnormen. Eigenlijk is hij een hedendaagse versie van de spontane, volkse strips die Vandersteen, Sleen of Pom veertig jaar geleden maakten. De

7. Sprankelende humor in een vrolijke verpakking (Uit Johan de Moor & Stephen Desberg, ‘Koe de Koe’, nr. 1, ‘Een streek onder water’, Casterman, 1995, p. 6).
maatschappij is intussen wel grondig veranderd, vandaar dat Linthout en Urbanus (zie illustratie 2) een heel eind verder kunnen gaan: hoe smerig het er soms ook aan toegaat, het wordt allemaal op een vrolijke en haast onschuldige manier verteld. Linthouts tekenstijl is ontwapenend naïef en kinderlijk. Bijvoorbeeld in Vaarwel, Eufrazie wordt de moeder van Urbanus gespietst op een kerktoren en nadien worden stukken van haar lichaam bij andere patiënten in het ziekenhuis ingeplant. In de nietsontziende humor wordt ook maatschappelijke kritiek vermengd. Als in de Urbanus-strip een bejaardentehuis ‘Opgeruimd staat netjes’ heet, dan getuigt dat van het cynisme van onze hedendaagse samenleving.
Een ander wijdverbreid genre is de kwajongensstrip over kinderen die kattenkwaad uithalen. De Amerikaanse Katzenjammer Kids van 1897 waren in navolging van de Duitse Max und Moritz losgeslagen anarchistische rebellen. De Vlaamse stripkinderen van na de oorlog waren daarentegen ‘lustige kapoentjes’ die nogal onschuldige grappen uithaalden met de champetter.

8. In de traditie van Hergés vertelen tekenstijl maar met hedendaagse thematieken zoals racisme (Uit Dirk Stallaert & Hec Leemans, ‘Nino’, nr. 3, ‘De grote draak’, Le Lombard, 1995, voorplaat).
Tegenwoordig zijn ze een stuk mondiger en franker geworden, denk maar aan Legendres Biebel en Kas (zie illustratie 3).
De humor in de Vlaamse strip is in de loop van de jaren flink geëvolueerd, maar blijft nog steeds minder divers dan bijvoorbeeld in de Franse of de Amerikaanse.
Nonsensicale en absurdistische humor is een sterke stroming in de Vlaamse strip: Kamagurka, Herr Seele, Fritz van den Heuvel (zie illustratie 4) en Cromheecke en Letzer.
Interessante nieuwe thema's in de Vlaamse humorstrip komen veelal van jonge stripauteurs, omdat ze over hun eigen leven en generatie schrijven: Tom Bouden over jonge homo's (zie illustratie 5), Jinx over de rockcultuur en Bart Schoofs over zijn eigen leven (zie illustratie 6). Zij sluiten aan bij de Noord-Amerikaanse alternatieve strip waar de autobiografie een belangrijke stroming is.
Maatschappelijke satire, het basisgenre van de 19de-eeuwse Europese strip, komt nog maar weinig voor. In Kobe de Koe (zie illustratie 7) zit die satire onder een guitige en speelse vorm verborgen. Kobe ziet er immers uit als een gewone koe, maar soms trekt ze als geheim agent de wijde en wrede wereld in. Deze serie van Johan de Moor en Stephen Desberg verschijnt sinds 1992 in het Franstalige stripmaandblad (A SUIVRE) en wordt nu door Johan Anthierens op een succulente manier vertaald.

Een aparte richting binnen de humorstrip zijn strips rond bekende TV-gezichten, de zogenaamde BV's. Een hele reeks Bekende Vlamingen stortte zich in de jaren negentig op de strip: komieken, popzangers, politici, seks-symbolen, kinderidolen. De overgrote meerderheid van deze merchandisingstrips zijn ondermaats en eendagsvliegen. Zo werden van de eerste Van Rossem-strip maar liefst 60.000 exemplaren verkocht. Echter alleen Urbanus en Samson & Gert wisten op langere termijn een groot publiek aan te spreken. In het hilarische De geverniste vernepelingskes nemen Bosschaert en Urbanus bijna alle BV's op de korrel.
Terwijl de actie uit de Japanse manga(3) knalt, gaat het er in de Vlaamse strip nog behoorlijk rustig aan toe. Pure actiestrips met geweld om het geweld worden in Vlaanderen zelden gemaakt. Hier gebruikt men de actie meestal in het kader van een thriller of een misdaadverhaal. XIII van Vance en Van Hamme is een knap getekende, spannende macho-avonturenreeks met verwijzingen naar de recente Amerikaanse geschiedenis (moord op Kennedy, Irangate...).
Het overgrote deel van de Vlaamse strips speelt zich in onze huidige tijd af, maar er zijn ook strips die gesitueerd zijn in het verleden of in de toekomst.
Met de teletijdmachine van professor Barabas worden Suske en Wiske geregeld naar verschillende episodes uit het verleden geflitst en de Rode Ridder draaft - zonder teletijdmachine! - door de hele Middeleeuwen heen. Gewoon-
lijk echter interesseert de Vlaamse strip zich maar voor een beperkt aantal periodes uit de geschiedenis en voor specifieke plaatsen: de Europese Middeleeuwen (Kroniek der Guldensporenslag), het Venetië van de 17 de eeuw (Giacomo C.), de achttiende eeuw (Bakelandt, De pioniers van de nieuwe wereld), het cowboytijdperk (Lucky Luke), het interbellum in de VS (Nino, zie illustratie 8) en de Tweede Wereldoorlog in Europa (De zeven Dwergen). De verhalen zijn altijd fictief maar gebruiken historische elementen. Qua beeldtaal is bijvoorbeeld De zeven Dwergen (zie illustratie 9) van Marvano interessant, omdat hij zijn plaatindelingen met veel gevoel voor ritme componeert. Zorgvuldig gekozen kadrering maakt het tot een aantrekkelijk leesspektakel.
Meer fantastische genres, zoals SF, heroïc of ‘sword and sorcery’, komen minder voor maar spelen wel een grote rol in De Rode Ridder. In het album De Graalkoning gaat de zuivere ridder op zoek naar de Graal en moet hij het opnemen tegen het Kwaad, verpersoonlijkt in de figuur van de sexy Galaxia. Geen enkele scène speelt zich nog af bij normaal daglicht. De kitscherige, flamboyante kleurgloed houdt geen rekening met contourlijnen of de korrelige structuren van de fotokopieën, die Biddeloo opvallend verwerkt. Anita Schauwvlieghes psychedelische kleurpalet ondersteunt het barokke karakter van deze strip.
Vrouwen werken trouwens meestal als inkleurster of letteraarster in de Vlaamse strip. Erika Raven en Ilah zijn enkele van de schaarse striptekenaressen, maar evenals de meerderheid van hun mannelijke collega's kunnen zij van hun stripwerk alleen niet leven. De meeste striptekenaars (onder wie rastalenten als Jan Bosschaert) werken immers ook als illustrator of reclametekenaar. Stripauteurs moeten over het algemeen behoorlijk hard zwoegen en zij worden er niet rijkelijk voor betaald. Stripauteurs maken dan ook strips omdat ze het graag doen.
De meeste Vlaamse stripmakers beweren pretentieloos amusement na te streven. Gezien de hoge oplages van hun albums slagen een aantal daar ontegensprekelijk in. Daarnaast heeft de populaire cultuur een aanzienlijke economische waarde, niet alleen qua omzet maar ook qua werkgelegenheid.
De medaille heeft echter ook een keerzijde. Zo is het bijzonder jammer dat wij hier geen auteurs hebben die strips maken voor volwassenen op het niveau van een Spiegelman of een Breccia. Vlaamse uitgevers zijn daar allerminst in geïnteresseerd, aangezien op die beperkte markt geen (grote) winst te maken is. Op veel media-aandacht of steun van staatswege hoeven dergelijke integere stripauteurs niet te rekenen. Voor hen bestaan er geen schrijversbeurzen of grote financiële prijzen.
De Vlaamse strip zit in een vicieuze commerciële cirkel gevangen, maar
dat belet niet dat miljoenen lezers zich kostelijk amuseren met Suske en Wiske, Jommeke of Kiekeboe.
Naam of pseudoniem van tekenaar (geboortedatum) en van scenarist (geboortedatum), titel van de reeks of album, uitgeverijen, eerste Nederlandstalige albumpublicatie.
Langlopende reeksen: |
|
| berck (º1929), jean-pol (º1943) en cauvin (º1938), Sammy, Dupuis, sinds 1972. | |
| biddeloo, karel (º1943), De Rode Ridder, Standaard, sinds 1959. | |
| bosschaert, jan (º1957) en legendre (º1943), Sam, Standaard, sinds 1990. | |
| de moor, johan (º1953) en desberg, stephen (º1954), Kobe, de koe, Casterman, sinds 1987. | |
| ersel (º1963) en charles jean-françois (º1952), De pioniers van de nieuwe wereld, Génant, sinds 1994. | |
| griffo (º1949) en dufaux, jean (º1949), Giacomo C., Oranje, sinds 1990. | |
| herr sele (º1959) en kamagurka (º1956), Cowboy Henk, De Harmonie-Loempia, Standaard, sinds 1982. | |
| jean-pol (º1943), swerts, verbiest, verhulst en bourlon, Gert & Samson, BMC, sinds 1993. | |
| kamagurka (º1956), diverse titels, Kritak, De Harmonie-Loempia, Standaard, sinds 1974. | |
| leemans, hec (º1950), Bakelandt, Hoste, Standaard, sinds 1978. | |
| leemans, hec (º1950), F.C. De Kampioenen, Standaard, sinds 1997. | |
| legendre, marc (º1956), (De Draagbare) Biebel, Standaard, sinds 1985. | |
| linthout, willy (º1953) en urbanus, Urbanus, Loempia, sinds 1983. | |
| morris (º1923), Lucky Luke, Dupuis, Dargaud, Lucky Productions, sinds 1949. | |
| pom (º1919), Piet Pienter en Bert Bibber, De Vlijt, Standaard, sinds 1955. | |
| merho (º1945), Kiekeboe, Hoste, Standaard, sinds 1978. | |
| nys (º1927), Jommeke, Het Volk, sinds 1959. | |
| men (º1922) en stallaert, dirk (º1959), Nero, Het Volk, Standaard, sinds 1948. | |
| vance (º1935) en van hamme (º1939), XIII, Dargaud, sinds 1948. | |
| vandersteen, willy (1913-1990), geerts, paul, Suske en Wiske, Standaard, sinds 1946. | |
One shots, afzonderlijke albums en korte reeksen: |
|
| bosschaert, jan (º1957), en urbanus, De geverniste vernepelingskes, Standaard, sinds 1997. | |
| bouden, tom (º1971), Max en Sven en De Ware Wereld, De puberteit van Suster en Wiebke, Nouga, 1994. | |
| cromheecke, luc (º1961) en letzer, laurent (º1962), Tom Carbon (4 albums), Dupuis, sinds 1987. | |
| griffo (º1949) en dufaux, jean (º1949), Mr. Black (2 albums), Dupuis, 1994-1995. | |
| jinx (º1971), De trip naar Roskilde, De trip naar Berlijn (met CD), Wonderland, 1995-1996. | |
| joris, Eric (º1955), Les cuisiniers dangereux, Roularta, 1997. | |
| marvano (º1953) en Haldeman, Dallas Barr, Dupuis, sinds 1996. | |
| marvano (º1953), De zeven dwergen, Dupuis, 1993. | |
| pirana (º1947), Livingsteen, De Schaar, 1994. | |
| raven, erika (º1963), Ripley, Tistjen Dop, De Gallier, Studio Raven, 1995. | |
| stallaert, dirk (º1959) en leemans, hec (º1950), Nino (3 albums), Le Lombard, sinds 1990. | |
| van den heuvel, fritz (º1964), De vermaledijde daders, De Schaar, 1993. | |
| verhaeghe, christian (º1966) en matton, ronny (º1960), Kroniek der Guldensporenslag (4 delen), Talent, 1994-1996. | |
Bundels met alternatief werk van jonge Vlaamse tekenaars: |
|
| Beeldenstorm, sinds 1987. | |
| BILL (1993, 1994, 1995, 1996), Bill Productions. | |
| Formaline (1995), BAS. | |
| Fin de Semaine (1997), Grint. | |
| Old Cake Comics, Comics by Women (1997), Oog & Blik. | |
| Verdomd goed tijdschrift, sinds 1996. | |