Ons Erfdeel. Jaargang 41


auteur: [tijdschrift] Ons Erfdeel


bron: Ons Erfdeel. Jaargang 41. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonkveer 1998


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 613]

Publicaties

Extreem-rechts in Nederland

Toen eind 1982 68.000 Nederlanders hun stem uitbrachten op de Centrumpartij en het rechts-extremisme voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog een vertegenwoordiger kreeg in het Nederlandse parlement (Hans Janmaat), ging er een schok van ongeloof en afkeer door het land. Sedertdien heeft de Centrumstroming pieken en dalen gekend, maar ze heeft wel standgehouden. Met een hoogtepunt in 1994: liefst 78 zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen en drie in de Tweede Kamer. Maar ook nu, in 1998, volgt een diep dal: één zetel bij de gemeenteraadsverkiezingen, geen enkele in het parlement.

Het boek Extreem-rechts in Nederland bundelt voor het eerst de wetenschappelijke kennis van en inzicht in het Nederlandse rechtsextremisme. De auteurs, voornamelijk sociologen en politicologen, bekijken ook de beeldvorming door de media en stellen het bij de publieke opinie gevestigde beeld op de proef. Verschillende vooroordelen, simplificaties en clichés worden bijgesteld.

De voorgeschiedenis van de Centrumstroming wordt geschetst, te beginnen met de in 1971 opgerichte Nederlandse Volks-Unie, met z'n sterk op het Vlaamse voorbeeld geïnspireerde volksnationalisme; dan de opkomst en ondergang van de Centrumpartij die zich in naam distantieerde van extreem-rechts; vervolgens de nieuwe cyclus van groei en verval, ingezet door de Centrumpartij '86, en tot slot de relatief succesrijke Centrumdemocraten van Janmaat.

Het extreem-rechtse gedachtegoed en zijn evolutie worden geanalyseerd. Doorgaans wordt de Centrumstroming gereduceerd tot één xenofoob of racistisch punt: buitenlanders buiten. Aldus wordt het ‘foute’, fascistoïde karakter van de beweging dik in de verf gezet. Maar daardoor verdwijnen andere belangrijke kenmerken uit het zicht: het volksnationalisme, de anti-democratische opvattingen en het streven naar een sterke staat. De verschillende aspecten van de partijprogramma's worden belicht: staatkunde, sociaal-economie, defensie, ontwikkelingssamenwerking, onderwijs en cultuur, misdaad en milieu. Opvallend zijn de nadruk op remigratieprojecten (verplichte remigratie van buitenlanders die meer dan zes maanden werkloos zijn), law and order, voor de doodstraf, tegen abortus en euthanasie. Het xenofobe gehalte stijgt geleidelijk in de loop der tijd.

De politieke activiteit van Hans Janmaat, het gezicht van Nederlands extreem-rechts in de voorbije vijftien jaar, wordt doorgelicht. Qua aanwezigheid en activiteit steken extreem-rechtse gemeenteraadsleden gewoonlijk heel wat minder af bij andere politici dan de media doen veronderstellen. Ook hier is men bij de beeldvorming eenzijdig gericht op negatieve uitzonderingen en incidenten die worden veralgemeend. Het gaat hierbij meer om journalistieke impressies dan om systematisch, wetenschappelijk onderzoek.

Het uit eerder onderzoek bekende beeld van de gewone partijleden wordt bevestigd. Mannen zijn sterk oververtegenwoordigd, 55 jaar is de gemiddelde leeftijd, hoogopgeleiden zijn ondervertegenwoordigd. Het electoraat bestaat overwegend uit jongeren, mannen, laagopgeleiden, werklozen, arbeidsongeschikten, en is vooral te vinden in de grote steden in het Westen van het land.

De verschillende wijzen waarop de Centrumstroming werd en wordt bestreden worden geëvalueerd. De gewelddadige aanpak heeft vergaande gevolgen gehad. Extreem-rechtse politieke activiteit schaadt in Nederland iemands carrièremogelijkheden. Extreem-rechtse politici worden met de nek aangekeken door hun collega's en geïsoleerd door cordons sanitaires (een term ontleend aan de bestrijding van besmettelijke ziekten). Veroordelingen wegens rassenhaat en discriminatie zijn niet uitzonderlijk. Deze strategie heeft ervoor gezorgd dat het politieke kader van extreem-rechts, vergeleken met dat van andere politieke partijen, ronduit ondermaats is.

Anders dan in België, Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en Frankrijk bleef extreemrechts in Nederland (en in Groot-Brittannië)

[p. 614]

een marginaal verschijnsel. Sommige auteurs schrijven dat toe aan de negatieve sociale druk. Jurist A.A. de Jonge is van mening dat Nederland politiek en maatschappelijk gewoon fatsoenlijker is dan de omliggende landen. Politicoloog Marco Schikhof merkt terecht op dat outcasting, geweld en stigmatisering, wapens van de willekeur zijn, dat er te weinig stilgestaan wordt bij het ethisch gehalte van deze strategieën. ‘Waarom moesten we fascisme en racisme bestrijden? Omdat fascisme en racisme de gelijkwaardigheid en vrijheid van alle mensen niet respecteren en outcasten, het geweld van de straat gebruiken en stigmatiseren. Antifascisten gebruiken methoden die hen net zo verwerpelijk maken als fascisten, precies omdat ze die methoden gebruiken.’ In deze context is het niet van belang ontbloot dat naast afkeer en angst voor buitenlanders, ook verontwaardiging over de vermeende onbeschofte en ondemocratische manier waarop extreem-rechts wordt behandeld, een belangrijk motief blijkt te zijn voor toetreding tot en kiezen voor deze partijen.

De Vlaamse psycholoog Hans de Witte staat uitvoerig stil bij het verschillend electoraal succes van de Centrumstroming en het Vlaams Blok, dat midden jaren negentig niet minder dan twaalf procent van de Vlaamse kiezers voor zich gewonnen had.

Dat ligt voornamelijk aan ‘een sterkere maatschappelijke inbedding van het radicale Vlaamse nationalisme, gekoppeld aan een (mede daardoor) minder repressieve benadering door de Belgische overheid’. Extreemrechts is al decennialang onderdeel van een nationalistische subcultuur, de Vlaamse Beweging, en is daardoor cultureel sterker gevestigd en organisatorisch beter gestructureerd. In het niet communautair verdeelde Nederland moest de Centrumstroming het zonder een dergelijke subcultuur en voedingsbodem stellen. Vreemd is, dat geen van de auteurs vermeldt dat ook het onverwerkte verleden een rol speelt. Het bij vergelijking ontstellend hoog aantal joden dat gedurende de Tweede Wereldoorlog uit Nederland kon worden weggevoerd naar uitroeiingskampen, drukt nog steeds als een zware last op de Nederlandse politiek en ideologie, en bepaalt ongetwijfeld mede de houding tegenover joden, Israël én extreem-rechtse ideologieën.

Objectiviteit, kritische zin en begrijpelijkheid staan in deze bundel voorop. Het boek is dan ook toegankelijk voor niet-deskundigen, al vergt de dikwijls moeilijke materie natuurlijk enige inspanning.

 

Gie van den Berghe

 

joop van holsteyn en cas mudde (red.), Extreem-rechts in Nederland, Sdu, Den Haag, 1998, 231 p.