Ons Erfdeel. Jaargang 46


auteur: [tijdschrift] Ons Erfdeel


bron: Ons Erfdeel. Jaargang 46. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonksveer 2003


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Het Goeyvaerts Consort en de hedendaagse koormuziek: een verhaal vol passie

Het allereerste concert van het Goeyvaerts Consort op 31 maart 1995 in de begijnhofkerk in Gent was gewijd aan Het passieverhaal volgens Matteüs van de Gentse componist Norbert Rosseau. Daarmee zijn enkele kernbegrippen van dit ensemble genoemd: een koor met vaste stek in Gent, een bijzondere belangstelling voor de muziek van Vlaamse componisten en een niet aflatend engagement voor de hedendaagse koormuziek die met enorm veel passie wordt gebracht.

Het koorleven in Vlaanderen is rijk geschakeerd. Naast de talrijke amateurkoren zijn er ook verschillende professionele vocale ensembles actief. Alom bekend zijn de koren en ensembles gespecialiseerd in oude muziek, vaak volgens de principes van de authentieke uitvoeringspraktijk: Collegium Vocale, Huelgas, Currende, Ex Tempore. Het koor van de Vlaamse Opera en het Vlaams Radiokoor vervullen door aard en context van hun activiteiten een specifieke functie. Door de recente scheiding tussen de openbare omroep VRT en het Vlaams Radiokoor (en -orkest) is het oorspronkelijke profiel van dit ensemble wat vervaagd. Sindsdien heeft dit ensemble zich een plaats veroverd als succesvol concertkoor, met

[p. 436]

een repertoire zonder chronologische of stilistische grenzen. Een professioneel koor dat zich uitsluitend toelegt op de vertolking van hedendaagse koormuziek ontbrak echter in Vlaanderen en het is precies deze lacune die het Goeyvaerts Consort op schitterende wijze heeft opgevuld.

Het ensemble ontleent zijn naam uiteraard aan Karel Goeyvaerts (1923-1993), een componist wiens invloed op de hedendaagse muziek in Vlaanderen en daarbuiten onbetwist is. Niet dat Goeyvaerts zoveel a capella koormuziek geschreven heeft. Hij componeerde slechts één koorwerk, het wondermooie Mon doux pilote s'endort aussi (1975) op tekst van Giorgio de Chirico, naast enkele werken voor koor en instrumentaal ensemble die de basisbezetting en dus de krachten van het Goeyvaerts Consort structureel overstijgen (de cantate voor Goede Vrijdag Improperia, de Mis voor Johannes XXIII, Bélise dans un jardin en de werken die tot de Aquarius-cluster behoren). Veeleer dan de aanduiding van een kernrepertoire houdt de keuze van de naam verband met een voortdurend streven naar vernieuwing en kwaliteit. In de intentieverklaring van de groep luidt dit als volgt: ‘Karel Goeyvaerts staat symbool voor vernieuwing, avontuur, internationalisme, eruditie, spiritualiteit... De wens is niet zozeer alles van hem te brengen, dan wel de “idee” Goeyvaerts in ons op te nemen en uit te dragen.’ Tussen haakjes: er is in navolging daarvan ook een Goeyvaerts Strijktrio, hoewel de componist in kwestie niet één werk schreef voor deze bezetting.

Stichter, artistiek leider en dirigent van het Goeyvaerts Consort is Marc Michael de Smet (o1948), die in de periode 1983-1990 met De Nieuwe Muziekgroep honderden hedendaagse composities voor instrumentaal ensemble had uitgevoerd. Expertise in het dirigeren van (hedendaagse) koormuziek heeft hij opgebouwd via amateurkoren als het Elcerlic-koor, het Brecht/Eisler-koor en De Tweede Adem. In 1991 nodigde ik dit laatste koor uit op het Nieuwe Stemmen festival in Leuven, met werk van Rosseau en Goeyvaerts (Mon doux pilote...). Aan Marc Michael de Smet vertrouwde

illustratie

Het Goeyvaerts Consort met centraal artistiek leider Marc Michael de Smedt.


ik daarnaast een workshop toe voor studenten die voor het eerst met hedendaagse koormuziek in contact zouden komen. Toen reeds bleek zijn begaafdheid om mensen enthousiast te maken voor nieuwe muziek: met de spontane steun van De Tweede Adem groeiden workshop en concert uit tot de hoogtepunten van het festival. In zekere zin is De Tweede Adem zelfs aan een teveel aan passie opgebrand. Het werd tijd voor een professioneel koor, dat de passie voor nieuwe muziek op een meer gestructureerde manier kon preken.

Sinds de oprichting in 1995 heeft het Goeyvaerts Consort een repertoire opgebouwd dat wat buitenlandse componisten betreft grotendeels (o.m. Pärt, Feldman, Schnittke, Theodorakis) en wat Vlaamse componisten betreft integraal uit muziek sinds 1950 bestaat (o.m. Rosseau, Coryn, Posman). Opvallend hierbij is de stilistische verscheidenheid. Het ensemble opteert niet voor één bepaalde strekking uit de hedendaagse muziek maar zingt al wat goed en haalbaar is, of het nu expressionistisch, avantgardistisch of postmodernistisch is, repetitief of meditatief, gebaseerd op religieuze of marxistische teksten. Met koorleden Joachim Brackx en Annelies van Parijs heeft men bovendien twee van de interessantste jonge Vlaamse componisten in huis, die uiteraard reeds voor het Consort schreven. Een ander kenmerk is de belangstelling voor interactie met andere kunstvormen, vooraan literatuur en theater. De medewerking aan hedendaagse muziektheaterproducties lag dan ook voor de hand, met als meest geslaagde voorbeeld de opera Meneer, de zot

[p. 437]

& tkint. In dit werk van Walter Hus op tekst van Jan Decorte wordt naast een Hammond-orgel en een accordeon slechts een twaalfkoppig koor ingezet. Met deze productie die uitgebreid toerde in Vlaanderen en in Duitsland, bewees het Goeyvaerts Consort de vocale kwaliteit in huis te hebben om deze semi-solistische opdracht tot een goed einde te brengen. Het ensemble werkt ook speciale projecten voor kinderen uit. Zo werd het programma ‘Souper pour la musique du roi’ in februari 2003 uitgevoerd in Kortrijk en Leuven in het kader van het Spinrag festival.

Creatief samengestelde concerten die met zorg worden uitgevoerd, af en toe een uit de band springende muziektheaterproductie of een kinderproject, enkele cd-opnames en een bekroning op de kamerkoorwedstrijd van Marktoberdorf (1999): de artistieke balans is meer dan behoorlijk. Toch is er nog wat ruimte voor verdere ontwikkeling. Het Goeyvaerts Consort wordt sinds 1997 onafgebroken gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, voor de periode 2003-2007 zelfs structureel (jaarlijks 120.000 euro). Er is evenwel een discrepantie tussen de ambities van het ensemble en het beperkte culturele budget van de overheid, waardoor het Goeyvaerts Consort zoals alle andere ensembles blijkbaar jarenlang ondergefinancierd moet ploeteren alvorens enigszins comfortabel te kunnen werken. Ook artistiek is er nog een groeimarge. In eigen land staat deze vocale nieuwe muziekgroep als enige in zijn soort op eenzame hoogte, maar in vergelijking met buitenlandse ensembles als het Nederlands Kamerkoor of de Neue Vokalsolisten Stuttgart is zeker nog progressie mogelijk. Om de koorklank continu te kunnen bijschaven zou ook een groter aantal concerten wenselijk zijn, met als bijkomend voordeel een ruimere spreiding in Vlaanderen en in het buitenland. Het potentieel en het engagement voor de hedendaagse muziek zijn zeker aanwezig: als De Smet de passie preekt, is er uitzicht op vele bekeerlingen.

Mark Delaere

Discografie

lucien posman, Some Blake Works, Cyprès, CYP4616, 2002.

norbert rosseau, Het passieverhaal volgens Matteüs en Missa in honorem Spiritus Sancti, Digi Classics, DC97 AMB 08022, 1997.

 

Goeyvaerts Consort, Onderbossenstraat 12, B-9680 Etikhove, tel. +32 (0)55 30 40 26, fax +32 (0)55 30 40 36, goeyvaerts.consort@wanadoo.be, web.wanadoo.be/goeyvaerts-consort