terug  begin  verderprepost

Hoe de Koninck van Vranckrijck ende de Grave sijn Neve ter jacht reden: Ende hoe de Grave, na een wilt Swijn rijdende, verloren wert.
Capittel II.



illustratie

Als de Keyserinne een langhe wijle den Grave wel besien hadde, soo maecte sy met haer konste, dat de Koninck van Vranckrijck des Graven Oom ter jacht wilde rijden, ende seyde tot den Grave: Mijn Neve, ick wilde wel dat wy 't samen ter jacht reden, beliefdent u.

[p. 4]

Ende de Grave antwoorde, dat hyt geerne doen wilde. De Koninck ontboot terstont sijn jaghers met alle sijn honden. De Grave dede enen leyren rock aen met kostelijcke pelterije ghevoedert1, aen sijnen hals eenen schonen yvoren hooren hangende. Aldus reet de Koninck met sijne neve ter jacht ontrent twe mijlen van de wildernisse van Ardennen, daer sy een seer schoon swijn dooden (ende de Keyserinne was altijt in een wolcke boven hunlieden, de jagt aensiende). Als sy dit swijn gedoot hadden, gingen sy onder de boomen int groene sitten eten: Ende alst al geten2 was, wilden de Koninck ende de Grave met hun geselschap wederom na huys keeren. Twelck de Keyserinne siende, was seer droeve om dat haer lief wech rijden wilde, midts den welcken3 sy met haerder tooverijen een wolcke dede nederdalen daer sy waren, soo dat het heele Lant scheen vol nevels te wesen, ende dede met haerder konsten voor den Grave een schoon groot wildt Vercken loopen, het welck hy met grooter begheerten rasschelijcken nae reet tot in de wildernisse van Ardennen. Ende de Koninck van Vranckrijck reet hem na, met luyder stemmen tot hem roepende: Keert weder sonder meer te rijden nae 't Swijn, want ghy meucht verdoolen4 inder wildernissen, ende oock sijn daer veelderhanden felle wilde Beesten die u mochten verslinden. Maer de Grave, mits den donckerheydt des nevels, en wist niet waer dat hy reet weder ter wildernisse waert; in oft uyt5, noch hy en hoorde oock sijnen Oom niet roepen. Ende dit dede Melior de Keyserinne om dat sy hem leyden soude daer sy hem hebben wilde. Nu willen wij swijgen van den Koninck van Vranckrijc, die seer droeve was om den Grave sijnen Neve, niet anders peysende dan dat hem de wilde Beesten verbeten6 hadden.

1met kostbaar bontwerk gevoerd.
2opgegeten.
3weshalve, om welke reden
4verdwalen.
5de wildernis in, of uit
6doodgebeten, verslonden.
prepostterug  begin  verder