terug  begin  verderprepost

Hoe de Grave wederom van Damasco reysde om te hooren de uytsprake vanden steeckspeele, ende van die van Constantinopolen in gehaelt wert.
Capittel XXXIII.

Als de Grave oorlof genomen hadde aende Koninginne Ansies, is hy met Gaudijn sijnen gesellen so haestelijcken over den wech gereyst, dat sy ten eynde van acht dagen quamen ter plaetsen daer hun Tente stondt, dewijle dattet steeckspel duerende was, daer rusten sy hun dien nacht. Des anderen daechs stonden sy wel vroech op, ende als sy ontbeten hadden, vraechde Gaudijn den Grave oftse gewapent te Hove souden rijden? Jae wy antwoorde de Grave. Ende terstont werden sy gewapent, ende saten op hun peerden met de lancie in de hant. Heere, seyde Gaudijn, en draegt den helm op 't hooft niet als gy niet steken en sult. Vriendt, antwoorde de Grave ick en hebbe gheen goude noch sijden kleederen ende tis eerlijcker gewapent te rijden, dan soberlijck gekleet onghewapent. Ende aldus koutende rijdende op een hooch geberchte wertse den Koninck Corsel siende die terstont de Trompetten dede slaen: ende terstont werden sy met veel Edelmans inneghehaelt, ende geleyt inder Keyserinne Palleys,

[p. 60]

daer de Koninghen, Princen, ende groote Heeren waren by den Koninck Corsel ende Koninck Clausa, welcke twee Koninghen der Keyserinne Momboors waren, ende hadden onderlinge grootten twist: Want den Koninck Corsel seyde dat den witten Ridder beter was dan den Soudaen: ende de Koninck Clausa seyde dat de Soudaen beter Ridder was, de witte ridder een onbekent ridder. Doen ginck de Koninck Corsel terstondt totten Grave, dien hy vraegde sijnen naem. Ende de Grave seyde hem wie ende van waer dat hy was. Twelck de Koninck Corsel hoorende, omhelsden1, ende soude hem ghekust hebben en had den helm gedaen2. Van hem liep de Coninc Corsel terstont tot de ander Koninghen, dien hy seyde hoe hy des Konincx van Vranckrijcx Suster sone was, Grave van Bleys, Partinoples geheeten. De Keyserinne horende Partinoples noemen, soude in onmacht gesoncken hebben, had Uracla haer Suster haer gheen kruyt3 inden mont gesteken, mits den welcken sy wederom bequam. De Soudaen ginck vastelijcken wandelen met sijn neghentien Koningen die alle gekleet waren seer rijckelijcken, ende de Grave met sijn geselle gewapent [Diiij], dewijle dat de Koningen te rade waren, die onderlinge twist (t) hadden, want d'een seyde dat de Soudaen Keyser behoorde te sijn, ende d'ander de Grave.

1omhelsde hem.
2als de helm dit niet belet had.
3kruid, plantaardig geneesmiddel.
prepostterug  begin  verder