terug  begin  verderprepost

Hoe de Keyser Partinoples sijnen gheselle doopen dede, ende connestable3 vanden Keyserrijcke maeckte.
Capittel XXXV.

Als alle dingen met blyschappen vergaen waren, gelijck gy gehoort hebt, is Gaudijn met sijn dry knechten voor den Keyser ghekomen, aen hem oorlof begeerende om na sijn lant te reysen, tot den Keyser seggende: Heere, ick bidde uwer genaden, dat uwe Hoocheyt gelieve my oorlof te geven, om met mijn dry knechten na mijn lant te reysen. De Keyser hoorende dat Gaudijn van hem scheyden wilde, was des seer droeve, hem biddende dat hy in sijn Rijck blijven wilde, ende Christen worden, hy soude hem eeren doen. Ende want Gaudijn den Keyser wonderlijcken

[p. 63]

seer beminde, antwoorde hy, dat hy al doen soude dat hem beliefde, ende en begeerde niet dan in sijnder genaden te leven. Van deser antwoorde was de Keyser seer blyde, ende ginck terstondt totter Keyserinne, die hy vertelde de groote dienst en deucht die hem Gaudijn gedaen had, ende hoe hy ter liefden van hem Christen worden wilde. De Keyserinne hoorende dat Gaudijn haren Man den Keyser soo veel diensten ghedaen hadde, ende dat hy Christen worden wilde was seer blyde, begerende sijn [M]eter (u)1 te wesen, ende de Keyser wert sijn Peter2. Aldus wert Gaudijn terstont ter kercken geleyt, daer hy seer eerlijcken ghedoopt wert en Juliaen geheten. Terstont als hy Christen was, maeckte (v) hem de Keyser Connestable des Rijcx ende houlijckte hem seer hooglijcken, hem grote Renten ghevende om by te leven. Van den welcken Juliaen seer blyde was, des Keysers handen ende voeten kussende. De Keyser Partinoples met zijn Keyserinne Melior leefde langhe jaren in groote vrientschap, dickwijls verhalende haer voorgaende liefde, die door so veel troubelen3 noch tot soo een groote ende een onuytspreeckelijcke eere vergadert4 zijn gheworden.

 

FINIS

 

DIT BOECXKEN VAN PARTINOPLES, DIE GRAVE VAN BLEYS IS GEVISITEERT VANDEN EERWEERDIGHEN HEER JAN GOOSSENS, LICENCIAET (w) INDE GODHEYT5, ENDE GEADMITTEERT VISITATEUR VANDE K.M.6 ENDE IS TOEGELATEN TE MOGEN PRINTEN. GEGEVEN TOT BRUSSEL DEN XVI. DACH AUGUSTI ANNO. M.D.L.I.

3oppermaarschalk.
1doopmoeder.
2doopvader.
3moeilijkheden, tegenspoeden.
4verenigd.
5licenciaat (academische titel) in de godgeleerdheid.
6officieel censor van de Keizerlijke Majesteit (= Karel V).
prepostterug  begin  verder