Iedereen overkomt het wel eens. Zonder goed te weten waarom ontbreekt het je plotseling aan inspiratie en je krijgt geen letter meer op papier. En nu overkomt het mij.
Hans Ree - columnist in de NRC - gaat in zo'n geval een blokje om, in de hoop dat hij naast het krijgen van geniale invallen - geheel in de geest van zijn eerste beroep - en passant van zijn portemonnee wordt beroofd. Waarna hij onder het roepen van ‘hoera, ik ben beroofd! ik ben beroofd!’ enthousiast naar huis rent om de gebeurtenis op papier te zetten en opgelucht zijn column bij de krant in te leveren.
Battus omzeilt het mogelijke gebrek aan inspiratie door een probleem te creëren waarmee hij wekelijks zoet is. Zoals wiskundigen hun hele leven lang in een zorgvuldig afgesloten werkelijkheid waarheidjes ontdekken en probleempjes oplossen, zo heeft Battus zich ten doel gesteld de kortste zin te vinden waarin alle 26 letters van het alfabet zijn vertegenwoordigd. Lezers van de Volkskrant leveren structureel de inhoud van zijn columns aan. Zoiets als ‘Xantippe zag Peter Timofeeff en ging ijlings over haar nek’ - maar dan anders. Overigens is Timofeeff niet de kortste familienaam waarin drie effen aanwezig zijn, die eer is aan Pfaff. Mochten er echter lezers van Passionate zijn die nog kortere namen met drie effen dan die van de voormalige Belgische doelwachter in hun adressenbestand hebben opgeslagen, dan kunnen zij zich via het redactieadres bij mij melden.
Van Mart Smeets vraag ik mij altijd weer af waar hij de tijd vandaan haalt om ook nog een column in Rails te schrijven. Als je 's avonds de televisie aanzet [stel dat ik dat spontaan doe, want uiteraard kijk ik alleen wanneer ik een korte wandeling heb gemaakt], vult het hoofd van Smeets je scherm en mocht hij er een avond niet zijn dan verslaat hij waarschijnlijk de volgende dag de wereldkampioenschappen wielrennen in Columbia [Smeets: ‘Wie is dat Jean?’ Nelissen: ‘Dat is Tortelli Carnevelli. Zijn grootmoeder is zijn grootste fan. Hij is geboren in een dorpje op Sicilië, met 2354 inwoners, waaronder 7 pastoors, hij is getrouwd met Laura Alpina -ach, wie zou die heuvel niet willen beklimmen - spaart sigarenbandjes van Finse merken en zijn schoonmoeder weegt 65,3 kilo.’]. Zo'n man besteedt het enige halfuurtje dat hij per maand vrij is aan hef schrijven van een column.
U en ik zouden wellicht iets anders gaan doen: een eindje wandelen over de Binnenweg, verliefd worden - en een biertje met haar drinken - nutteloos uit het raam staren, tulpenbollen planten, de vogels voeren, de dagen tellen, de muren behangen, een vijver graven, een verjaardag vieren en meer van die enerverende zaken die het bestaan zo kleurrijk maken.
Maar Smeets moet hier niets van hebben. Toen wij - ondanks schermutselingen op het Binnenhof - een o.v.-jaarkaart door onze strot geduwd kregen, maakte ik kennis met zijn columns.
Wanneer ik een boek vergeten was, en Sparta in een uithoek van het land moest spelen, doodde ik de verveling met het lezen van Smeets. Waar hij zijn inspiratie vandaan haalde en de columns schreef was spoedig duidelijk. Oeverloos waren de beschrijvingen van het interieur van hotelkamers en het gebrek aan gebeurtenissen in allerlei Amerikaanse plaatsen. Maar van iemand die zich nooit verveelt moet je niet al te veel reflectie verwachten.
Deze korte inventarisatie van inspiratiebronnen zou nooit compleet zijn zonder de nestor onder de columnisten te noemen: Jan Blokker. Het heeft lange tijd geduurd voordat ik in de gaten kreeg dat het hier om een column ging. Ik wist niet beter dan dat de samenvattingen op de pagina Binnenland van de Volkskrant een extra service van de redactie was, totdat Blokker op vakantie naar Griekenland ging en zijn dagelijks leven op Kreta tot uitentreuren ging beschrijven.
Aan azijnpisser Ben de Graaf wil ik hier niet teveel woorden vuil maken. De Graaf haat de wereld en haar mensheid, vooral mensen die in tegenstelling tot hem gelukkig zijn. Hij heeft zich ten doel gesteld met zijn columns een einde aan die onrechtvaardigheid te maken.
De kunst van het schrijven zal hij zich nooit eigen maken, hoe goed hij zaterdags zijn best ook doet. Zijn inleiding is prima, aan de opzet ontbreekt het niet, maar halverwege raakt deze verstokte voetballiefhebber het spoor bijster, verandert hij plotseling van onderwerp, waarna het verhaaltje uiteindelijk als een nachtkaars uitgaat. ‘Over de hele’ lijkt mij dan ook wat te hoog gegrepen en wellicht moet De Graaf het eens met ‘Over de halve’ proberen. Maar aan zijn inspiratie ligt het dus niet.
De meester van het parasiteren is Jan Mulder. Het is soms verbijsterend wat hij op maandagmorgen de lezers voorschotelt. Waar voorgaande columnisten zich gedeeltelijk laten assisteren door de nabije omgeving en Ben de Graaf zelfs wekelijks een poging onderneemt om echt iets te melden, heeft Mulder er een gewoonte van gemaakt tien minuten Studio Sport te citeren. Bovenaan de column staan een paar aanhalingstekens en daarna worden we vergast op dravende paarden, handballende dames of dwergwerpende Australiërs. Dan is het aanhalingstekens sluiten en het feest weer voorbij. Volkomen willekeurig en zonder schaamte.
Ik moet hier niets van hebben. Ik heb zo mijn eigen methode. Vroeger nam ik tegen deze kwaal een pijpje Dommelsch, maar daar ben ik acuut mee gestopt toen ik zag wat voor vreselijke gedichten je daar van gaat schrijven.
Een krant lezen, dat is de enige remedie.
giel van strien