i.s.m.
[p. 36/r]
origineel
Vuurvlinder
Bij ‘Borderline 1984’ van Ansuya Blom
Hier, de wijdheid van een tropisch eiland,
naar binnen gericht, zelfverbrandend
als een heilige in wanhoop. Ik zag
een vogel heel hoog in de lucht,
zijn gezweef beroerde mij het meest.
Hij schoot omlaag, als een pijl van licht,
de rotsen in, waar zangkunst wordt geboren.
Fluiten, overal om hem heen, harpen
wandelen met onschuld. Kinderpijn verdringt
zich in de catacombe ergens in de ruimte.
Een miniscuul diertje, oranje, beweegt zich
tot buiten het zichtbare oppervlak, het
verdwijnt in de bovenmenselijke magie. Er
kwam een doodskopvlinder uit de buik van
een grijze ooievaar. Vanaf nu worden
de grenslijnen aangevallen door bommen
en torpedo's. De vrije sprong vanaf de
dierbare zandberg wordt vernietigd,
men neemt bezit van haar, de zielenrovers.
De steenkoude reuzenbadkuip weert de speelse
dwergen, ontneemt hen de roestige duikboten.
De gedachten vervagen, het gevoel verstomt.
In de blinde muur hakt men het gat,
vermoordt men het kind. Opstand! een
weergalmende schreeuw die aanhoudt,
de zon die de houten beenderen doet
branden. Vlam op! Vlam op! Ze maant
zichzelf tot nieuwe vleugels en in het rood
ontstaat een rood dat zich losmaakt, opricht
tot een vlinder die alles is, meer dan vuur,
meer dan gevoelens en gedachten, ziel die
grenzeloos aanwezig is. Ditmaal onaantastbaar.
joanan rutgers