| ■ Onderwijs is een complot tegen volkswijsheden. |
| ■ Ik heb geen kinderen, maar godzijdank zijn ze allen goed terechtgekomen. |
| ■ Je gevoel is dat deel van je verstand dat je maar geen verstand kunt bijbrengen. |
| ■ Eelt is de koning van de ziel. |
| ■ Drank helpt je het belang van nuchterheid te relativeren. |
| ■ Het gevaarlijkste aspect aan de liefde is dat je erin gaat geloven. |
| ■ Wat ik af en toe in openbare toiletten te zoeken heb, hou ik liever strikt openbaar. |
| ■ Incidentele impotentie is een even niet kunnen dat moet kunnen. |
| ■ God heeft de mens niet verlaten. Hij is slechts even sigaretten halen in een ander heelal. |
| ■ Politiek is stemmingmaken, en dan ontstemd zijn dat anderen hetzelfde doen. |
| ■ Het meest slagvaardige parlement aller tijden vind ik nog steeds Napoleon. |
| ■ Als je verzwijgen leuk vindt en je wilt daarvan je vak maken, moet je ergens voorlichter worden. |
| ■ Een aforisme is de makkelijkste manier om moeilijk te doen. |
| ■ Dialecten zijn talen voor beginners. |
| ■ Zelfmoord is nog maar een fractie van wat ik mezelf soms aan zou willen doen. |
| ■ Cynici peppen zich op door zichzelf even de put in te praten. |
| ■ Een waarheid is kortsluiting in het geruchtencircuit. |
| ■ Een film is al dat gedoe voor en na een bioscooppauze. |
| ■ De eerste Rotterdammer kan nooit een echte zijn geweest. |
| ■ Jongetjes worden groot als je elke dag hun knuffelbeest moet verschonen. |
| ■ Een oceaan is waar een zee te water raakt. |
| ■ Mensen die voortdurend klagen over de zinloosheid van het bestaan, hebben er gewoon de pest over in dat ze er niet in slagen hun zin door te drijven. |
| ■ Wat eeuwig in de mode blijft, is de vergankelijkheid. |
| ■ Dialoog tussen twee ééndagsvliegen: ‘Kwart over twaalf was voor mij een slecht jaar.’ |
| ■ Als ieder mens hetzelfde is, heeft een ieder het recht te spreken namens de massa. |
| ■ Ik ben de massa. |
| ■ Bierbuiken vormen het bewijs dat intellectuele bagage kan gaan schuiven. |
| ■ Een archeoloog die in een steengroeve een paar ijzers hoort piepen, nadert de bronstijd. |