Jeffrey Lee Pierce is dood. De beste blanke country/blueszanger, van de Amerikaanse band The Gun Club, stierf op 31 maart aan een beroerte. Hij verbleef op dat moment in het huis van zijn vader, om bij te komen van een alcoholverslaving. Hij had al jaren niets meer van zich laten horen.
Ik zag The Gun Club op het Metropolis popfestival, zo'n vijf jaar geleden. Ik trof het die dag. De optredens van The Gun Club - toen al in hun nadagen - waren berucht in die tijd. Vaak, zo had ik dikwijls gehoord, gooiden ze er met de pet naar. Een stelletje dronkemannen stond dan wat te brallen op het podium en haakte voortijdig af. Maar op goede dagen waren ze groots. Pierce verdreef dan de demonen in zijn hoofd met zijn furieuze stem en de denderende ‘cowpunk’ van zijn band, zoals dat toen genoemd werd.
Het optreden, herinner ik me, was aan het eind van de dag. De zon verdween achter het Podium Oost, en een stel volhouders en Gun Club fans verzamelden zich op het half leeg geworden grasveld. Jeffrey Lee Pierce, met zijn bolle gezicht en de witte haren die als stro vanonder zijn hoed uitstaken, zong als een bezetene. Of ze ‘My dreams’, het allerbeste Gun Club nummer speelden, weet ik niet meer. Wel weet ik dat ik net L., mijn toenmalige geliefde, gedag gezegd had. Hij had het geprobeerd die dag, maar zijn klassiek geschoolde oren verdroegen de popklanken van het festival niet langer. Het maakte niet uit, L. en ik zouden alles dat ons scheidde uiteindelijk overwinnen. Ik wist het zeker. Ik stond daar naar Pierce te kijken en ik dacht, het komt goed.
Dat moet Jeffrey Lee Pierce ook vaak gedacht hebben in zijn tumultueuze carrière. Gun Club leden vertrokken, de band viel uiteen, Pierce maakte soloplaten, de band kwam weer bijeen, kwijnde weg, en weer wat solowerk volgde. Nooit wist je wat er zou volgen, maar altijd dook Pierce wel weer op en soms met zoveel vuur dat je dacht: eens zal het echt weer goed komen met 'm.
Toch heeft hij een nummer als ‘My dreams’ nooit meer geschreven, en een LP als The Las Vegas Story, waarvan het afkomstig is, heeft The Gun Club niet meer gemaakt. Ik ben geen liefhebber van metaforen, maar deze mag er zijn. Waar anders moet je een conceptplaat situeren over het verval van de Amerikaanse samenleving, dan in Las Vegas waar dromen verkocht worden en vervolgens aan stukken geslagen? Van boven een roulettetafel kijken de bandleden je op de hoes aan, en je weet dat je op een reis wordt meegenomen, van een flonkerende buitenkant naar een duister innerlijk. ‘In the heat of the night I walk with the beast/black against the Nevada sky.’
Dat is allemaal jaren geleden. Drie maanden terug zag ik de nieuwe Scorsese film Casino, over, inderdaad, Las Vegas. Hier is Las Vegas de stad waar in de jaren zeventig nog vrije jongens - zoals
gespeeld daar Robert de Niro en Joe Pesci - hun gang konden gaan. Zij konden als casinobaas en mafiagangster hun zakken vullen in een wereld die nog niet overgeorganiseerd was. ‘Selling dreams for cash,’ was hun devies, en het leek alsof ze de stad regeerden. De Niro loopt in de eerste scène in een knalroze pak het beeld binnen, alsof hij wil zeggen: ik maak hier uit hoe ik erbij loop. Maar de auto die hij instapt ontploft, en hij overleeft met veel geluk de aanslag. De vriendenclub is door hebzucht uiteengevallen, en de ene afrekening volgt op de andere. Vervolgens nemen de grote maatschappijen het over. De droomwereld van Las Vegas is nu nog leger dan ie al was, mijmert de Niro in de slotbeelden. ‘Today it's like Disneyland.’
Ik zag Casino met een vriend, M. Na afloop liepen we, op een doordeweekse nacht, door de stad. In Nighttown hadden we, beduusd van de film, slechts naar de dansvloer gestaard, maar nu begonnen we te praten. M. was degene geweest die ik, zes jaar eerder, als eerste vertelde over mijn ontluikende gevoelens voor L. die ik toen net kende. We haalden die herinnering op. We liepen over de grote, donkere vlakte van het marktplein en we spraken over toen en nu. Ik dacht: dit is er tenminste nog.
Nu is het een paar maanden verder en er is veel veranderd. Jeffrey Lee Pierce is overleden; hij zal nooit meer ‘My dreams’ bezingen, en wat daarmee gebeurt als je ouder en wijzer wordt. Ik zal ook geen Gun Club concerten meer zien, al dan niet met aanhang. Ik ben nog wel een keer naar Casino geweest, ditmaal zonder nachtelijk nagesprek. Inmiddels hebben, door een Austeriaans toeval, L. en M. elkaar ontmoet, en ze schijnen het goed te hebben samen. De dingen grijpen ineen, vaster dan ooit lijkt het wel. Zo doet de tijd dat. En ik word 32 vandaag.
erik brus
[advertentie]