1) Het Cultureel Woordenboek. (Uitgeverij Areopagus, onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, 1992.)
Onder de sectie ‘Wereldliteratuur’ wordt op blz. 187 het volgende epigram afgedrukt:
‘Sir, I admit your general rule
That every poet is a fool:
But you yourself may serve to show it,
That every fool is not a poet.’ (Matthew Prior)
In 1994 belde Jacob Nederlof de uitgever en redactie van dit quasi-geleerde boek op, om netjes en ‘met twee woorden sprekend’ de zeer geleerde dames en heren te vertellen, dat we inderdaad hier met een epigram vandoen hebben, edoch, zeker niet van Matthew Prior, maar wel voor 100% van Alexander Pope.
2) In 1995 komt de Académie Française met de mededeling dat 80% van alle wetenschappelijke rapporten, geproduceerd door Nederlandse universiteiten, onleesbaar zijn en daarbij ook nog bol staan van feitelijke onjuistheden!
In dat zelfde jaar onderschrijft het Wetenschappelijk Bureau van de Verenigde Naties deze stelling.
Met een weinig quasi-waardigheid, een vleugje pseudo-wijsheid en een overdosis nepwetenschappelijke bagage, kom je nergens echt ver. In Nederland beland je zonder
mankeren op een heuse universiteit.
Saillant, maar tevens in-en-in triest, blijft het gegeven, dat een goed gevulde ransel aan academische humbug en genoeg spiekbriefjes in de achterzak, uiteindelijk kan resulteren in het afstuderen aan één van onze o zo befaamde Vaderlandse universiteiten.
De verlichte en geletterde bovenlaag van onze bevolking houdt zich zes jaar schuil en beziet gedurende deze periode de buitenwereld als één ranzige samenzwering, bestaande uit diverse kudden hardlijvige analfabeten en immer grazende intellectuele holbewoners.
Na her-intreding in de samenleving acht de elite zich volkomen bevoegd tot al datgene wat de grote goede God hen ingeeft. Onze sterrenwichelaars zien licht waar duisternis heerst. Zij schaffen zich een Westvlaams polderboerderijtje, of vaal wit gekalkt villaatje aan, om vervolgens het echt grote werk ter hand te nemen.
Er worden beleidsnota's geschreven, wetenschappelijke rapporten bijelkander geharkt, en, erger dan erg: Jut Jul produceren scheetsgewijs meer dan drie zinnen per diarree-aanval en dopen dergelijk ongemak bij de platvloerse stoelgang, zonder blikken of blozen PROEFSCHRIFT!
U roept om de dokter en Norrit, zij roepen DOCTOR en KASSA! Gompie, het is tijd dat er maar weer eens flink gescholden en getierd moet worden, zo kan 't niet langer...
Dat niemand dit luchtballonnen-proza ook maar één blik waardig keurt, weet een ieder, maar nu onze universiteiten ook nog eens beticht worden van het klakkeloos voorverwarmen van afgekeurde balkenbrij - taai als slijm, geurend naar ongewassen oksels en zo bleek als verschraalde kaas - wordt het nu muisstil in een academisch rein verklaarde keuken van geleerd Nederland. Geen bistro ter wereld zet die Hollandse balkenbrij op het menu; bij ons is die drab niet aan te dragen; wij lusten er wel pap van. Maar nu heeft een college van hele hoge en zeer geleerde culinaire professoren - Joop Braakhekke's, maar dan voorzien van I.Q. - bekend gemaakt, dat die balkenbrij uit Rotterdam, Amsterdam, Groningen, Leiden, Tilburg en Twente, helemaal geen balkenbrij is! De Nederlandse universiteiten scheiden wetenschappelijke rapporten af, die buiten dat ze onleesbaar zijn, ook nog eens bol staan van feitelijke onjuistheden.
Stel u voor: de professionele helderheid van kaarslicht wordt gekoppeld aan de taalvaardigheid van Koning Onbenul, en dan nog klopt er niets van.
Ook - en vooral! - de Erasmusuniversiteit is streng op de academische vingertjes getikt. Wat daar uit de studentikoze gaarkeuken ter tafel werd gebracht, bleek veelal rijp voor de klieketon.
Een zogenaamd swingend verenigingsleven dat eerste - en tweedejaars studenten er aldaar op na houden, is geen garantie voor een degelijke wetenschappelijke vorming.
Gomperdegompie.
Hoor professor Gompie toch eens...
In een grijs verleden wees professor Gompie er al op, dat de slechtste balkenbrij eetbaar (niet te vreten, dus) in omloop werd gebracht door een voormalig nonnenklooster uit het zuiden des lands, nu roemloos onder de naam: Katholieke Hogeschool Tilburg.
Dat doet Gompie nooit meer...
Er stond een storende fout in het Cultureel Kookboek, waar Gompie's vrouw, Gympie, geen balkenbrij van kon koken.
Gompie's zoontje, Gummetje, een uiterst irritant overschot van buitenechtelijk geknutsel, maar door-en-door belezen (daar begint altijd het gedonder), schreef een ziedend bescheiden, maar genadeloos gelijkhebbend epistel naar de uitgever van betreffend Cultureel Kookvlugschrift, inhoudende: dat op blz. 187 onder ‘epigram’ K met Peren werd omschreven, terwijl overduidelijk de ingrediënten van balkenbrij werden opgesomd.
Alles bleek terug te voeren op het keuken-geklooi van een gesjeesde koksmaat, verbonden aan de faculteit Literatuur-sociologie te Tilburg.
Per telefoon werd Gompie Co dan ook te verstaan gegeven, dat deze wetenschappelijke medewerker, zich bijzonder diep in zijn academische kruis getast voelde, en o ja, wie wij wel dachten te zijn(!?!)
Hij was druk doende met zijn proefschrift, hij had wel wat anders aan zijn hoofd.
Dit proefschrift van onze literaire baliekluiver zou een tijdsbeeld van de Engelse romantische dichters belichten...
O, zo!
Ter plekke gingen bij alle Gompianen de haartjes op de wervelkolom recht overeind staan, zodat professor Gompie zachtjes in de telefoon fluisterde: ‘Voor Fl. 15.000,- schrijf ik voor jou dat proefschrift.’
Maar ja, van verre werd hem bulderend medegedeeld, dat Gompie van balkenbrij geen kaas had gegeten.
De plebejer heeft een proefschrift geschreven.
Hij is gepromoveerd. Hij voldoet aan alle eisen van het academisch métier. In het proefschrift staan 19 fouten van formaat, maar alleen kniesoren schuiven dergelijke balkenbrij verre van zich. De kneus doet niets ‘in’ of ‘met’ de taal.
Gadverdamme..., niet eens balkenbrij.
Zelfs Gummetje wil die 19 fouten niet uitstuffen.
Jacob Nederlof