i.s.m.
[p. 34]
origineel
Tussen de Rivieren
Ik lig in het gras tussen de Waal
en de Maas. Een dag die er wezen mag.
Zon, zo oud als Methusalem.
Een merel versleept mijn schoen,
de veter speelt voor worm. Ach,
de Waal, de Maas, de Vltava. Terug
naar de bron op dobberende dromen.
Een vis in het water. Witte wijven
schudden ongegeneerd 't eenzaam dons
leeg en ik scheer weer in een kurken
vestje door de woeste Sint-Jansstromen.
Rivier in meervoud, betrapt, ontsnapt.
De eeuwige voorbijganger, net als ik.
Net als vuurvliegjes op het fijne
verhemelte van de vervalende zomer.
Wolken daarginds aan de overkant:
bokshandschoen, olifant, kop van Jut,
hemd met kant.
[p. 35]
origineel
Er Woont een Lied in de Holte van mijn Oorschelp
Liefde maakt zwak, zingen
de kozakken.
's Avonds doorklieft
pijn de hemel.
Een streep bloed daalt
neer op het water, danst
op handgeklap van de golven
waarin Stenka Razin zijn
droomvrouw wierp. Liefde
maakt zwak, mopperden
zijn kozakken.
De Volga likt hardnekkig haar
wonden. Ze is hier maar
als je kijkt
is ze ook daar,
net Sjiva
met vele armen.
Tussen houten huisjes en
kloosterkoepels, tussen begeerte
en gebed, heimelijk ontroerd
door de manden met boleten
die ze naar de stad voert.
Ze weet met hoe
weinig de wereld wordt geregeerd.
Wij eten brood en zout.
Hier, in dit simpel
huisje kraakt 's nachts
het hout alsof liefde
op haar tenen binnensluipt.
Het verleden is weggespoeld.
Wij beiden
spiegelnaakt
vol grenzeloze passie
in onze bedding.
Jana Beranová