Na in het vorige nummer de Slowaak Ivan Štrpka aan u te hebben voorgesteld, introduceert Passionate deze keer een jonge Tsjechische dichter. Opnieuw zorgde Jana Beranová voor de vertaling. Zij is ook verantwoordelijk voor de onderstaande introductie.
Petr Borkovec (1970) studeert filosofie aan de Karelsuniversiteit in Praag. Hij vertaalt moderne Russische dichters, onder andere Chodasevitj. Met zijn debuut in 1990 trok Borkovec onmiddellijk veel aandacht. Hij verraste door compacte, ritmische verzen, wars van clichés en modieuze paden. Deze volwassen poëzie wortelt op geheel eigen wijze in de Europese poëtische traditie. Jan Skácel1 met zijn ingenieuze kwatrijnen kijkt mee over zijn schouder. Volgens de Oostenrijkse literator Ludwig Hartinger staat Trakl dichtbij. Maar Borkovec heeft van het begin af aan zijn eigen markante stem gehad.
Hij heeft ook een sterk gevoel voor continuïteit. Regelmatig bevat elke nieuwe bundel - hij heeft er tot nu toe vier geschreven - varianten van reeds gepubliceerde gedichten. De verzen intrigeren, er blijft telkens iets ongezegd. De auteur blijft trouw aan zijn beknopte toon, maar last dialoogfragmenten in, spreekt zijn gedachten hardop uit; zijn taal is soms weerbarstig, onvervangbaar. In een subtiele observatie komt ineens een ommekeer.
In 1995 kreeg Borkovec de prestigieuze Ortenprijs voor poëzie, en van de Oostenrijkse staat een stipendium in Ottensheim an der Donau. Daar is een deel van zijn nieuwste werk ontstaan, dat door Buchwerkstatt Thanhäuser in het Duits is uitgegeven in de vertaling van Christa Rothmeier.
De hier gepubliceerde gedichten komen uit zijn jongste, vierde dichtbundel Mezi oknem, stolem a postelí (Tussen venster. tafel en bed) uit 1996. De teksten doen denken aan momentopnamen, toevallig gevonden of opnieuw beleefd. Je bladert door een persoonlijk album. Plotseling dringt kleur zich op en beheerst sommige gedichten. Het is alsof je met geschreven schilderijen geconfronteerd wordt.
Petr Borkovec
vertaald door Jana Beranová