We naderen het einde van het eerste jaar dat dit tijdschrift in gedrukte vorm verschijnt. ‘We hebben beloofd dat er volgend jaar zes goede nummers in de schappen liggen. Dát gaan we eerst waarmaken,’ zei eindredacteur Erik Brus in november vorig jaar. Hij deed deze uitspraak tijdens één van de interviews die de redactie gaf naar aanleiding van het toekennen van subsidie aan Passionate door de gemeente Rotterdam.
Bij het verschijnen van het laatste nummer van 1997 kan worden geconcludeerd dat de medewerkers van de stichting het door Brus uitgesproken voornemen hebben waargemaakt. Dat wil echter niet zeggen dat we nu tevreden achterover kunnen leunen. Voor 1998 is het namelijk niet voldoende meer om ‘alleen maar’ zes goede nummers af te leveren.
Het grootste probleem waarmee Passionate het afgelopen jaar gekampt heeft is dat zij zich in een relatief geïsoleerde positie bevindt. Wat de letteren betreft is de regio Rotterdam tot op zekere hoogte een eiland: er zijn geen literaire uitgevers, geen journalisten die voor een nationale bekendheid kunnen zorgen, en er wonen slechts een handjevol goede auteurs. Deze afwezigheid van een literaire infrastructuur leidt er toe dat er voor het maken van dit tijdschrift niet alleen redactionele taken moeten worden vervuld, maar er tevens behoefte is aan bedrijfseconomen, persvoorlichters, belastingdeskundigen, administratieve medewerkers, advertentieacquisiteurs en organisatiedeskundigen.
Literaire tijdschriften als bijvoorbeeld Optima, De Gids, De tweede ronde en Tirade hebben een gerenommeerde uitgever achter zich staan. Om eventuele subsidiëring mogelijk te maken wordt het tijdschrift vaak in een zelfstandige stichting ondergebracht. Deze constructie zorgt er enerzijds voor dat de uitgave van het periodiek de betreffende uitgever niet teveel kost en anderzijds dat de redactie zich grotendeels tot haar eigenlijke taken kan beperken. Daarnaast heeft het gelieerd zijn aan een uitgever tot voordeel dat men over genoeg middelen beschikt om auteurs te kunnen betalen en dat het tijdschrift via de uitgever over kwalitatief goede auteurs beschikt.
Wat samenhangt met het eerste probleem is dat Stichting Passionate over beperkte financiële middelen beschikt. Aangezien er bij de stichting geen sprake is van een constructie
zoals hierboven beschreven, gaat een groot gedeelte van het beschikbare budget op aan uitgeverstaken als het drukken, de distributie en verzending van het tijdschrift. Het directe gevolg hiervan is dat de redactie slechts over een klein auteursbudget beschikt
Het lijkt me niet terecht om voor dit laatste de gemeenteraad van Rotterdam verantwoordelijk te stellen. Deze besloot vorig jaar weliswaar de subsidieaanvraag van Stichting Passionate slechts gedeeltelijk honoreren, maar uit deze steun sprak toch zeker ook een groot vertrouwen in een club jongeren die tot op dat moment niet meer dan een gekopieerde versie van hun blad hadden uitgebracht. Daarom is het beter om in dit geval de hand in eigen boezem te steken.
De hier geschetste problematiek kan alleen worden opgelost als de stichting over een uitgebreide en perfecte organisatie beschikt. Het is mijns inziens dan ook de grootste winst van dit jaar dat er binnen Passionate een enorme ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Van een bescheiden clubje goedwillende vrijwilligers is de stichting uitgegroeid tot een organisatie met 15 professioneel ingestelde medewerkers, waaronder één betaalde kracht.
Deze verbetering heeft er reeds toe geleid dat zowel het aantal verkooppunten als abonnees, auteurs en perspublicaties is toegenomen. Het laatste nummer, de special over Riekus Waskowsky, vormde hierbij een voorlopig hoogtepunt. Misschien dat u nog ergens in een boekhandel in Schiedam of Gorinchem een exemplaar kunt aanschaffen, nabestellen bij de stichting heeft in ieder geval geen zin meer. Daarnaast werd het nummer gerecenseerd in enkele nationale dag- en weekbladen. Maar voor de redactie zorgt de inhoudelijke kwaliteit toch wel voor de meeste tevredenheid. Een goede planning en een evenwichtige samenstelling van een nummer leiden zonder meer tot betere resultaten. Het is nu aan haar om die lijn vast te houden.
Om de ambities van de stichting te kanaliseren verschijnt er enkele weken na dit nummer een notitie waarin Passionate de plannen en targets voor 1998 bekend maakt. Eerste prioriteit heeft hierbij het verwerven van een eigen werkruimte. Om de groei van de stichting te continueren is het noodzakelijk dat zij 40 uur per week op één adres bereikbaar is en over een plek beschikt waar de betaalde kracht zijn werk kan doen en het stichtingsbestuur, de redactie en de vier commissies kunnen vergaderen.
Een ander doel is om bij een uitbreidende stichting een tweede betaalde kracht aan te stellen. Naast de redactiesecretaris zou het goed zijn als zij in de loop van '98 over een administratief medewerker zou beschikken.
Verder zal er volgend jaar hard aan de ontwikkeling van de internetsite van het tijdschrift worden gewerkt. Zonder nu internet als de grootste uitvinding sinds het buskruit te willen zien, heeft Passionate met de voordracht van auteurs op haar site een originele uitbreiding van het tijdschrift bereikt. Een prominentere en beter verzorgde presentatie op het net is echter noodzakelijk.
Naast deze drie voorbeelden wil de stichting haar jaarlijkse podium ‘Geen Daden Maar Woorden’ professionaliseren, het abonnementenaantal van Passionate verdubbelen, het blad verkopen in België, en nog veel meer zaken die in de notitie zijn vastgelegd. Deze notitie zal overigens in het voorjaar van '98 worden gevolgd door een uitgebreid bedrijfsplan 1998-2000, waarin de stichting haar beleidsdoelen op de lange termijn formuleert.
Het zal de lezer wellicht bevreemden dat ik mij op deze plaats met organisatorische zaken bezighoud, terwijl ik toch gewoon ben om quasi-literair tegen schenen van collega-redacteuren, subsidiegevers en andere kunstpausen te schoppen. Deze verandering komt echter niet alleen doordat ik naarmate ik ouder ook milder word, maar zeker ook door de ervaringen van het afgelopen jaar en het inzicht dat alleen een professioneel team van Passionate een succes kan maken.
Degene die zegt dat het gaat om de kwaliteit van dit tijdschrift heeft natuurlijk gelijk. Maar die kwaliteit kan slechts verbeterd worden wanneer de randvoorwaarden daarvoor geschapen zijn. Pas dan kan Passionate haar ambities waarmaken om tot een literair tijdschrift van nationale betekenis uit te groeien. Want alle nieuwe ontwikkelingen in deze stad ten spijt, een literair tijdschrift in Rotterdam uitgeven blijft toch zoiets als een gewas verbouwen in de woestijn.
Giel van Strien