



Gebeurtenisse lekke uit. Dinge die ik toegeef. Por fabor, bestand tegen klierspot. Intro laat weer te wensen over, hm. Figuurlijk, hm. Der zijn now wel dooie gevallen, tot mijn opluchting, maar eigeluk zit men op wonderen te wachten, waar pers aan te pas komt. Botsende jeugd in maasstad. Men spreekt van iemand of mekaar onder tafel drinke. Ik hou meer van plafond (van Melief-Bender bijv.); een ‘public animal’ opfokken tot plafond, waar-die hoort. Zolang de transformatie tot ‘bird’ nog niet gans geschied is, gelegenheid tot interviewen. Wordt ruim genomen, wordt beschimpen, met drek werpen en harde bieten en penen, die hij vangt als hij trek heeft. Na sluitingstijd kan hij eve ‘down’ om naar de wc te gaan uiteraard. Mag hij aftrekke in volle zaak? Ja, met toestemming van klanten. Over en weer-dromen? Zo, hoor nu dat Koop bij Eddy Engel doodging. Zal best flinke shot geweest zijn; speed met scopolamine? Wist ie dat dit ‘slangegif’ er in zat? Heroïne? Nog begraven of zo? Gecremeerd, plechtigheid zonder Vogel; ‘ik sta er niet zo best op bij zun ouwelui’. Antenne-Robbie dus thuis, bij wijze van lulle in moeders armen; veel te veel slaaptabletten. Wat doe je nu, de Ruyter? Ergens lijntje in Niemandsland? Je wer knap ‘makkelijk’ op het laatst. Hoe lang blijf je daar? Pleur op, Rob, anders tape ik je in ‘De Kroonkurk’. Cor vraag hoe het nou moet, met wat er nog staat. Staande soms als vogels naas mekaar op hoge poten, ademenin. Rod is op. Schop tegen scheen (zeer been?). Plafond-mobile voor maand, zolang wand-expositie duurt. Gratis zuipen. Hou meer van plafond, sinds het dansvloer is. Aha, un wenser. Interview met lul allang gedaan, ja sjek maar af. Pak. Horige nok. Soort zoeke soort (snel snel), zitaat uit science-future-verhaal. Veilig bij veilig. Buck between us. Robot en plant naar bed. Goed, drie. Hatelijk, boy. Goed, spot, ik plot, ‘duel’ lijkt verouderd voor dit target over tracks, schijven, doorsneden, transparant, krasloos, zo droomhelder en interessant, dat Dommy Blond leert voorbij haar dijlaarzen, zo visueel dat Kokkies tjaptjoy koud wordt, want ete met lipslot. Anderzijds: wer ik maar angerand, wer ik maar geil, wer ik maar met gesloten deur gedwongen, dingen te doen waarover bladen nu voluit schrijven in foutloos Nederlands. Deze mensen kunnen schrijven, schuilend achter lachwekkende namen: Tepelhof, Onanski. Lust tot schrijven (schrijf het zelf), jaargang voor jaargang na Hem, Jan Cremer, en, als het goed is, in de nieuwe stijl, maar waarom piranja?
‘Tri-narangus, listen, you now a lot of people hear, I'd like to buy hash.’
‘It's very dangerous, such a question, on this island.’
‘I know, I know.’
Hoor ik er dan nog niet bij? Ik een ‘verrajer’? Kijk dan, Tri Narangus, por fabor, zie je dan niet met je living theatre- ogen, hoeveel kilo ik al achter me kieze heb? Zeker al geen zin meer om verder in te gaan weven; interessante-acid-stoppers in ons engels, Marty en Dina en dansen oproepen. Als het zo moet. Ongeduldig? Goede veertigster, kijk is naar me jas. O, heeft zich al weer afgewend, luidkeels switchen. Mis. Hoeft al nie meer? Om

Delfshaven (halverwege jaren '80)
de godverdomme wel! Doe het voor... voor... d.i. un apisiopese (die ape zien ons peze, daarom, die ape tee kope, daarom emergency).
‘Ik gun je alles, behalve take-five.’
Hm... rol hoogtepunten volschieten, en week later kater krijgen zeker? Was gewoon wat te donker. Lag an ut licht. Had ik maar moeten blitsen, beter moeten contact-stylen. Mun dubbelzninnigheid(heden) niet erg opzettelijk, nee, wat doe ik hier nog, met wie fak ik eigeluk? Vijf-pik he? Vijf-pik van onoplettendheid maakt dat man vijf jaar schrijt, as ut nie meer is. Lafaards. Rot stewards. As je in overdrachtelijke zin maar goed zit. In hoeverre kom je boven bar uit? Zak bij je om wat in te steke? Laat ons de schompes wachten, laat ons omlopen. Hm... buk (Humbug). Go... gelag. Finnisses van lulligheid (die groot is). Vliegtuig vol vliegen. Mama loopt high. Isis voor hij aangezien. Andere mood, vuur, koningin. Had je maar mensen om je heen hè, om je uit te leven. Striknine door speed? Bangmakerij? Je weet wie ut zegt (Je kent Zegman toch?), niet zoals gewoonlijk, spagetti-lang op praatstoel (niet verbieden), doch piercing, klein maar kijk, bruin gelik en gezoen met H 73, klok 11 jaar terug. Neukgebaar naar twee Theoos; mensen hoelang precies verdragen we mekaars vorderingen, als grote kinderen scheetsgewijs op onze kut staand, als toen; ik haalde vlees op uit Fles, mijn boezemvriend versiermoeite besparend.
‘Twee vrouwen meegebracht. Een voor jou, uiteraard.’
Of wist ik maar één ‘vrouw’ mee te tronen naar het snuisterrein (wil je het nummer?), delend, toeziend, hoe mijn naakte, harige boezemvriend sich ein Libido hat. Nauwelijks af, of boezemvr. belt haar al op zaak, en imponeert met telefonische bloemen. Ik krijg ‘naam’, bijrijder, ‘weer op moete krikke.’
‘Bedankt voor je schattige rozen.’
Wat moest-ie zeggen? Dat het zovéel rozen waren? Woorden als schattig vallen niet, als onafscheidelijke vrienden doorgaan met ‘tof gesprek’ to the bottom.
‘Hoest met je Latijn?’
‘Geen moer.’
Rien Vroegindeweij
De dichter en de stad werd geschreven in opdracht van het RO- Theater en ging op 25 september 1997 in première, gespeeld door Joop Keesmaat en onder regie van Peter Sonneveld. Het stuk werd tot nu toe zo'n twintig keren opgevoerd. De dichter en de stad vormt een programmaonderdeel van Poetry International 1998, dat van 13 t/m 19 juni in de Schouwburg te Rotterdam wordt gehouden.



