terug  begin  verderprepost
[p. 6]origineel

in den beginne

Zoetermeer is dood, Ciao Bella was een eendagsvlieg, Mosselvocht pleegt zelfmoord, het Nieuw Wereldtijdschrift overleeft maar net een zware crisis en wat gaat er in godsnaam worden van Noordzee?

Eén van de meest onbetrouwbare markten is die van het literaire tijdschrift. Nieuwe bladen verdwijnen vaak voordat het tweede nummer is verschenen en het begrip periodieke uitgave wordt door sommige redacties wel erg ruim opgevat.

Wie het literaire tijdschrift als een product ziet dat moet concurreren op een markt met duizenden andere bladen kan niets anders concluderen dan dat het een uitermate slecht product is. Naast bovengenoemde onzekere factoren betaalt de consument ook nog een hoge prijs. Vijftien of twintig gulden neertellen voor een literair tijdschrift is geen uitzondering. De literair geïnteresseerde die bijvoorbeeld op vrijdag een Vrij Nederland in de kiosk koopt betaalt daar ƒ6,75 voor. Wanneer de consument de gedateerde vormgeving even buiten beschouwing laat, heeft hij met De Republiek der Letteren een kwaliteitskatern in handen waarmee hij uitstekend op de hoogte wordt gebracht. Je moet dan een wel erg goed product tegen een zeer aantrekkelijke prijs maken wil je daar met je literaire tijdschrift tegenop kunnen. Want alleen de meerwaarde dat je exclusief verhalen en poëzie publiceert is onvoldoende om de consument tot kopen te bewegen.

 

Toen bijna drie jaar geleden Stichting Passionate werd opgericht om het gelijknamige tijdschrift te exploiteren was er niemand die over een marktstrategie had nagedacht. Er moest geld komen om een mooi tijdschrift te maken, dat was ongeveer het idee dat bij het handjevol vrijwilligers leefde. En het blad zou de letteren in Nederland in het algemeen en die van de regio Rotterdam in het bijzonder moeten stimuleren.

Een idealistisch uitgangspunt maar ook een zware opgave, zo bleek na verloop van tijd. Niet dat Passionate haar doelstelling niet bereikt. Wie de afgelopen anderhalf jaar het blad heeft gevolgd kan concluderen dat de redactie er met de financiële steun van de gemeente Rotterdam in slaagt iedere twee maanden een tijdschrift af te leveren dat aan de gewekte verwachtingen voldoet. Dat kan bijvoorbeeld van het collega-tijdschrift Transito niet gezegd worden. Dit door de Rotterdamse wethouder Kombrink zo vurig verdedigde initiatief krijgt net als Passionate een productsubsidie van 30.000 gulden per jaar. Maar daar waar Passionate haar tiende gedrukte nummer aflevert zijn er welgeteld twee nummers van Transito verschenen. En dan heb ik het nog niet over de meerwaarde voor de regio in de vorm van

[p. 7]origineel

publiciteit en het stimuleren van jonge talenten.

Een vergelijking maken met Transito en vervolgens genoegzaam achterover leunen is echter te makkelijk. Er valt namelijk nog veel te winnen. Zo zal de redactie haar doelgroep moeten definiëren, haar oplage van 800 exemplaren moeten verhogen, de kwaliteit van de inhoud nog verder moeten verbeteren, maar bovenal het blad een duidelijker identiteit moeten geven. Gezien onze geschiedenis laten we ons door niemand de les lezen, maar Het Parool kwam onlangs wel met een treffende analyse: in Passionate staan goede bijdragen maar het blad mist samenhang.

Zo'n fundamenteel probleem los je niet in twee maanden op. Daarom zal de redactie een traject moeten uitstippelen dat over een jaar naar een vernieuwd tijdschrift leidt. Ze kan zich daarbij laten inspireren door het recente succes van de twee andere producten van Stichting Passionate: het festival Geen Daden Maar Woorden en de Passionate Internet Editie. Daarnaast is het handjevol vrijwilligers uit de pionierstijd intussen uitgegroeid tot een groep van 25 medewerkers - waaronder 2 betaalde krachten - die werkzaam is in een eigen kantoor met bijbehorende faciliteiten. Om u een beeld te geven van de recente ontwikkeling van de Internetsite van Passionate moet u maar eens www.passionate.nl bezoeken. Ik geloof niet dat het de meest aantrekkelijke rubriek op de site is, maar ik heb me laten verleiden tot het schrijven van een tweewekelijks feuilleton over de opkomst van het literaire tijdschrift De Paragraaf. Hieronder volgt het derde deel.

 

Het werd wel tijd dat er iets ging gebeuren. Ik was nu anderhalf jaar afgestudeerd en werkloos politicoloog. Veel meer dan tijdelijke baantjes via een uitzendbureau had ik niet gehad. Met het verdiende geld reisde ik door Oost-Europa, totdat het op was en ik weer naar huis liftte.

Gedurende de perioden dat ik in Nederland verbleef leefde ik als een mol. Ik werkte in een bakkerij, zes nachten per week, en vertrok zodra ik voldoende geld gespaard had. Drie dagen voor de eerste bijeenkomst van het op te richten tijdschrift was ik teruggekeerd uit Boedapest. Ik had besloten dat het mijn laatste bezoek aan Nene en haar stad was geweest. Dat heen en weer gereis leidde helemaal nergens toe. Ik zou me daar moeten vestigen of hier een bestaan moeten opbouwen, veel anders zat er niet op. Als studeren niets anders was dan het uitstellen van definitieve keuzen was ik daar nog steeds mee bezig.

 

Nene en ik waren met een geweldige ruzie uit elkaar gegaan. Als zigeunerin haatte ze iedere orde en structuur en leefde ze van dag tot dag. Ze had geen huis of vast werk, alleen maar een zwarte Bouvier en de wil om te overleven. De laatste maand dat ik in Boedapest was werkte ze in een café dat onlangs door een rijke ler geopend was. Aangezien ze het schamele loon niet voldoende vond graaide ze iedere avond een stapel bankbiljetten uit de kassa.

Tijdens een warme lentenacht was het bijna misgegaan. Ik had de hele avond op een barkruk doorgebracht. Wanneer ik bestelde had Nene me consequent meer geld teruggegeven dan ik op de bar neertelde.

Zoals altijd reden we om een uur of vier naar de nachtwinkel die zich even voorbij de Margaretenbrug bevond. We laadden ons mandje vol met cognac, pizza's, koffie, sinaasappelsap en op de valreep voegde ik daar nog een buisje aspirine aan toe. Nene rekende op de voor haar gebruikelijke wijze af en ik volgde haar naar de taxi die op ons stond te wachten.

Juist op het moment dat we instapten zag ik hoe de eigenaar van de nachtwinkel naar buiten snelde. Eén blik op Nene was voldoende om te constateren dat ze een slof sigaretten onder haar spijkerjas verborgen hield. Ze riep iets naar de chauffeur en ritselde met bankbiljetten. Met piepende banden trok de wagen op en ik knalde met mijn hoofd tegen het portierraam.

Achter ons weerklonk de hoorn van een politiewagen. Ik brulde dat dit nergens voor nodig was en dat ik het hartstikke zat was. Nene draaide zich om. ‘Ik heb drugs bij me,’ zei ze provocerend en ik had erg veel zin om haar te slaan. Ze haalde nog meer geld uit haar zakken, terwijl ik plotseling broodnuchter naar buiten keek. Daar onder mij lag de stad, waar je iedere dag de vrijheid had om je kapot te vervelen, of om je onder tafel te drinken, maar hoe zou het zijn als je verplicht werd er tien jaar door te brengen?

Met een blik op de forinten van Nene waande de chauffeur zich in een niet al te beste Amerikaanse speelfilm. ‘Het is godverdomme genoeg geweest!’ schreeuwde ik in Nene's oor. Het blauwe zwaailicht was in geen velden of wegen meer te bekennen toen de chauffeur nog altijd probeerde om de bochten op twee wielen te nemen.

In het appartement van Nene 's kennis schold ik haar de huid vol. Ze begon in het Hongaarse te vloeken terwijl ik m'n rugzak en een fles wodka uit de koelkast pakte. Met een dreun sloeg ik de voordeur achter me dicht.

 

Wordt vervolgd op www.passionate.nl

 

Giel van Strien

prepostterug  begin  verder