terug  begin  verderprepost
[p. 14]origineel

Aan beide zijden ben je mooi

 
Heel voorzichtig ga je tastend
 
met het ijzer langs de plooi.
 
In het langzaam, zachtjes glijden
 
onder stoom aan beide zijden
 
 
 
ben je kreukbaar, ben je mooi.
 
Eerst nog hadden wij wat woorden,
 
zeiden wij dat wat niet hoorde, was
 
jij mij en ik jouw ijver meer dan zat.
 
 
 
Nu, hier achter plank en hemden,
 
strijk jij het haast onbestemde,
 
dat ons scheidde, dat ons remde
 
in een handomdraai weer glad.
[p. 15]origineel
Wedstrijdje
 
We voetbalden wat af,
 
tussen de middag,
 
tussen de muren.
 
Namen de benen
 
 
 
als de buren
 
weer naar buiten.
 
Wij naar binnen.
 
We scholden wat terug,
 
 
 
tussen de oren,
 
een bal die achteraf
 
dwars door de ruiten.
 
We sjokten wat voorbij.
[p. 16]origineel
Zo is het leven
 
Prediker 3: 21
 
Hond. Vier poten in de mand.
 
Kijken. Blaffen. Hijgen. Vier
 
poten uit de mand. Lopen.
 
Stilstaan. Lopen naar de mand.
 
 
 
Hond. Vier poten in de mand.
 
Kijken. Blaffen. Hijgen. Vier poten
 
uit de mand. Lopen. Blaffen.
 
Hijgen. Hond. Vier poten
 
 
 
in de mand. Kijken. Blaffen.
 
Hijgen. Zitten. Blaffen. Hijgen.
 
Liggen. Blaffen. Hijgen. Hond.
 
Vier poten in de mand.
[p. 17]origineel
1983
 
De tijd verving de dingen,
 
die ik niet kon zien.
 
 
 
Bidden voor het eten,
 
twijfelen niet zeker weten.
 
 
 
Niet praten tegen vreemden
 
(die je zelden zag in Waddinxveen).
 
 
 
En vooral: tevreden zijn, met wat
 
je was (ik met Jan de Bas).
 
 
 
Dus deed ik wat ik moest
 
en schreef onzichtbaar
 
 
 
op: ik was niet ongelukkig
 
voor een kind van negentien.

Jan de Bas

prepostterug  begin  verder