terug  begin  verderprepost
[p. 50]origineel

Ten slotte



illustratie

De tijd dat je, om beroemd te worden, een persoonlijkheid moest zijn met speciale gaven is voorbij. Onlangs was Freek de Jonge te gast in het tv-programma Barend en van Dorp, samen met een zojuist weggestemde bewoonster van het Big Brother-huis. Ze had weinig meer gedaan dan zich - ten overstaan van tv-kijkend Nederland - een paar weken in een afgesloten huis lopen vervelen, maar ze zat bij Barend en van Dorp met een aura alsof ze een ster was. En ze had, meldde ze zelfverzekerd, al ‘zeven aanbiedingen op zak’. Freek de Jonge reageerde daarop: ‘Als ik zie wat je nu maar hoeft te doen om geliefd te worden bij het Nederlands publiek, dan heb ik me vroeger wel erg uitgesloofd.’

De uitspraak van De Jonge is in de eerste plaats van toepassing op de wereld van tv en amusement. In dit Big Brother-tijdperk dreigt de democratisering aldaar wat al te ver door te slaan. Quizmasters, soap-sterren en video-jockeys zijn de sterren van deze tijd: onderling inwisselbaar en ruim voorradig, want er moeten heel wat zenders en bladen gevuld worden. Er is zelfs al een programma waarin kijkers soap-acteerlessen krijgen, om het verschil tussen kijker en idool nog verder op te heffen. Wat dat betreft: minder begaafden wanen zich bij Jerry Springer en Menno Buch even een ster, en zijn bereid daar ieder gevoel van gêne voor op te geven. Als ze maar aandacht krijgen. ‘Televisievulsels’ noemde Freek de Jonge deze lange stoet wanna be sterren ooit in een conference.

In de popmuziek is iets vergelijkbaars gaande. Christina Vreeswijk signaleerde in de vorige editie van dit blad dat Madonna nooit een waardige opvolgster gekregen heeft. Het is waar; de jaren tachtig brachten nog persoonlijkheden als Madonna en Prince voort, of, in alternatievere kringen, Morrissey en Nick Cave. De jaren negentig echter worden gekenmerkt door eendagsvliegen en anonimiteit. Hoe beroemd sommige DJ's ook zijn, in de gezichtsloze dance-cultuur weet niemand hoe ze eruit zien.

illustratie

[p. 51]origineel

En nieuwe sterren? Britney Spears en de Spice Girls zullen binnenkort vergeten zijn, en Oasis werkt hard aan zijn eigen ondergang. Oude helden uit de jaren zeventig en tachtig en zien hun kans schoon, en de reünies zijn niet meer te tellen: van Doe Maar tot de Eurythmics tot Crosby, Stills, Nash & Young. Het zegt alles over de huidige popwereld.

Ook de letteren worden geteisterd door middelmatig begaafden met een groot ego. De belangrijkste nieuwe succes-auteurs van de jaren negentig, Grunberg, Palmen, Van Dis, noem maar op, verkopen vooral zichzelf. Net als die weggestuurde Big Brother-dame eisen ze hun recht op aandacht op, alsof iedereen volgens het oude Andy Warhol adagium recht heeft op zijn eigen fifteen minutes of fame. En verliezen daarbij ieder gevoel voor perspectief uit het oog. Zowel in hun boeken, als in de manier waarop ze zich presenteren, zijn deze schrijvers het middelpunt van hun eigen privé-universum. De wereld bestaat wel, maar alleen voor zover het iets zegt over het ik en diens zoektocht naar erkenning en roem.

Het is een teken des tijds. Bladen, reclames, tv-programma's houden ons voor dat je eigen geluk iets is dat je moet managen. Succes is een keuze. Ik doe alleen nog wat ik wil. Omdat ik het waard ben. ‘Ik weet niet hoe het met u is, maar ik wil alleen nog dingen die me iets extra's geven,’ zegt het meisje in de nieuwste reclame voor ultra-absorberend maandverband. Geluk, aandacht, en bewondering zijn een recht geworden. En als je er even niet uitkomt is er een grote voorraad cursussen, Oprah's en handboeken om je te helpen weer manager van je leven te worden.

Het is de ideologie van het ik en diens recht op zelfbeschikking. De grote ideologieën van weleer, hoe gevaarlijk ook, temperden tenminste nog de menselijke grootheidswaan. Om op de literatuur terug te komen: natuurlijk hebben de voorgangers van Van Dis en co. ook grote ego's. Maar de Grote Drie, om de meest voor de hand liggenden te noemen,

illustratie

weten wel hun privé-obsessies in een groter geheel te plaatsen. Weinigen mogen zo met zichzelf begaan zijn als Gerard Reve, hij schildert zichzelf in zijn boeken af als een machteloze, dolende eenling die zoekt naar hogere waarden, omdat hij het gevoel heeft dat het univer-sum hem verplettert. De personages van W.F. Hermans worden evenzeer geconfroneerd met de raadselachtige aard van het bestaan; zij zijn bepaald niet het heersende middelpunt van hun eigen leven. Er is altijd nog iets dat hen te boven gaat. En dat geeft hen, hoe paradoxaal ook, de persoonlijkheid die de wanna bees zo missen.

 

Erik Brus

prepostterug  begin  verder