terug  begin  verderprepost
[p. 16]origineel


illustratie

Oranje geeft zichzelf te weinig tegen België

[p. 17]origineel

De soepele normen van de voetbaljournalistiek

Zielloos kabinet gaat ten onder in kolkend parlement. Dat is geen krantenkop die je dagelijks ziet. Sterker nog, zo'n kop zie je nooit. Subjectieve indrukken zo zwaar aanzetten is nu eenmaal not done in de journalistiek. Feiten en meningen dienen gescheiden te blijven. Maar als het om voetbal gaat, mag er ineens veel meer.

 

Op 29 maart speelde Nederland tegen België, ter voorbereiding op Euro 2000. Het werd 2-2. De dag erna kopten de kranten: ‘Mislukt experiment van Rijkaard’ (Volkskrant), ‘Derby met een kater’ (AD), ‘Spelers voor Rijkaard niet door 't vuur’ (NRC), ‘Rode duivels getemd’ (De Telegraaf), ‘Tactiek Rijkaard faalt’ (Spits), ‘Oranje geeft zichzelf te weinig tegen België’ (Metro). Allemaal sterk subjectieve koppen, met ongeveer dezelfde strekking: het was weer helemaal niks. De kop van De Telegraaf blijkt bij nader inzien de lading niet helemaal te dekken, want uit het artikel zelf blijkt dat de verslaggever hoogstens tegen het eind van de wedstrijd een paar getemde duivels waarnam. De bovenkop was beter: ‘Experiment met 3-4-3-systeem weer geen succes’.

Vergelijk dat eens met de affaire Peper die een week eerder culmineerde in een marathonsessie van de Rotterdamse gemeenteraad. Voor politieke journalisten toch minstens een even enerverende gebeurtenis als een oefeninterland, die zich ook voor allerlei interpretaties leende. De NRC deed het met ‘Rotterdam wil geld van Peper’, de Volkskrant met ‘Rotterdamse gemeenteraad haalt hard uit naar Peper’. Zelfs het Rotterdams Dagblad hield het beschaafd: ‘Walging over Peper redt Simons’. Nergens las je ‘Rotterdam deinst terug voor harde stappen tegen Peper’ of ‘Stadspartij maakt zich belachelijk met motie van wantrouwen’. De artikelen zelf hielden het keurig bij wie er wat gezegd had en lieten de interpretatie, zoals het hoort, aan de lezer over.

Dat deden de journalisten die België-Nederland volgden niet. Zij interpreteerden er in hun verslagen lustig op los en waren zuinig met de feiten waarop hun mening gebaseerd was. Opvallend hierbij was dat naarmate de krant meer ‘kwaliteit’ geacht werd te hebben, de schendingen van de journalistieke mores groter werden.

Amai Oranje

De eigen verslaggever van het gratis dagblad Metro deed het het best. Op de voorpagina een keurig verslag van het wedstrijdverloop, waarin alleen de kwalificatie ‘fanatieke Belgen’ als een beetje subjectief geoormerkt kan worden. Op de sportpagina betrekt de journalist de stelling dat Nederland had moeten winnen, maar gaat het artikel weer grotendeels over gebeurtenissen in en om de wedstrijd.

De lijn in het verhaal van Spits is een aanval op de bondscoach. Het artikel bevat maar liefst vijf negatieve kwalificaties van Frank Rijkaard. Tegelijkertijd is het spelverloop echter goed te volgen. De beginzin in het Telegraafartikel (‘Amai Oranje, wat gebeurde daar allemaal in Brussel?’) doet het ergste vrezen, maar er volgt een prima wedstrijdverslag, waarbij de auteur de afzonderlijke gebeurtenissen becommentarieert. De journalist koppelt steeds zijn mening aan de feiten waarop hij die baseert. Voorbeeld: ‘De zege was binnen handbereik, maar Kluivert was te egoïstisch toen Makaay naast hem vrijstond.’

Het Algemeen Dagblad volgt het recept van Metro: een recht-toe-rechtaan verslag op de voorpagina en binnenin een iets gekleurdere versie (naast een uitgebreider wedstrijdverslag). Scheiding van feit en mening dus. De reporter doet vooral zijn best lichtpuntjes te ontdekken, met als motivatie dat het trekken van lessen toch het belangrijkste doel is van vriendschappelijke wedstrijden.

Lezers van de Volkskrant moeten stevig doorbijten om iets over het verloop van de wedstrijd te achterhalen. De journalist van dienst besteedt nog geen kwart van zijn verhaal aan het beschrijven van spelsituaties (zoals doelpunten). De rest gaat op aan analyses van het spelconcept en individuele prestaties van spelers en coach, met als keiharde conclusie dat Oranje geen recht had op de overwinning. Het lijken allemaal losse opmerkingen, die wellicht best door feiten te staven zijn, maar niet door feiten waarvan in het verhaal zelf melding wordt gemaakt.

De NRC-journalist maakt het het bontst, nog even los van de koddige kop (‘Oranje scoort niet tien keer tegen Belgen’ had er ook kunnen staan, of ‘Uitslag deze keer geen 5-5’). Het wedstrijdverloop wordt in twee alinea's achterin het artikel afgeraffeld. Verder gaat het vrijwel uitsluitend over wat er mis is met het door Rijkaard beproefde 3-4-3-concept, afgesloten met de opmerking dat het maar eens afgelopen moet zijn met die experimenten.

De conclusie moet luiden dat wie wil weten hoe de wedstrijd verlopen is het best Metro of AD erbij kan pakken, maar dat het scheiden van feiten en meningen in het algemeen niet de sterkste eigenschap is van de voetbaljournalist. Dan blijft echter de vraag waarom de voetbaljournalistiek zo'n rare enclave is in de krant.

Vergeetachtig

Zou het soms een specifieke afwijking zijn van voetbaljournalisten, een soort waas waardoor men feiten en meningen niet kan scheiden? Maar nee, de dag voor de wedstrijd was er nog niets aan de hand. De NRC had een

[p. 18]origineel

keurig interview met Edgar Davids en kopte verder: Debuut Bosvelt, Overmars terug als linksbuiten. Het debuut van Bosvelt werd ook door alle andere kranten gesignaleerd en in een kop vervat. Kortom, de woensdagkranten deden het nog netjes met feitelijkheden en tekenden de meningen zoals het hoort op uit de mond van spelers.

Waarom luiden de koppen van de donderdagkranten niet gewoon: Nederland speelt gelijk tegen België? Omdat de meeste lezers dat al wisten, is het gangbare excuus. Zij hadden de wedstrijd namelijk al op televisie gezien. Een jaar of wat geleden lieten journalisten om die reden vaak zelfs het vermelden van de uitslag achterwege. Dat leidde tot protesten bij die kleine minderheid lezers die door omstandigheden de wedstrijd gemist had. Tegenwoordig staat de uitslag consequent in de lead van het artikel. Het is tenslotte het belangrijkste feit van de beschreven gebeurtenis, dus vooruit maar.

Als deze redenering klopt, zou je ook kunnen concluderen dat de lezers van NRC en Volkskrant de trouwste voetbalkijkers zijn. In elk geval hebben hun journalisten het minst het idee dat de lezer op de hoogte gesteld moet worden van het wedstrijdverloop. Hoewel je natuurlijk ook zou kunnen beweren dat lezers van AD en Telegraaf zo vergeetachtig zijn dat ze de dag erna even bijgepraat moeten worden over wat er ook al weer gebeurd is. De suggestie dat journalisten van NRC en Volkskrant zich het meest capabel achten om op de stoel van de bondscoach plaats te nemen en graag hun kennis etaleren, ligt voor de hand, maar moet toch afgewezen worden. Op de redacties bestaan genoeg correctiemechanismen om egotripperij tegen te gaan. Men is er ongetwijfeld van overtuigd dat de gevolgde werkwijze journalistiek verantwoord is en door de lezers op prijs gesteld wordt.

Recensie

Het argument dat veel lezers de belangrijkste feiten al kennen klinkt plausibel, maar is dat niet. Want als de lezers de wedstrijd zelf gezien hebben, hebben ze ook kunnen constateren dat Nederland weer eens belabberd speelde. Ook dat is dus geen nieuws. Welbeschouwd hebben voetbalverslagen alleen iets nieuws te melden voor de mensen die geen televisie gekeken hebben en die mensen zijn juist gebaat bij een feitelijke beschrijving van de wedstrijd, zou je geneigd zijn te denken.

Wat is dan wel de rechtvaardiging voor die ongegeneerde mix van feiten, analyse en mening? Er is een ander journalistiek genre waarin dit gewoon is: de recensie. Een journalist leest een boek, beluistert een cd of gaat naar een film, toneelvoorstelling, concert dan wel tentoonstelling en schotelt de lezer een mengsel voor van feiten (waar gaat het over) en meningen (was het de moeite waard). Deze vermenging is algemeen geaccepteerd en wordt zelfs verwacht. Een recensent die nauwelijks zijn mening ten beste geeft, doet zijn werk niet naar behoren.

Zou het voetbalverslag soms een recensie zijn? Stilistisch heeft het er veel weg van, maar een gewone recensie is doorgaans juist bedoeld voor mensen die het betreffende cultuurproduct nog niet tot zich genomen hebben. De recensie heeft daarmee een duidelijke functie: het attenderen van lezers op zaken waaraan zij wellicht plezier kunnen beleven. Die functie heeft het voetbalverslag niet, integendeel zelfs.

De vergelijking met de recensie is echter wel de sleutel tot de werkelijke rol van het voetbalverslag. Een recensie schept bepaalde verwachtingen over een boek of film. Wie dat vervolgens tot zich neemt, vormt zichzelf een mening en gaat daarover graag de discussie aan met andere gebruikers. Bij voorkeur met iemand in de directe omgeving, maar een journalist voldoet in zekere zin ook. Een recensie is een reden om al dan niet een film te gaan zien, maar ook om er later nog eens op terug te grijpen en het er wel of niet mee eens te zijn.

Die tweede rol van de recensie is te herkennen in het voetbalverslag. Dat heeft helemaal niet de bedoeling de lezer te dienen door hem op de hoogte te stellen van feiten of hem een bezoek af of aan te raden. Het gaat erom herinneringen aan het gebodene op te halen en samen met de lezer een boom op te zetten over hoe pruimbaar het was. In die zin past het juist wel dat NRC en Volkskrant minder teruggrijpen op de gebeurtenissen zelf als wel op de analyses die daarvan te maken vallen. Hun lezers houden nu eenmaal van verhalen met een hoger abstractieniveau.

Het voetbalverslag is geen verslag in de journalistieke zin van het woord. Het is een potje nakaarten aan de borreltafel. Het verwarrende is alleen dat dat etiket er niet goed opgeplakt zit.



illustratie

Christian Jongeneel

prepostterug  begin  verder