terug  begin  verderprepost
[p. 14]origineel

Ogen vol zand

Het woonerf ligt er verlaten bij. Op de bielzen rond de zandbak ligt een rood schepje. De speelplaats is afgezet met plastic lint. Geen toegang. Ik ren naar huis, zo snel ik kan.

 

Door de achterdeur ga ik naar binnen. Die is altijd open. Behalve 's nachts. Mama doet hem dicht als ze naar bed gaat.

In de keuken drink ik een paar slokjes water uit de kraan. Door de keukendeur, die op een kier staat, komt de poes binnenlopen. Ik kniel neer om haar te aaien.

Opeens hoor ik stemmen. Er is iemand aan de voordeur.

‘Ze is niet thuis,’ hoor ik mama zeggen. ‘Maar ze kan elk moment komen.’

‘Ik kom wel een andere keer terug.’ Een doffe mannenstem. ‘Ik wil u graag eerst alleen spreken.’

‘Waar gaat het om?’

‘Er is een meisje gevonden in een sloot. Misschien...’

Ik druk mijn handen tegen mijn oren. Ik wil het niet horen. De poes loopt weg. Even later komt mama binnen. ‘Waar ben je in godsnaam geweest?’ vraagt ze.

‘Bij Marleen,’ zeg ik. Ik voel mijn ogen branden. ‘Ik ben gewoon bij Marleen geweest.’

 

Mijn beste vriendin heet Marleen. We zitten al sinds de kleuterschool bij elkaar in de klas. Vroeger was ze wel eens gemeen tegen me. Toen ik zes was, stopte ze me in een kast. ‘Het is voor je eigen bestwil,’ riep ze, terwijl ze de sleutel omdraaide.

Wat is dat, bestwil? dacht ik en begon te huilen.

 

‘Mama, hoe voelt het als je niet meer in leven bent?’

Ik durf het niet te vragen. Ze zou bij mijn bed komen zitten en zeggen: ‘Meisje, waarom vraag je dat? Dat zijn toch geen vragen voor een meisje van tien?’

Ik vraag niets meer. Ik krijg toch nooit antwoord. Net als toen ik vroeg waarom papa niet meer bij ons woonde. Ik kruip in bed en trek de dekens over mijn hoofd.

 

Op woensdagmiddag komt er een kale meneer op bezoek. Hij mist een knoopje van zijn overhemd. Ik herken zijn stem niet, maar volgens mij is het dezelfde man die zaterdag aan de deur is geweest. Hij komt met ons praten. Mama heeft thee gezet en schenkt voor alle drie een kopje in.

‘Ik ben Henk,’ zegt hij.‘Hoe heet jij?’

‘Jessica,’ zeg ik met tegenzin. Hij weet natuurlijk al lang hoe ik heet. Zijn hoofdhuid glimt in het zonlicht dat door het raam naar binnen valt. Buiten rijdt een jongetje voorbij op een step.

‘Een leuke naam.’ Mijn moeder houdt de man een trommel met koekjes voor. Hij kiest een kransje uit met roze glazuur en legt het naast zijn kopje op het schoteltje. ‘En hoe heet je vriendinnetje?’

‘Marleen.’

Ik neem geen koekje. Geen trek. Ondanks zijn glimlach maakt Henk me bang. Voor mij blijft hij gewoon een man.

‘Spelen Marleen en jij vaak met elkaar?’

 

‘Speel jij wel eens met jezelf?’ vroeg Marleen.

‘Hoe bedoel je?’

We zaten in kleermakerszit op de grond. Om ons heen lagen kleertjes van onze Barbiepoppen. Marleen kroop naar de cassetterecorder in de hoek van de kamer en zette de muziek zachter.

‘Ik wil het wel uitleggen,’ zei ze, ‘maar dan moet je al je kleren uittrekken.’

‘Net als de Barbies zeker,’ proestte ik. De poppen lagen naakt op de grond.

‘Of durf je je niet uit te kleden?’ vroeg Marleen. ‘We hebben toch al eens elkaars plasgaatjes bekeken?’



illustratie

[p. 15]origineel

Afgelopen zomer hadden we vaak in de tuin van Marleen gespeeld. Haar vader had de tuinslang klaargelegd. Die mochten we gebruiken om tussendoor af te koelen. Een enkele keer liep het uit de hand en bekogelden we elkaar met modder en aarde. Daarna gingen we samen onder de douche. ‘Mag ik kijken hoe jij plast?’ had Marleen gevraagd.

Ik trok mijn T-shirt, broek en onderbroekje uit. Marleen deed hetzelfde. Het was net alsof we weer samen onder de douche gingen. We hadden alleen onze sokken nog aan. Marleen ging op een stoel zitten en deed haar benen wijd. Ze liet haar plasgaatje van heel dichtbij zien. ‘Hier komt de plas uit en daar...’

‘Daar komen de baby's uit.’ Ik was ook niet gek.

‘Nee, joh,’ riep Marleen. ‘Daar moet een piemel in. Pas daarna komen er kinderen.’

‘Ja, hèhè. Dat weet ik ook wel.’

 

‘Marleen woont een paar straten verder,’ zeg ik tegen de man. ‘We spelen zowat elke dag bij elkaar.’ Ik pak mijn kopje en drink een slok thee. Nog te warm.

De man bijt in zijn koekje. Er valt een stukje glazuur op de grond. Hij pakt het op en legt het op zijn schoteltje. ‘Wat doen jullie zoal?’

 

‘Hier moet je je vinger instoppen en dáár moet je zachtjes wrijven.’

Toen we Marleens moeder thuis hoorden komen van haar werk, kleedden we ons snel aan. En de Barbies ook. We gingen naar beneden om TV te kijken.

 

‘Spelen,’ antwoord ik. ‘Of TV kijken.’

‘Wat spelen jullie dan?’ Er staan kleine zweetdruppeltjes op het hoofd van de man. Hij stopt de rest van het koekje in zijn mond, kauwt even en spoelt alles weg met thee.

‘Gewoon spelen.’

‘Wat doen jullie?’ vraagt de man weer. Met kleine, priemende ogen observeert hij me. Ik durf nauwelijks terug te kijken.

‘Gewoon,’ zeg ik. Ik kijk naar mama. Wat moet ik zeggen?

‘In de zomer spelen ze vaak buiten met de tuinslang,’ vertelt ze. ‘Dan komt ze drijfnat thuis.’

‘Dat is leuk,’ glimlacht de man. ‘Maar spelen jullie eigenlijk ook met andere kinderen?’

 

Af en toe kwamen Marleens oom en tante op bezoek. Haar neefje Nickie kwam mee. Het was een vervelend jochie, en daar moest zij dan mee spelen. Een tijdje geleden heb ik hem voor het eerst gezien. Hij was vijf jaar, rende onafgebroken rond en gooide alle spullen in de slaapkamer van Marleen omver.

‘Laten we hem in de kast stoppen,’ zei ik. Ik had Marleens kleerkast al geopend.

Marleen pakte haar neefje bij de arm en werkte hem naar binnen. Hij begon met zijn vlakke handen op de binnenkant van de deur te meppen. ‘Eruit!’ schreeuwde hij. ‘Ik wil eruit!’

Ik zette de cassetterecorder aan en riep boven de muziek uit dat toch niemand hem zou horen. Dat hij beter zijn mond dicht kon houden. Des te sneller zouden we hem weer vrij laten. ‘Dat kreng zijn we tenminste even kwijt,’ zuchtte ik. ‘Wat zullen we nu gaan doen?’

‘Weet je dat het leuk is om aan piemels te zuigen?’ vroeg Marleen.

Ik schaterde. ‘Wat is dat voor iets geks?’

‘Ik heb het mijn moeder zelf zien doen bij mijn vader,’ zei Marleen, ‘'s Avonds toen ik niet kon slapen, ging ik naar de gang. Ik opende hun deur een stukje en keek naar binnen.’

‘Dan is jouw moeder wel erg raar.’

‘Kijk zelf maar eens in de slaapkamer van je ouders. Dan zul je zien dat zij het ook doen.’

‘Mijn ouders zijn gescheiden,’ zei ik. ‘Dat weet je toch?’

‘Sorry,’ zei Marleen. Toch bleef ze erbij dat het normaal was. We konden het proberen bij haar neefje.

‘Nickie!’ Marleen tikte met haar knokkels tegen de deur. Er klonk een zacht gebrom vanuit de kast. ‘Nickie. Je mag eruit als je je pikkie laat zien.’ Ze lachte even. ‘Als je het niet doet, laten we je voor altijd in het donker zitten.’

[p. 16]origineel

De cassetterecorder sprong met een tik uit. Het bandje was afgelopen.

‘Heb je je broek al uitgetrokken?’ vroeg Marleen. Het bleef stil. Buiten hoorde ik geschreeuw van langsfietsende kinderen.

‘Ja,’ klonk het even later. Marleen draaide de sleutel om en opende voorzichtig de deur. Nickie kwam in zijn blote kont naar buiten en stapte door de kamer. Op zijn gezicht stond een glimlach alsof hij trots was. Marleen liet hem op het bed zitten, zodat we hem goed konden bekijken.

‘Het lijkt wel een klein worstje,’ zei ze. Ze pakte het piemeltje tussen duim en wijs-vinger en draaide zo ver mogelijk links- en rechtsom, tot Nickie kort ‘au’ riep.

‘Ik geef er wel een kusje op,’ zei Marleen. Nickie grinnikte, terwijl ze haar lippen om de piemel sloot en zachtjes zoog.

‘Niet zo lekker,’ zei ze toen ze het dingetje uit haar mond had laten glippen. Ze draaide zich naar me om. ‘Nu moet jij.’

Ik knielde bij het bed neer en bracht mijn hoofd naar voren. Een worstje was het niet. Eerder een slurfje. Net zo gerimpeld als de huid van een olifant. Ik drukte mijn tong er eventjes tegen, maar proefde niets.

‘Heb je hem in je mond gehad?’ vroeg Marleen. Ik knikte.

‘Nee hoor,’ riep Nickie. Hij zat nog steeds lachend op het bed.

‘Je moet er wel op zuigen,’ zei Marleen tegen mij. ‘Dat heb ik ook gedaan. Net als op een lolly.’

Ik gaf een kort zuigje, stond toen op en pakte de broek van Nickie uit de kast. ‘Je mag hier nooit iets van vertellen,’ hoorde ik Marleen tegen Nickie fluisteren. ‘Aan niemand. Anders maken we je dood. Hoor je? Dan maken we je dood.’

De rest van de dag praatten we er niet meer over. We voetbalden met Nickie buiten op het pleintje.

 

‘We voetballen soms met jongentjes uit de buurt,’ zeg ik.

‘O.’ De man houdt zijn hoofd schuin en kijkt me met gemaakte verwondering aan. ‘Wat sportief! Waar voetballen jullie dan?’

‘Op het pleintje bij Marleen voor de deur.’

Mijn moeder schenkt een tweede kopje thee in voor hem. Hij neemt er dit keer geen koekje bij.

‘Dat is mooi. Dat het zo dicht bij huis is. Komen jullie ook wel eens bij de zandbak op het woonerf?’

 

Met z'n tweeën liepen we door het woonerf. We gingen ijs halen bij de snackbar een paar straten verderop. Waar het woonerf een bocht maakte, was een speelplaatsje aangelegd. Een klein meisje balanceerde met een plastic schepje in haar hand op de bielzen rond de zandbak. Ze droeg een roze jurkje en witte gymschoenen.

‘Meisje!’ riep Marleen. ‘Heb je zin om te spelen?’

Het meisje keek op. Ze knikte.

‘Laten we een kasteel bouwen,’ zei Marleen. ‘Begin jij maar vast te graven.’

Het meisje liet zich op haar knieën in het zand vallen en wroette met haar schepje in het zand. Haar jurk schortte op. Ze droeg een wit onderbroekje met rode stippen. Voor ik het wist had Marleen het broekje opzij gedaan en zat met haar vinger in het kutje van het meisje. Want dat woord gebruikte Marleen meestal: kutje. Van mijn moeder mocht ik het zo niet noemen. Zij zei altijd: voorbips, vagina of piemelien.

‘Blijf af,’ zei het meisje met dunne stem. Ze wilde opstaan, maar Marleen duwde haar neer.

‘Gewoon doorgraven,’ commandeerde ze. Ik zat op een van de bielzen en keek toe hoe Marleen haar vinger in en uit bewoog. Na een tijdje stond ze op en wenkte mij. ‘Jouw beurt.’

Ik ging achter het meisje zitten en deed hetzelfde als Marleen. Opeens hoorde ik een geluid. Ik trok mijn hand terug, deed het jurkje van het meisje weer goed en keek op. Een oude vrouw met een fiets aan haar hand stond naast de zandbak. Er hing een beige handtas aan haar stuur.

‘Zijn jullie leuk aan het spelen?’ vroeg ze.

Ik knikte, maar het meisje schudde met haar hoofd. Er stonden tranen in haar ogen.

[p. 17]origineel

‘Mijn zusje heeft zand in haar ogen gekregen,’ zei ik snel. ‘Maar verder is er niks aan de hand.’

‘Goed zo,’ zei de vrouw. ‘Speel maar fijn verder.’ Ze zette haar rechtervoet op de trapper, stepte drie keer met haar andere voet om vaart te krijgen en reed weg. Voordat ze uit zicht was, keek ze nog even om en zwaaide.

‘Wie was die oma?’ vroeg Marleen. Ze stond naast me met een paar takjes van struiken in haar hand. Ik haalde mijn schouders op.

‘Laat mij nog eens,’ zei Marleen. Ze knielde bij het meisje neer en trok haar jurk omhoog. Ze duwde een takje in het kutje van het meisje. Aan het uiteinde zaten nog een paar blaadjes. Een tweede takje verdween in haar bips.

Het meisje begon te jammeren. ‘Au! Hou op!’

Ik legde mijn hand op haar mond. ‘Je moet stil zijn,’ zei ik. Maar het meisje snikte steeds harder. Kwijl droop tussen haar lippen door langs mijn vingers. Plotseling beet ze in mijn hand. Ik gaf een klap op haar wang, waarna ze begon te krijsen.

Marleen gooide het meisje op haar rug in het zand. ‘Hou op met janken, trutje,’ siste ze door haar tanden heen. Ze trapte het meisje tegen haar benen, waardoor ze nog harder ging huilen.

‘Stop ermee,’ riep Marleen. Ze schopte nu tegen de zijkant van haar hoofd. Een paar keer met de punt van haar schoen vlak naast haar oor. Opeens werd het huilen minder. Ook ik trapte twee keer in het gezicht van het meisje. Ze lag stil en verroerde zich niet meer.

‘Pak haar benen,’ zei Marleen tegen mij. ‘We leggen haar in de sloot achter de struiken.’

Samen sleepten we haar naar de bosjes. Voordat we haar in het water lieten glijden, trok ik de takjes uit het meisje. Er kleefde bloed aan. Ik wierp ze in de kuil die het meisje had gegraven en gooide er met het schepje zand overheen.

‘Nu gaan we ijs halen,’ zei Marleen. Ze rende al voor me uit. Ik legde het schepje op een biels en holde achter haar aan.

 

‘We komen eigenlijk nooit op het woonerf,’ zeg ik tegen de man. ‘We lopen er alleen doorheen als we ijs gaan halen.’

‘Hebben jullie wel eens kinderen zien spelen in de zandbak?’

‘Is daar een zandbak?’ vraag ik, terwijl ik in mijn theekopje kijk. Er ligt zwart gruis op de bodem.

‘Ja. Er is een zandbak op het woonerf. Heb je daar onlangs nog iets vreemds gezien?’

‘Nee. Ik ben nog nooit bij die zandbak geweest.’

 

De man is niet veel langer blijven zitten. Hij dronk zijn tweede kopje thee uit, stond op en liep met mama naar de gang.

‘Ik heb niet het idee dat uw dochter er iets mee te maken heeft. Maar we checken elke tip. Het kon zijn dat ze iets gezien had.’

 

's Avonds voordat ik ga slapen, kijk ik met mijn opmaakspiegeltje tussen mijn benen. Dat vind ik leuk. Met één hand open ik de gleuf, de voorbips. Want daarachter zit de zachte, rode huid. Mijn plasgaatje. Mijn kutje. Ik leg het spiegeltje weg en pak een potlood van mijn tafel. Met spuug maak ik de achterkant nat en steek het tot de letters hb in het gaatje. Heel even voelt het koud aan. Dan duw ik het langzaam verder.

Er zit een stokje in mijn kutje, denk ik en ik glimlach. Voorzichtig draai ik het potlood rond. Een vreemd gevoel, maar het doet geen pijn. Nee. Pijn doet het niet.

 

Steven Verhelst

prepostterug  begin  verder