Passionate. Jaargang 8


auteur: [tijdschrift] Passionate


bron: Passionate. Jaargang 8. Stichting Passionate, Rotterdam 2001


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 12]origineel


illustratie

[p. 13]origineel


illustratie

[p. 14]origineel

Highschool Apocalypse
Steven Verhelst

10.15 am. Richards huis

‘Ik ga naar school!’

Mijn moeder hoort me niet. Ze staat in de keuken donuts naar binnen te proppen. Dat doet ze elke morgen, donuts naar binnen proppen. Daarom is ze ook zo'n dik, afzichtelijk wijf. Jaren geleden begon ze ook nog een snor te krijgen.

‘Misschien komt het van het vlees,’ zei ik wel eens. ‘Van de hormonen.’

‘Hormonen? Wat weet jij in godsnaam van hormonen? Je hebt zelf amper hormonen.’

Die snor is nu weg - cosmetische chirurgie. Ze had wel meer kunnen laten weghalen, denk ik, veel meer. Ze lijkt net een kalkoen met al dat lubberende vlees.

‘Ik ga naar school!’ roep ik en haal het pistool tevoorschijn. In de gang hangt een foto van mijn vader, mijn moeder en mij. Ik haat die foto. We staan er lachend op, dat moest van de fotograaf. Maar reden tot lachen was er niet. Ik was elf. Mijn moeder was er net achter gekomen dat ik rookte. Om haar te irriteren deed mijn vader alsof hij het niet erg vond. Hij zei: ‘Laat die jongen toch roken!’ En: ‘Was zelf blijven roken, dan was je nu niet zo dik!’

Mijn moeder verschijnt met een glas cola in de deuropening van de keuken. ‘Wat zei je?’

‘Dat ik naar school ga.’

‘Wat moet jij nou weer met een pistool, Richard?’

Haar stem klinkt toonloos, alsof het haar niet interesseert. Alsof het om een walkman gaat, een mobiele telefoon, een buzzer of iets anders waarvan zij denkt dat ik het niet nodig heb.

‘Hij is niet echt, mam,’ zucht ik. Mijn vinger ligt losjes om de trekker. ‘Zie je dat niet eens? Hij is hartstikke nep.’ Als je niet weet waar je op moet letten, zijn echt en namaak niet van elkaar te onderscheiden. Alleen van dichtbij is het verschil te zien.

‘Kijk goed,’ zeg ik. Ik breng het wapen vlak voor haar gezicht en tik met de wijsvinger van mijn vrije hand drie keer op het uiteinde van de loop. ‘Hier zit het verschil. Je moet in de loop kijken.’

Nieuwsgierig brengt ze haar hoofd naar voren. Plotseling barst de linkerhelft van haar gezicht open. Net een maïskorrel in de magnetron - pop. Alleen de knal is harder. Hij galmt door het huis, een seconde later gevolgd door het uiteenspatten van het glas cola.

‘Sorry, kutwijf,’ zeg ik. ‘Het was toch een echte.’

 

10.30 am. De garage van Brian

Voor de laatste keer controleer ik de wapens. Twee 9 mm semi-automatische pistolen. Een dubbelloops jachtgeweer en een luchtbuks. Van beide hebben we de loop afgezaagd. Ze schieten lekker, die dingen. Vorige week hebben we nog

[p. 15]origineel

geoefend in het bos.

‘Ik kan nauwelijks wachten,’ zeg ik. ‘Ik wil naar school. Voor het eerst in mijn leven wil ik echt naar school.’

Brian schrijft een afscheidsbrief aan alle ouders en leraren in Amerika. Fuck jullie allemaal, staat erin. Jullie hebben gefaald. Hij vouwt de brief op en legt hem naast de videoband waarop we al onze voorbereidingen hebben vastgelegd. ‘Voor als we beroemd worden,’ zei Brian vaak. ‘Dan wil zelfs Hollywood ons verhaal hebben.’

We verdelen de messen, boksbeugels en zelfgemaakte handgranaten. Andere explosieven hebben we op tientallen plaatsen in school verstopt. Daar is ook een tijdbom bij. Op zijn homepage heeft Brian exact beschreven hoe we die in elkaar hebben gezet. Hij is gemaakt van een propaantank, een eierwekker en het ontstekingsmechanisme van een modelbouwraket.

‘Ik hoop dat we er honderd doodmaken!’ roept Brian. ‘Vooral negers en Jezusfreaks.’

‘Ja, Jezusfreaks. Die maken we vooral dood.’

 

Een paar maanden geleden ben ik naar een concert van Marilyn Manson geweest. Buiten stond een groepje Christenen te demonstreren. Ze wilden dat het optreden verboden werd en droegen spandoeken met ‘Help onze kinderen’ en ‘Stop verderfelijke muziek’. In de menigte herkende ik Eva, een meisje van mijn school. Ze was blond en had grote tieten. Vroeger ben ik verliefd op haar geweest, tot ik er achter kwam dat ze streng gelovig was.

De dag na het concert kwam Eva naar me toe. ‘Waarom ga je naar optredens van zulke afschuwelijke bands?’ vroeg ze.

‘Waarom ga jij naar de kerk?’

‘Omdat ik van Jezus houd.’ Ze glom van trots.

‘Maar met Jezus kan je toch niet neuken?’

Ze draaide zich om en liep weg.

‘Hij bestaat trouwens niet eens. Domme Christentrut.’

Het komt door de opvoeding, dacht ik. Ze mag niet omgaan met kinderen die anders zijn of anders denken. Intolerantie maakt de maatschappij kapot. Het is de schuld van de ouders.

 

Toen ik twaalf was, zijn mijn ouders gescheiden. Mijn vader had al een paar jaar een vriendin, met wie hij direct na de scheiding trouwde. Tussen de rommel die hij tijdens zijn verhuizing meegaf aan de vuilnisman, vond ik een videoband waarop mijn moeder door drie gemaskerde mannen werd uitgekleed en vastgebonden. Ze was toen al dik. De mannen duwden allerlei soorten dildo's bij haar naar binnen en sloegen haar met zwepen. Mijn vader was er ook bij. Hij trok haar bleke, slappe billen uiteen, zodat de zweepslagen precies in haar bilnaad terechtkwamen. Eén voor één moest ze hen pijpen, mijn vader als

[p. 16]origineel

laatst. ‘Vieze vuile hoer,’ fluisterde hij tijdens het uithijgen. ‘Je moest alles doorslikken, had ik gezegd.’ Hij gebruikte zijn verslappende pik als een scheerkwast om zijn zaad over haar hele gezicht te smeren.

 

11.25 am. Parkeerterrein

Er staan veel auto's op het parkeerterrein voor scholieren. We zitten in Brians BMW. Het dashboardklokje tikt. Nog vijf minuten.

‘Niets ligt ons meer in de weg,’ zeg ik. ‘Het is een kwestie van tijd.’

Het komende uur zal de apotheose van mijn leven zijn. Gek dat ik dat nu pas besef. Dat is zoiets als aan het kruis er achter komen dat je de zoon van God bent.

Brian steekt een sigaret op en zuigt de rook naar binnen. ‘Hoe dichterbij het moment van aanvallen komt, hoe langzamer de tijd gaat,’ zegt hij. ‘Seconden lijken uren te duren.’ Hij inhaleert diep. Zijn lichaam trilt. ‘Dit is het spannendste moment van mijn leven.’

‘Geef mij ook een sigaret,’ zeg ik. ‘Ik moet kalmeren.’

 

Nadat ik op een dag mijn moeder in elkaar had geslagen, moest ik van de dokter Ritalin gaan slikken. ‘Het is beter voor jezelf én voor je omgeving,’ zei hij. ‘Denk ook eens aan je omgeving.’

Alsof de omgeving ooit aan mij dacht. Ik spaarde mijn pillen op en verkocht ze door aan rijke nitwits. ‘Je krijgt er een high van,’ maakten ze elkaar wijs. ‘Als je er een paar tegelijk slikt, tenminste. Dan krijg je écht een high.’

Misschien was dat ook wel zo. Weet ik veel, ik heb die dingen bijna nooit gebruikt. Suf en slaperig werd ik er van. Zó doortrapt is de maatschappij tegenwoordig. Kinderen worden verdoofd, geïndoctrineerd, gerobotiseerd. Niets mag afwijken, alles moet gaan zoals ouders, verzorgers en pedagogen gepland hebben. Het hele leven moet wrijvingsloos aan je voorbijglijden - als een dildo zonder genotribbels. Fuck! Iedereen die mij commandeert of in de weg staat, wil ik vermoorden, vernietigen.

Brian kreeg pillen tegen depressies. Luvox, of zoiets, maar hij maakte er nauwelijks gebruik van. Ik verkocht ze samen met mijn Ritalin. Die kids merkten het verschil toch niet.

Van het geld kocht ik dope. Eén keer hebben we crack gerookt. Ik voelde me God, maar na een half uur was het uitgewerkt. Brian kroop weg in een hoekje van de garage. In zijn hand hield hij een van de pijpbommen die we diezelfde middag hadden gemaakt, een metalen huls gevuld met kruit en spijkers. Hij bonkte met zijn hoofd tegen de muur en kreunde. ‘Ik voel me zo ontzettend kut.’

‘Neem een Luvox dan,’ zei ik, terwijl ik hem de pijpbom ontfutselde. ‘Neem een Luvox.’

Maar ik had al z'n pillen verkocht.

 

11.29 am. Parkeerterrein

Brian en ik slenteren langzaam naar de zij-ingang van de school. In mijn rechterhand draag ik het pistool, nonchalant, de arm losjes langs mijn lichaam.

Een auto parkeert vlak bij de schoolcafeteria en Justin stapt uit. Die klootzak koopt wel eens Ritalin van me.

‘Hé Richard!’ zegt hij lachend. Hij ziet mijn wapen niet. Hij ziet mijn wapen gewoon niet. ‘Heb je nog pillen bij je?’

‘Vandaag niet!’ Ik richt mijn pistool op Justin. Die deinst achteruit, maar het

[p. 17]origineel

is te laat. Er klinkt een scherpe, droge knal. De teller staat op één.

Net als we de school willen binnengaan, zie ik de auto van Eva het parkeerterrein opdraaien. ‘Wacht even,’ zeg ik tegen Brian. ‘Blijf één minuutje wachten!’

Ineengedoken ren ik tussen de geparkeerde auto's naar Eva.

‘Ben je al fan van Marilyn Manson?’ roep ik. Ik druk het pistool tegen haar slaap. Ze schrikt niet eens, de bitch. Ik buig me naar haar toe en knabbel een seconde aan haar oorlelletje. ‘Of ben je nog steeds een Jezusfreak?’

‘Je bent zelf een freak,’ zegt ze. ‘Ik houd gewoon van Jezus. En Hij houdt van mij.’

Ze kijkt me rustig aan. Er ligt een glimlach - een verliefde glimlach - op haar gezicht.

‘Dan ga je maar naar Jezus toe!’

Als ik haar doodschiet, voel ik niets. Zij voelt waarschijnlijk ook niets, althans niet lang meer.

 

11.31 am. Highschool Apocalypse

De laatste stappen naar de ingang gaan in slowmotion. Jullie hebben ons altijd pijn gedaan, denk ik. Nu gaan wij jullie pijn doen. Heel veel pijn.

Brian trapt de deur open en begint meteen te schieten. De conciërge komt vanuit zijn hok aanrennen. ‘Zijn jullie helemaal gek geworden?’ brult hij. Speeksel spat uit zijn mond. ‘Geen vuurwerk in de school.’

Mijn jas valt open en de handgranaten aan mijn broekriem worden zichtbaar. ‘Holy shit,’ fluistert hij tussen zijn tanden door. We jagen elk drie kogels in zijn borstkas. De jongens en meisjes die in de hal staan, vluchten gillend door de gangen weg. Brian haalt het geweer onder zijn jas vandaan en schiet op de wegrennende leerlingen.

‘Beng!’ zegt hij bij elk schot. ‘Beng!’

Een jongen met sportschoenen wordt in zijn voet geraakt. Zijn enkel spat kapot. Hij valt neer en kruipt verder. Zijn voet trekt een bloedspoor door de gang, en wij lachen. We lachen om zijn van pijn en angst verwrongen gezicht.

 

Rond dit tijdstip zitten de meeste leerlingen in de kantine. Brian gooit granaten en fragmentatiebommen naar binnen. We wachten tot de laatste knal heeft geklonken. Het lijkt alsof er een aardbeving is geweest. Geen tafel staat meer op zijn plaats en op de grond liggen glasscherven en omgevallen stoelen. Er klinkt gehuil en gekreun. Ik tel achttien lichamen.

‘Kijk hier,’ zegt Brian. Hij staat bij een neger uit het basketbalteam. Er steekt een scherp stuk metaal uit de zijkant van zijn hoofd. Brian wrikt het los. Het gat in de schedel is even groot als in een donut. Door een rode waas van bloed schemert een witte, drillerige massa.

‘Kijk, z'n hersenen!’ roep ik. ‘Kijk naar die nikker z'n hersenen!’

‘Gaaf, man.’

Met mijn vinger prik ik in de schedel en peuter uit de wond een paar botscherven los. ‘Je kan z'n hoofd gewoon openpellen, als een ei.’

Het hoofd begint zich te bewegen en draait zich naar me toe. Hij leeft nog. De ogen knipperen traag, alsof er stroop in zit. Brian schopt de neger tegen zijn hoofd en danst over zijn lichaam. ‘Nikker,’ schreeuwt hij. ‘Vuile basketbalnikker!’

De basketballers noemden ons mietjes, sukkels en homo's. Het ergste was

[p. 18]origineel

dat ze na afloop van een wedstrijd elke cheerleader konden krijgen die ze hebben wilden, vooral de aanvoerder van het team. Met hem heb ik ooit gevochten. Hij lachte me uit om de moedervlekken op mijn armen.

‘Kijk naar jezelf!’ riep ik. ‘Je bent zelf één grote moedervlek!’

Dáár kon hij niet om lachen, dus sloeg hij me in elkaar. ‘Dit doen we met slappe hufters,’ zei hij. ‘Dit doen we met losers als jij.’

 

Marilyn Manson was vroeger ook een loser. Hij had sproeten, hazentanden en bloempothaar. Ik heb het zelf gelezen in zijn biografie. Tijdens het concert zag hij er heel anders uit. Hij had zwarte make-up rond zijn ogen en was gekleed in een soort dwangbuis.

Helemaal vooraan in het publiek had ik Shirley gezien, een geil cheerleadertje van school. Wat deed zij godverdomme hier? Waarschijnlijk was ze zo'n parttime gothic kutje, dat overdag gewoon naar pop luisterde. Naar Dave Matthews band, Bon Jovi en Offspring, want daar had ze een T-shirt van aan. Ik ging naar voren en raakte tijdens het dansen af en toe haar billen aan.

Tegen het einde van de show pijpte Manson zijn gitarist en spuugde het zaad de zaal in. Het vloog door de lucht, vormeloos als een amoebe, waarna het uiteenspatte in het gezicht van Shirley. Ze kreeg zowat een hyperventilatie van afschuw.

‘Lekker, hè,’ zei ik tegen haar.

‘Je hebt me geduwd,’ gilde ze. Met vlakke handen begon ze me te slaan. Paranoïde bitch. Ik sloeg terug, maar twee klootzakken met petten op hun kop schoten haar te hulp. Ik vluchtte weg, naar huis.

 

Op een stoel in de kantine zit een jongen met een pet. Hij beweegt niet meer. Ik trek de pet weg en sla verschillende keren met mijn boksbeugel op zijn hoofd. Bloeddruppeltjes zo dun als mist spatten in mijn gezicht, maar de schedel breekt niet.

‘Fuck, fuck, fuck!’

Ik wil de hersenen blootleggen om te zien of die er hetzelfde uitzien als bij de neger.

Verderop ligt een meisje met kort geknipt haar, dat roze is geverfd. Met mijn mes wip ik haar oogbal uit de kas. Ze probeert zich te verzetten, maar dat gaat niet. Ze kan haar armen niet meer optillen. Haar lichaam zit vol met spijkers. De fragmentatiebommen werken perfect.

Met het oog op m'n mespunt loop ik naar Brian. Het oogwit lijkt op een gekookt ei dat nog niet helemaal hard is.

‘Ober,’ zeg ik, ‘dit vond ik in mijn hamburger.’

Brian grinnikt. ‘Gaaf.’

 

Door de brede gangen lopen we naar onze kluisjes, waar we een aantal bommen verborgen hebben. Links en rechts schieten we naar in paniek wegrennende scholieren. Buiten loeien sirenes. We nemen de trap naar boven, naar de bibliotheek. Het is er stiller dan ooit. Het is nog nooit zo stil geweest in de bibliotheek. Onder een tafeltje zitten twee leerlingen te bidden.

‘Kiekeboe!’ roep ik, wanneer ik de tafel omverwerp. Ik schiet de jongen direct dood. Het was maar een neger. Het meisje bidt met schokkende schouders verder.

‘Denk je dat God je kan helpen?’ vraag ik.

[p. 19]origineel

Ze kijkt naar me omhoog. Het pistool is op haar voorhoofd gericht. ‘Ja,’ stamelt ze. Haar lippen trillen. ‘Ik bedoel, nee. Ik weet het niet.’

‘Het antwoord is nee.’

Ik haal de trekker over. Ik zou een bikkelharde quizmaster zijn.

Tussen de boekenrekken zit een meisje met een blauw naveltruitje op de grond. Het is Shirley.

‘Maak me niet dood,’ smeekt ze huilend, ‘maak me niet dood. Maak me niet dood, alsjeblieft.’

Ze heeft in haar broek geplast.

‘Je mag blijven leven,’ zeg ik. Ik kijk even om me heen en rits mijn broek open. ‘Als je alles doorslikt, mag je blijven leven.’

Ik zet de loop van mijn pistool tegen haar hoofd en laat haar mijn lul naar binnenzuigen. Ze pijpt me alsof haar leven er vanaf hangt. En dat is ook zo.

‘Was dit niet lekker?’ vraag ik als ik mijn broek weer dicht doe. ‘Was dit niet veel lekkerder dan zo'n zwarte lul?’

Shirley zit op haar knieën en huilt. Ze laat het zaad uit haar mond lopen als een baby die zijn pap niet lust.

‘Zeg het, bitch. Zeg dat het lekker was!’

Ik schop haar tegen de grond en ga op haar linkerborst staan. Het voelt zacht. Net een aangespoelde kwal die je met je voet in het zand vertrapt.

‘Ja,’ snikt ze. Ze ligt in embryohouding op de vloer. ‘Ja, het was lekker.’

Ik schiet haar alsnog dood.

 

‘Kom kijken!’ roept Brian. Hij staat bij het raam. Tientallen ziekenwagens en politieauto's staan voor de school. Het hele terrein is afgezet met geel plastic lint. Op het sportveld staan drommen scholieren die ontsnapt zijn uit de school.

Voor de ingang stoppen twee blauwe busjes. SWAT team staat er in grote letters op de portieren. In het zwart geklede agenten met machinegeweren springen naar buiten en verdwijnen de school in.

‘Het is afgelopen,’ zegt Brian. ‘Ze kunnen elk moment hier zijn. Het is voorbij.’

‘Maar we kunnen de propaantank toch nog op scherp stellen?’ vraag ik. ‘We kunnen toch door de school sluipen op zoek naar slachtoffers?’

Brian schudt zijn hoofd. ‘Iedereen is geëvacueerd. Het heeft geen zin meer.’

Zonder nog iets te zeggen drukt hij de loop van zijn pistool tegen z'n slaap en haalt de trekker over. Door de terugslag schiet zijn hand opzij. Hij wankelt even en ploft dan op de grond, terwijl het bloed uit zijn hoofd blijft gutsen. Hij is dood. Ik kniel bij het lichaam neer. Ja, hij is dood.

 

Het voelt teleurstellend, dit einde, alsof alles mislukt is. Maar dat is niet zo. Dit is het grootste slagveld dat ooit op een school is aangericht. Ik durf te wedden dat we live op TV zijn. We worden beroemd, we worden cult. Overal in Amerika zullen jongeren ons navolgen.

Het heeft iets tegenstrijdigs dat ik nu moet sterven, want ik ben een winnaar, een triomfator.

Er klinken voetstappen in de gang. Het SWAT team.

‘Hier zijn ze,’ hoor ik iemand roepen.

Ik moet schieten, denk ik. Nu. Ik richt het pistool op mijn hoofd. Het is pijnloos. Je bent dood voordat je pijn voelt.