Passionate. Jaargang 10


auteur: [tijdschrift] Passionate


bron: Passionate. Jaargang 10. Stichting Passionate, Rotterdam 2003  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

 i.s.m.  logo funder

[p. 36]origineel

Abdelkader, Katja, Oscar en het grote geld
Christina Vreeswijk

Eigenlijk was ik van plan hier mijn gal te spuwen over de vadsige elite van literair Nederland, maar ja, met Abdelkader Benali die de Libris Literatuur Prijs wint, wordt dat natuurlijk een beetje lastig. Voor je het weet denkt de grote charmeur dat je ook hem welbewust door het slijk haalt en dat risico wil je als literatuur-minnend meisje uiteraard niet lopen.

Doe het niet, Abdelkader, schreeuwde ik nog naar het beeldscherm, doe het niet, laat je niet inpakken. Maar hij weigerde het te horen, liep gewoon naar voren en sprak een dankwoord, ja echt waar, geen tirade over wat een suffe bedoening hij het vond, maar een dankwoord. Het had er zelfs alle schijn van dat hij echt blij was. Wat wil je, mokte ik op mijn sofa, hij heeft het geld natuurlijk hard nodig, met zo'n dure Italiaanse vriendin.

Het is allemaal de schuld van Oscar, besloot ik, terwijl ik wat jus in mijn wodka schonk. Oscar is de uitgever van Abdelkader bij Vassallucci. Oscar had de geldwolf in Abdelkader gewekt, zodat die zijn jonge-schrijverschap verloochende en toetrad tot de vermolmde rijen der coryfeeën. Het was gedaan met hem. De roep van het grote geld, daar kan geen Marokkaan weerstand tegen bieden, dat had Oscar ragfijn aangevoeld. Wat een lage streek. Oscar had natuurlijk ook die Claudia di Palermo op Abdelkader afgestuurd. Italiaanse vertaalster, maak dat de kat wijs. Abdelkader was verloren, de laaglandse letterenmatrix had hem te pakken.

Daar ging mijn stiekeme hoop op een rebelse daad van onze jonge held. Abdelkader zou bij het winnen van de prijs (vanzelfsprekend terecht, daar niet van) in woede uitbarsten. ‘Denk maar niet dat ik me laat paaien met zo'n zoethoudertje,’ zou hij uitroepen in een enkele volzin van drie minuten, want dat kan hij goed, hele lange zinnen maken. ‘Want ik weet best wat jullie denken, jullie denken dat je de hele jonge garde kunt uitschakelen door mij deze prijs te geven, dat je ons kunt inpalmen, dat we ophouden met zeuren over jullie laffe huisvrouwenromannetjes, ja je hoort het goed, romannetjes, met zo'n hoofdpersoon die ergens naartoe teruggaat en geplaagd wordt door een taboe uit het verleden en dan een catharsis doormaakt of zo, dat werk, want wij, wij zitten vol verhalen, over het rauwe leven, vol grappen ook - dat taboe dat op al jullie schrijfsels rust - en wij hebben fantasie, ja dat hebben we ook, wij verzinnen ongeboren vertellers, mullahs met drie baarden, filosofische winkelwagentjes en wat je maar wil, wij schrijven sambalproza, terwijl jullie niet verder komen dan slappe aftreksels van je eigen ego dat zich na veertig of vijftig jaar leven afvraagt waar het allemaal goed voor was, maar mij krijgen jullie niet, ik pak het geld, natuurlijk pak ik het geld, maar daarna zien jullie me niet meer, mijn naam is geen Abdelkader Benalibi, bekijk het maar, ik zwicht niet voor het babbelcircus waar jullie me in proberen te lokken, ik blijf gewoon brutale romans schrijven die jullie allemaal te kijk zetten, of nee, ik ga eerst iets onvoorstelbaars doen, de Mount Everest beklimmen,

[p. 37]origineel

of nogmaals nee, ik weet iets beters, ik ga in een musical van Joop van den Ende spelen, ik meld me aan voor de jury van Idols, ik ga een raphit scoren, alles als jullie me voortaan maar mijden.’

Ik zette mijn glas neer en troostte mezelf met de gedachte dat Abdelkader deze tirade wel degelijk voorbereid had, maar dat Oscar hem had verscheurd om wille van de centen. Daarom was Abdelkader sprakeloos, alleen daarom. Hij moest van Agent Oscar Smith verlost worden. Vastberaden begon ik aan een kogelbrief, maar halverwege kreeg ik een beter idee, een rode pil, als het ware. Wanneer Vassallucci nou een auteur had die nog beter verkocht dan Abdelkader, dan zou Oscar hem voortaan wel met rust laten. Dan kon Abdelkader in alle rust aan zijn boeken werken zonder dat de kopij uit zijn handen gerukt werd en slecht geredigeerd naar de drukker gestuurd.

En toen moest ik dus aan Katja Schuurman denken.

Het zal niemand ontgaan zijn dat Katja onlangs acteerde in een heus toneelstuk. De theaterzalen zaten ineens weer bomvol en van mensen die het weten kunnen begreep ik dat ze het nog behoorlijk goed deed ook. En verder zit ze in de nieuwste film van Theo van Gogh, met Pierre Bokma. Dat kan volgens mij maar één ding betekenen: Katja wil serieus genomen worden in culturele kringen. En die onderneming op haar beurt kan maar één eindstation hebben: een roman. Katja als auteur! De grootste sensatie van schrijvend Nederland sinds Daphne Deckers. Ik bedoel, als je met een rolletje in een James Bond film al kunt schrijven, dan moet al die Goede Tijden, Slechte Tijden ervaring toch goed zijn voor een vuistdikke roman.

De plot mag geen probleem zijn. Een succesvolle jonge vrouw keert terug naar haar geboortedorp onder de rook van Utrecht, vol herinneringen aan haar streng katholieke moeder en het speelkwartier op het schoolplein tegenover het winkelcentrum. Langzaam komt de lezer erachter dat de jonge vrouw nog altijd jaloezie voelt jegens haar jongere zuster, omdat vroeger de aandacht altijd naar haar uitging. Volgt allerlei koude-grondpsychologie dat ze daaraan de drang om beroemd te worden ontleende, schuldgevoelens smoorde in wodka, etcetera. Als Oscar het een beetje handig speelt, moet daar toch ook een Ako of Librisje inzitten. Ik weet zeker dat Katja een gloedvol bedankje kan uitspreken en dat ik dan niet naar de fles hoef te grijpen.

Abdelkader, als je dit leest, geloof me, het is het beste zo. Katja wordt jouw verlosser. Pap met haar aan, loods haar binnen bij Vassallucci, schrijf haar verhaaltje zonodig zelf. Zeg tegen Oscar dat je het allemaal voor hem doet. En dan, als Katja Oscar diep in de ogen kijkt, dan knijp je ertussenuit, als het niet anders kan samen met Claudia, en dan ga je ondanks alle verlokkingen van geld en gemakzucht toch die roman schrijven die alle voorgaande doet verbleken.