|
|
|
| |
| | | |
Zuiveringswaan
Afronding
Juist in aangelegenheden van gevoel moet je keihard zijn,
niet halverwege tegemoet komen aan andermans droom;
verhoogde sensibiliteit veroorlooft je geen uitvalswegen,
als een onwrikbaar varken sta je in de stroom.
Nadat je ook wat je verafschuwt
bij je zegeningen hebt geteld
daal je drijvendergewijs af in de vaart
dwars door een bloedig slagveld;
je oren en ogen gesloten voor sirenes en sirenen,
je hart voor zwartgalligheid gevrijwaard
kan je ledematen strekken, zachtjes aanblazen,
komt het vuur te hoog, glij je naar beneden
word je afwisselend koud noch warm van
noch zou je ergens anders willen zijn.
De lilagevleugelde elfjes schrijlings
op hun schimmeltjes van marsepein
laten sporen van je mooiste zonde vrijuit stuiven
in het nachtblauw van de laatste ronde.
Donker. Men slaapt of is weer 's dood.
Men zal vanzelf wel weer gaan leven,
straks wordt het vanzelfsprekend licht.
‘Dit is een moordend ritme’ zeg je,
jij die als gegoten in een gloeilamp zit.
| | | |
Zinnebeelding
Parelsgewijs rijgt de regen zich aaneen aan ragfijne lijn;
ofschoon vanuit de vuiligheid consoliderend
verzinnebeelden wij de zuiverheid.
Je medeleven uiten met minder-bedeelden
doe je door je hogere gevoelens af te staan
aan al de ongelukkigen die rijk zijn en toch bedelen.
De weerspiegeling van bolling en holling als voorspeld
reken je af met de zuiverheidswaan
waarin je namelijk tot grote gore griezelkop opzwelt.
Soms doorstroomt de wij, de wij, de weifelmoedigheid je,
Als je dood bent kun je altijd nog van overleven afzien.
| | | |
Hersenspoeling
Schoonheid die alleen komt is een deerniswekkend schouwspel.
Met zulke wezens wil je niet verkeren,
Al word je nog zo monsterachtig,
het vergane is je niet vergaan genoeg.
Je stuitert veerkrachtig.
Gehersenspoeld om heilig in jezelf te geloven
blijft er op een dag niets van je over;
niemand ziet het als een achteruitgang,
je bent nu onderdeel van iedereens ervaring.
kan alles wat de waarheid schijnt of erop lijkt
niet anders dan bedrog zijn;
daarom worden deze kinderen nog liever voorgelogen
dan door kromgebogen ouders
Het magnetisch veld is afgebladderd.
Je zit oppermachtig in je vel.
Het gaan gaat je niet ver genoeg, maar het gaat snel.
| | | |
Wakkerschrikking
De eenzame trams van Amsterdam
(het kreunen & het knarsen van)
waarin iedereen zich groter voordoet dan hij is,
tevens zich zo klein maakt als maar kan.
Het ijzer van de lege wielen, fluitend bijna
door stokoude bochten, verspreidt vrees;
wie wakker schrikt herinnert zich allicht
de nachten van weleer, de jacht op mensenvlees.
Kletterend sluiten de kralengordijnen.
Tranen, van de porseleinen zwanenhals
neerhangend tot ze lossen, zich
hernemend in breedsprakige fonteinen.
Daarnaar zullen wij niet dorsten.
Het besef van zulke grote, glasheldere druppels
rept zich van sterfbed naar sterfbed
omdat het daar soms nog een willig oor treft.
We zullen in glasheldere druppels verdwijnen
als we daarvan niet teveel vermorsten.
Hans Verhagen (1939), dichter-schilder-filmer-journalist. In 2003 verscheen Eeuwige vlam, Verzamelde gedichten 1958-2003. De reeks ‘Zuiveringswaan’ is het sluitstuk van Verhagens nieuwe bundel Moeder is een rover, die najaar 2004 uitkomt bij Nijgh & Van Ditmar.
foto Mark Kohn
|
|
|