[p. 341]

Tafel der gedichten, en korte inhoud derzelve.


bladz.
Een nieu balade, 1577. Dit gedicht, weinig tyd voor de Pacificatie van Gent geschreven, behelst eene korte schets der troebelen van den beginne tot het jaer 1577: de komst van Alva en der spaensche legerbenden hier te lande; de wreede onthalzing der graven van Egmont, van Hoorn en anderen; de gruwelen door de Spaenjaerden te Mechelen, Zierikzee, Brussel, Aelst bedreven; de Spaenjaerden door den Hoogen Raed vyanden des konings en des lands verklaerd. Het slot van het dichtstuk is eene aenmoediging tot het volk om de Spaingnaers te vernielen en te dryven uut 't lant 1
De afcomste der Guesen, 1578. Dit referein vervat eene lyst der ketters en scheurmakers van den ouden en nieuwen tyd; onder de laetsten worden genaemd: Menno, Hus, Zwinglius, Calvyn, Luther, Herman, Date (Datenus) 12
's Duvels kermisse, 1578. Een spotgedicht over den tweeden beeldenstorm, na de Bevrediging van Gent 15
Refereyn, 1578. Eene toepassing van het evangelie des Zaeyers op de omstandigheden van den tyd 22
Refereyn, 1566. Over de innige gezindheid der partyschappen hier te lande, door het Kalf, de Simme en den Papegaei aengewezen 25
Nieu liet, 1579. Dit lied, geschreven als Hembyze en Dathenus de stad moesten verlaten, geeft een overzicht van Hembyzes bestuer en der bedryven gedurende dit kort tydvak door kapitein Myghem en door Ryhove verricht 28
Refereyn. Over eenige grondbeginselen van het nieuwe geloof: dat elkeen de schrifture mag lezen en uitleggen; dat het Geloof zonder goede werken kan zalig maken, enz. 33
Balade, 1578. Open hof of feest ter helle, door Lucifer gehouden; daer waren onder anderen uitgenoodigd: Brederode, Wurst, van Lumé, van Condé, Hembyze, paltsgraef Casimirus, de prins van Oranje, Ryhove, Pieter Dathenus, Marnix van S. Aldegonde, Pieter De Rijcke, enz. 41

 



[p. 342]


Staessen en Raessen, 1579. Zamenspraek over de tydsomstandigheden. Staessen is voor de vrede door Spanje aengeboden; Raessen is mistrouwend en zou wenschen den oorlog te zien voortzetten 44
Een nieu liedeken. Het vervat de wederlegging der kettersche of Geuzen-leere: die van Luther, Calvin, Menno, enz. 49
Liet, 1579. Historisch lied over de gebeurtenissen dezes jaers; krygsverrichtingen van den bevelhebber Marneau te Harlebeke, te Geeraerdsbergen en te Brussel 51
Oorlof van graef Jan (Hembyze), als hy Gent verliet ten jare 1579. Dit gedicht uit dit gelyktydig Hs. is veel nauwkeuriger van text dan het reeds uitgegeven (1e reeks Nº 1.); het vervat bovendien 16 strofen meer dan gemelde uitgave 54
Beelsebubs testament, 1579. Spotgedicht over het nieuwe geloof; wederlegging der gosdienstbegrippen door de hervorming verspreid: over de ceremonien; de sacramenten; het huwelyk der geestelyken; de misse; het vasten; het vereeren der heiligen; het consistorie der hervormde kerken, enz. 89
Refereyn van Babel, 1579. Dit gedicht is ook van godsdienstigen inhoud en handelt over het verspreiden van bybels en psalmen-boekenx 104
Refereyn, 1579. Vergelyking van een' geus en eene luis 107
Poëterie der Magnificat. Een glossenlied over den ellendigen tyd; (zie Voorrede bl. V) 112
Liet, 1579. Opkomst der Malcontenten; Artois, Henegouwen en Douai scheiden zich van de andere nederlandsche provintien, en vallen gewapenderhand in Vlaenderen. Het leger der staten bezetten Meenen, Halewyn en Comene; te Marquette by een aenval op Ryssel blyven de Malcontenten verwinnaers. La Noue en Ryhove belegeren vruchteloos Aultrive; mislukte aenslag op Aelst, door de Malcontenten bezet 122
Refereyn. Dit gedicht vervat eene schets der zeden dezes tyds, vooral de levenswys der geestelyken. Dit referein even als dat voorkomende bl. 189 zyn van Anna Byns, (zie Voorrede bl. IV) 129
Refereyn, 1579. Spotgedicht op de hulp ons door Franschen en Engelschen beloofd, door de tusschenkomst des prinsen van Oranje, wanneer de Malcontenten Comene bezet hadden 132
Refereyn, 1580. Gent in vroeger eeuw en Gent gedurende deze bedroefde tydsomstandigheden; vergelyking 135
Liedeken, 1579. Over de Heilige Kerke; de vereering der beelden; den vasten; de biechte, enz. 137
Refereyn, 1579. Hekeldicht op den prins van Oranje 141
Refereyn. Over den mislukten aenval van het staten-leger op Doornyk en Meenen, aengevoerd door Van Ryhove, van Assche, van Mortaigne, La Noue, Marneau, enz. 145
Refereyn van den tijt, 1580. Over het verkoopen der geestelyke goederen, het rooven en verwoesten te platten lande, enz. Dit referein naer het onderschrift werd, even als degene zich bevindende bl. 221. 224. 226. 228 en 258, gedrukt te Gent, in de duve te Putte Aº. 1580, waer ten dezen tyde Cornelis De Rekenare, de boekdrukkunst uitoefende 147

 



[p. 343]


Refereyn, 1578. Aenspraek tot Gent over den gang der staetszaken en aenmaning om zich van de Staten en den prins van Oranje te scheiden 151
Refereyn, 1579. Over de godsdienstige verdeeldheden, waerin ons land dan gescheiden was 153
Refereyn, 1580. 's Lands toestand, als de Staten den hertog van Alençon herwaerts riepen en als Heer der Zeventien Provintien erkenden 157
Refereyn, 1579. Lafhartig gedrag van het Staten-leger op Vlaendrens grenzen tegen de Walen of Malcontenten, en moedwillige handelwijs van 't zelve jegens landbouwers en andere weerlooze persoonen 159
Refereyn, 1580. Dit referein handelt als het voorgaende over hetzelfde onderwerp 162
Refereyn, 1577. Geestelyk onderwerp, dat op de staetsaengelegenheden kan toegepast worden 165
Refereyn. Over den ongelukkigen staet des lands, gedurende dit tydvak 168
Prognosticatie van de allendighen jare, 1578. Voorspelling van allerhande plagen en aenmaning tot onderlinge eendracht en vrede 171
Refereyn, 1580. Vergelyking van de Zeventien Landdouwen aen een orgel; spotgedicht 177
Een tsamensprekinghe van Lieven en Kalle, 1580. Zamenspraek over den verloren stryd tegen de Malcontenten, waer de veldoverste Lanoue krygsgevangen werd gemaekt; de staten des lands te Antwerpen vergaderd weten niet waerheen zich keeren; aenmaning ter vrede 180
Refereyn, 1580. De ingevingen van den Heiligen Geest en die van den boozen geest tegen over elkander gesteld; schoon dit referein hier het jaertal draegt van 1580, bestaet er geen twyfel dat het door Anna Byns zestig jaren vroeger werd geschreven (zie Voorrede bl. IV) 189
Nieu liet, 1580. De Malcontenten sluiten eene overeenkomst met de Spaenjaerds. De Malcontenten en de Catholyken worden in dit allegorisch lied door den Papegaei aengeduid, de Koning van Spaenje door het Koninkjen en de Staten des lands door den Leeuw 194
Liet, 1580. Over den beeldenstorm te Gent onder Hembyze; het opkomen der Malcontenten, en de krygsverrichtingen tot in 1580 199
Liet, 1580. Mislukte aenval op Gent door de Malcontenten, onder 't geleide van Montigny en La Mote 205
Liet, 1580. Over den invloed des prinsen van Oranje in deze provintien. Krygsverrichtingen der Malcontenten te Aelst, Bouchain en Nyvel; aenmaning om den Prins te verlaten en den Koning van Spaenje te erkennen 211
Refereyn, 1580. Mislukte aenval van Ryhove, veldoversten van het Staten-leger, op Aelst; hy versterkt zich te Quatrecht, maer wordt gedwongen over de Schelde te trekken 217
Refereyn, 1580. Dit referein even als de drie volgende zyn allegorisch over de verblindheid des geests en de natuerlyke blindheid der oogen. 221. 224. 226 en 228
Liedeken. Zuchten over de tydsellenden; trouwe in God 231
Balade, 1581. Tocht van Ryhove aen het hoofd van 't Staten-leger naer Kortryk; nauwkeurige omstandigheden nopens de dood van den raedsheer Hessels, enz. Men vindt eene korte levenschets van Hessels, bl. 218 der Vlaemsche Kronyk door Kempenare. Gent 1839 236

 



[p. 344]


Refereyn. Spotgedicht over den kapitein van Meerhem, die in zyne banniere eenen kater had doen verbeeldenx 256
Liet, 1581. Doornyk gaet over; aenmaning tot het sluiten der vrede met den hertog van Parma 258
Liet, 1582. Het leger der Staten waegt een' tweeden aenval op Aelst den 2 January 1582, doch hy mislukt 263
Refereyn, 1581. Over het beleg van Doornyk, korte voor de overgave aen den hertog van Parma 268
Refereyn, 1582. Over de mislukte poogingen om Aelst te bedwingen 271
Refereyn, baladewys, 1582. Aenspraek tot de stad Gent om met den hertog van Parma een vergelyk te sluiten; Gent wilt het uiterste wagen ter behouding harer rechten 274
Liet, 1582. Over de verkochte geestelyke goederen 280
Refereyn, 1580. Over de verwoestingen te Gent aengerecht en het afvallen van den koning van Spaenje 284
Refereyn, 1584. Dit referein, even als het volgende, zyn spotgedichten op de stad Gent, wanneer zy met den prins van Parma begon te onderhandelen om een vredetractaet te sluiten 287 en 291
Refereyn, 1584. Over het veroordeelen ter dood van Lieven De Gheytere, Lieven Van De Vyvere en Jan Van Hembyze. In dit gedicht wordt melding gemaekt van Jacob van Artevelde of Eertvelde 295
Refereyn, 1584. Droom; feest ter helle, by de komst aldaer van den prins van Oranje 299
Refereyn, 1584. Tot de Geuzen 304
Refereyn, 1584. Gedicht als Gent door hongersnood gedwongen met den prins van Parma overeenkwam 307
Bescryvinghe van een warachtich Geus, 1584 311
Een nieu liedeken. Over de Religions-vrede te Gent gebroken door den raed van Pieter Dathenus en de ongelukkige gevolgen hieruit gesproten 312
Refereyn. Over de handelwys der geestelyken, der vorsten en des gemeenen volks 319
Moralisatio. Over de ydelheid der menschelyke begeerten en den korten duer van ons bestaen 320
Refereyn. In dit gedicht beweirt men dat geluk meer voordert dan wysheid 323
Refereyn. De dichter hoopt tot een gelukkig einde en goede rekening te komen 326
Gedichten en spreuken op de schutbladen en de randen des HS. voorkomende. 328