[p. 12]
origineel
Het nut der
par â plu
.
E
ertijds liep men door den regen,
Zonder dat m'iets bij zich had,
Dat het vallend vocht kon weeren,
En men werd soms druipend nat;
Slechts een enkel buitje regen
Gaf ons dikwijls waarlijk leed;
Wijl het vaak de hoeden, kleedren
In den grond bederven deedt. -
Ook den Mensch werd, daardoor, dikwijls
Zwaar verkouden; daar men nu
Voor geen regen hoeft te vreezen,
Bij 't gebruik der
Par â Plu
.
[p. t.o. 12]
origineel