Reis van Jan van Mandeville


auteur: anoniem Reis van Jan van Mandeville


editeur: N.A. Cramer


bron: ‘Reis van Jan van Mandeville’ In: Instituut voor Nederlandse Lexicologie (samenstelling en redactie), Cd-rom Middelnederlands. Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen 1998.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Vanden eylande mulke, daer quade liede wonen.

Daer na gaetmen door menich eylant vander zee tot enen eylande, datmen heet mulke. Daer zijn ooc herde quade lieden, want in gheen dinc en hebbense also grote ghenoecht als in vechtene ende deen dander te dodene ende zonderlinghe vreemden lieden, want si drincken alte gherne menschen bloet, welc bloet dat si heten dour. Ende so wie dat meest menschen ghedoodt heeft

[fol. 102rb]

onder hem, die is alre meest gheert. Ende alse twee personen, die deen den andren hebben ghehaet, als die van accorde worden mitten toe doene van haren vrienden of dat enich liede verbonden van vrienscape onder hem maken, so moeten si deen van des anders bloede drincken of anders die acoorde ende dat verbont en soude niet doghen noch ghestade bliuen, noch en soude niet misdoen die jeghen die accoorde ofte desen verbande dade. Van desen eylande gaetmen ter zee van eylande tot eylande tenen eylande, datmen heet tracode, daer tfolc ghemeenlike al beesteliken is, als oft ghene verstandenisse en hadde ende wonen in holen, die si in daerde maken, want

[fol. 102va]

si en hebben den sin niet, dat si huse daden maken. Ende si eten vleysch van serpenten ende luttel anders dincs. Ende si en spreken niet, mer si blasen ende wispelen als serpenten. Ende si en gheuen om gheen goet te hebben dan alleen om enen dierbaren steen, die is wel van lx verwen ende die steen heet na dien name des eylants tracodite. Desen steen minnense herde zere, nochtan en weten si niet, wat crachten hi heeft, mer si hebben allene lief om sine scoonheit.