De Revisor. Jaargang 1


auteur: [tijdschrift] Revisor, De


bron: De Revisor. Jaargang 1. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1974


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Jan Kuijper

Anthriscus silvestris

 
Bij de sluis konden we twee kanten uit.
 
Het Bosplan in, na een bosje was 't daar aan
 
de oever zonnebaden toegestaan,
 
of langs 't Jaagpad, vroeger voor de trekschuit,
 
maar nu voor hengelaars en fluitekruid. -
 
't Was te hard gaan waaien om nog te gaan
 
zwemmen, ik zag zelfs een zeilboot omslaan,
 
mensen klampten zich vast aan de scheepshuid.
 
 
 
De drenkelingen hoog en droog aan kant,
 
het Jaagpad door cutterzuigers ontzand
 
(de molen staat ver van de Nieuwe Meer
 
model voor een bronzen namaak-Rembrandt);
 
al komt het fluitekruid ieder jaar weer,
 
't is niet hetzelfde. - 't Komt op 't zelfde neer.

Cantharellus cibarius

 
De olifant was groen van top tot teen.
 
Hij had zijn maal met paddestoel gedaan;
 
één was giftig geweest; ten overstaan
 
van de and're olifanten ging hij heen,
 
de kroon nog op het hoofd. - Nog niet omslaan:
 
‘t is de vóórlaatste bladzij; zometeen,
 
als Babar koning is, dan is er geen
 
gebeuren meer waar 'k nog in mee kan gaan.
 
 
 
Als avondmaal gekookte cantharel.
 
Augustus stond ons huisje in het bos;
 
er stak alleen één stinkzwam door het mos,
 
maar vader had uit 't Mastbos (bij Breda)
 
een mand vol hanekammen. 'k Werd onwel
 
na den eten. 'k Liet niets aan Babar na.