De Revisor. Jaargang 1


auteur: [tijdschrift] Revisor, De


bron: De Revisor. Jaargang 1. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1974


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 18]

Chr. J. van Geel

De gevelde iep

 
Hij liet zich zuchtend neer.
 
Ontworteld is te zien
 
hoe gaaf hij veilig was,
 
hoe vol zijn weerklank in
 
de richting van de wind.
 
 
 
Stam die rechtop geheven
 
zijn tekening toespitst
 
met regen mee naar zon
 
viel om in onderhout,
 
bracht zich in horizon.

Vergeefse moeite

 
Al hijs je je op ladders en in hutten,
 
al sluip je op je tenen en bespied je,
 
al sta je achter kieren van gordijnen,
 
 
 
geen houding of het haast ze tot vertrek.
 
 
 
De ware buitenkans ligt in hun dood,
 
waar schaduw van de zon om water vraagt,
 
een kraai onvindbaar in het zomergras.

Kleine boom in mist

 
De horizon die hem omvangt
 
geeft hem te drinken, maakt hem lichter.
 
De mist die om het boompje hangt
 
is waar het blad het breedst is dichter.

Wandelkaart

 
Geschetst het mulle en de moeite,
 
een zwarte lijn scheidt het van zee
 
het duin op kaarten ingetekend.
 
 
 
Het kan zijn korrels niet bewegen,
 
geen windvlaag waait er, niets begroeit het,
 
geen neemt het in zijn schoenen mee.

Dalende eend

 
Een inval van herboren weelde,
 
het water schommelt diep onthutst,
 
een eend apart is klein van stuk,
 
zieltogend water zijn gemeente.

Herfstdraad

 
het water schommelt diep onthutst,
 
een eend apart is klein van stuk,
 
zieltogend water zijn gemeente.

Herfstdraad

 
Het enige in deze kamer
 
en in het uitzicht buiten is
 
op het bordes tussen de spijlen
 
een herfstdraad waard om op te schrijven.
 
 
 
Maar hij is weg nog voor het werd
 
voltooid, de dove draad van rijm
 
vervuld, gebroken en verwaaid,
 
guirlande, uit wat spint ontstaan.
 
 
 
Vergankelijk rag door een
 
nog sterfelijker stof omwoeld,
 
hangt in een boog zichtbaar door rijp,
 
door vrieskou tot bestaan gebracht.