De Revisor. Jaargang 1


auteur: [tijdschrift] Revisor, De


bron: De Revisor. Jaargang 1. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1974


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Gerrit Komrij

De wachtkamer

 
Bevroren zijn de koppen chocola.
 
We zitten kleumend in de oude schuur
 
En kijken door het raam de mensen na
 
Die luidkeels rennen, een kolom van vuur
 
 
 
Wacht op ze in de verte. Ook de vellen
 
Zijn hard. We horen aan de einder kreten.
 
O, die zijn eenvoudig niet te tellen.
 
De schreeuwen. En we zien de hete
 
 
 
Vuurzuil vrouwen, jongens, mannen,
 
Schrokkend, ziedend, meesterlijk omarmen
 
Als een kruisvaarder de muzelmannen.
 
Wij starogen, o ja! Het wordt al warmer.

Het laatste deeg

 
We hadden vreemde gasten bij ons thuis.
 
Ze aten eerst de keukenkasten leeg
 
En bakten op ons kleine gasfornuis
 
Een huizenhoge pannekoek van deeg.
 
 
 
Vervolgens keerden ze de tafel om -
 
En gingen zitten; door de poten heen
 
Keken ze naar ons, zo star, zo stom.
 
Hun iris blikkerde als edelsteen.
 
 
 
Hun huid, zo leek het, was van cellofaan
 
Waarachter, roerloos, spieren stonden.
 
Pijn, pijn, zeiden zij. - Koud was de maan,
 
Koud was het bloed dat liep uit onze monden.