De Revisor. Jaargang 1


auteur: [tijdschrift] Revisor, De


bron: De Revisor. Jaargang 1. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1974


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 27]

Wilfred Smit
Nagelaten gedichten*

Bij een verjaardag

 
Iemand had een baard
 
meegebracht - ze geloven niet
 
dat je zo jong bent -
 
nog iemand anders de blauwgroene
 
ruit van Schotland op een das;
 
alleen ik gaf niets
 
dan zowat opgespaarde verlegenheid,
 
misschien de kleur van sherry
 
afgestraald op zoiets
 
heel aandoenlijks als een vrind.
 
voor Frans.

Aan een zwaar zieke

 
Verkoudheid aan een open venster
 
opgedaan verraadt zich; vouw maar
 
je zakdoek van vanmiddag open -
 
 
 
je wilde zo graag de gekweekte
 
gele roos zien, niet achter glas,
 
hoe zij bij zo'n wind staande
 
blijft aan haar stok -
 
staat daar
 
in dun rood bloed geschreven.

Breuk

 
Het zilveren voetje
 
waarop vriendschap gaat
 
moet toch eens mank;
 
 
 
tussen de scherven
 
millefiori die dat laat
 
is er éen glanzender -
 
 
 
een stukje blauwgroen glas
 
dat snijdt, vergiftigt -
 
vriendschap die niet overgaat.

Elegie

 
Wat een jonggestorven vader
 
z'n kind zou kunnen influisteren,
 
wat de wind opwaait, met donker
 
neerlegt op de stoep, wij afluistren.
 
‘draagt ze nog die oranje rok,
 
je moeder, draagt haar een ander?’
 
ach de wind brengt over maar verknipt
 
de boodschap, éen geel blad na 't ander.
[p. 28]

Malacosóma Neustria

 
De eerste decade juni
 
met grijsgroen dorstig weer
 
kwamen ze uit - zoals verwacht
 
maar ik was doodgelukkig.
 
 
 
het waren nieuwelingen
 
voor mij: lasiocámpidae
 
of een ondersoort daarvan,
 
oude liefde opnieuw.
 
 
 
- zacht lijf, koffiekleurige
 
dikke leeuwtjes maar koffie
 
met veel zoete melk,
 
heel lief maar zonder tong -
 
 
 
ik kon niet weten
 
dat het weerbericht regen wilde
 
die elfde juni - had ik ze
 
anders van mijn naald gered?
 
 
 
ik wist alleen dat de vrouwtjes
 
groter waren, langer leefden,
 
en dat de copula kortstondig
 
was daar in het gras.
 
14 juni

Árctia Cája

 
Grote bruine beer, graaf zeppelin
 
onder jouws gelijken,
 
geboortig uit mark
 
brandenburg -
 
 
 
grote beer, de thorax bruin
 
met rose kraag, een trui
 
zoals nog nooit -
 
 
 
beer, sentimenteler
 
nog dan sokken -
 
 
 
ik heb je lief zoals
 
een amateur dat doet - want wie
 
ziet rosamunde in een dikke jongen
 
die niet kan dansen, laat staan vliegen?
 
15 juni

Smerínthus populi

 
We hadden onze grauwe dode
 
te drogen gelegd in de zon -
 
duidelijk pijlstaart duidelijk
 
verdronken in de pan water
 
voorbij het keukenraam -
 
 
 
de tegel werd voorzichtig nat
 
en de drenkeling steeds meer
 
dat grijs populierenblad
 
waarvan hij kwam -
 
 
 
hij leek een kleine kale draak
 
(niet dood maar slapend) met witte
 
maantjes op de vleugels -
 
 
 
hij leek op christus triomphator
 
schaamrode blos opzij -
 
 
 
en koos mijn vinger om te zitten.
 
30 juni