|
|
|
| |
| | | |
Wilfred Smit
Nagelaten gedichten*
Bij een verjaardag
meegebracht - ze geloven niet
nog iemand anders de blauwgroene
ruit van Schotland op een das;
dan zowat opgespaarde verlegenheid,
misschien de kleur van sherry
heel aandoenlijks als een vrind.
| |
Aan een zwaar zieke
Verkoudheid aan een open venster
opgedaan verraadt zich; vouw maar
je zakdoek van vanmiddag open -
je wilde zo graag de gekweekte
gele roos zien, niet achter glas,
hoe zij bij zo'n wind staande
in dun rood bloed geschreven.
| |
Breuk
een stukje blauwgroen glas
vriendschap die niet overgaat.
| |
Elegie
Wat een jonggestorven vader
z'n kind zou kunnen influisteren,
wat de wind opwaait, met donker
neerlegt op de stoep, wij afluistren.
‘draagt ze nog die oranje rok,
je moeder, draagt haar een ander?’
ach de wind brengt over maar verknipt
de boodschap, éen geel blad na 't ander.
| |
| | | |
Malacosóma Neustria
met grijsgroen dorstig weer
kwamen ze uit - zoals verwacht
maar ik was doodgelukkig.
of een ondersoort daarvan,
- zacht lijf, koffiekleurige
dikke leeuwtjes maar koffie
heel lief maar zonder tong -
dat het weerbericht regen wilde
die elfde juni - had ik ze
anders van mijn naald gered?
ik wist alleen dat de vrouwtjes
groter waren, langer leefden,
en dat de copula kortstondig
| |
Árctia Cája
Grote bruine beer, graaf zeppelin
grote beer, de thorax bruin
een amateur dat doet - want wie
ziet rosamunde in een dikke jongen
die niet kan dansen, laat staan vliegen?
| |
Smerínthus populi
We hadden onze grauwe dode
te drogen gelegd in de zon -
duidelijk pijlstaart duidelijk
verdronken in de pan water
de tegel werd voorzichtig nat
en de drenkeling steeds meer
hij leek een kleine kale draak
(niet dood maar slapend) met witte
maantjes op de vleugels -
hij leek op christus triomphator
en koos mijn vinger om te zitten.
|
*De gedichten ‘Bij een verjaardag’, ‘Elegie’, ‘Breuk’ en ‘Aan een zwaar zieke’ dateren uit de periode 1960/61. De drie ‘vlindergedichten dateren uit 1971.
|
|