| close shot: |
‘close-up’ van een voorwerp |
| close-up: |
opname van nabij, waarbij bijvoorbeeld alleen een hoofd het beeld vult |
| crane-shot: |
camerabeweging vanaf een ‘kraan’ |
| cross cutting: |
het afwisselend vertonen van gebeurtenissen die zich op verschillende plaatsen gelijktijdig afspelen |
| cut: |
zie schnitt |
| cutter: |
degene die de montagewerkzaamheden aan een film verricht |
| dolly: |
camerawagen |
| establishing shot: |
inleidende totaalopname waardoor men een overzicht krijgt van de plaats van handeling en de opstelling van de personages |
| flash-back: |
overgang naar een episode die in het verleden ligt ten opzichte van het tijdstip waarop de handeling zich tot dan toe afspeelde |
| flash-forward: |
idem als flash-back naar een toekomstig tijdstip |
| freeze frame: |
‘bevriezen’ van de handeling door middel van een laboratoriumingreep waarbij een enkel beeld uit een instelling vele malen achtereen wordt afgedrukt |
| harde schnitt: |
duidelijk opvallende schnitt, in beeld of geluid |
| inrijder: |
rijder waarbij de camera zich in de richting van het onderwerp beweegt |
| insert: |
in een speelfilmhandeling ingevoegd beeld van een meestal niet bewegend object, bij voorbeeld een klok, een brief |
| instelling (shot): |
ononderbroken opname |
| invloeier: |
instelling die zwart begint en binnen hoogstens enkele seconden tot normale helderheid komt |
| iris-effect: |
procédé waarbij het beeld van buiten naar binnen verduistert of van binnen naar buiten helderder wordt |
| jump cut: |
spring-effect, verkregen door het halverwege een instelling wegsnijden van een aantal beeldjes |
| long shot: |
instelling die is opgenomen van enige afstand of met een wijde beeldhoek; in een long shot kunnen meerdere personages ten voeten uit zichtbaar zijn |
| medium shot: |
opname van tamelijk nabij, waarbij eventuele acteurs ongeveer van hoofd tot middel getoond kunnen worden |
| overvloeier: |
beeldovergang waarbij binnen hoogstens enkele seconden een beeld geleidelijk verduistert terwijl het erop volgende in helderheid toeneemt |
| pan (panning, panorama): |
het om zijn as bewegen van de camera; het resultaat is een camerabeweging in het horizontale vlak |
| real time (= reële tijd): |
de vertoonde film duurt even lang als hetgeen zich voor de camera heeft afgespeeld; de tijd is dus niet - zoals gebruikelijk - uitgerekt of gecomprimeerd |
| rijder: |
opname gemaakt met rijdende camera |
| schnitt: |
beeldovergang zonder vloeier, tijdens de montage tot stand gebracht door twee instellingen achter elkaar te plakken |
| shwish-pan: |
zeer snelle horizontale camerabeweging (zwieper) |
| shot: |
zie instelling |
| stop-motion: |
effect waarbij beweging wordt gesuggereerd in enkelbeeldopnamen; voor ieder op te nemen beeldje worden de te filmen objecten telkens min of meer subtiel verplaatst |
| tilt: |
idem als pan, met als gevolg een ‘verticale camerabeweging’ |
| time-lapse-fotografie: |
het maken van enkelbeeld-opnamen met grote tussenpozen om een langzame beweging, bij voorbeeld het groeien van een plant, sterk versneld weer te geven |
| travelling: |
zie rijder |
| tussenshot: |
(meestal korte) instelling waarin een detail wordt getoond dat zich in het algemeen in dezelfde ruimte bevindt als de hoofdhandeling |
| uitvloeier: |
beeld dat binnen hoogstens enkele seconden verduistert |
| vloeier: |
verzamelnaam voor in-, uit- en overvloeiers |
| zoom: |
vernauwing of verwijding van het beeld met behulp van een zoomlens, een lens met variabele beeldhoek |