De Revisor. Jaargang 1


auteur: [tijdschrift] Revisor, De


bron: De Revisor. Jaargang 1. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1974


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 96]

Verklarende woordenlijst

close shot: ‘close-up’ van een voorwerp
close-up: opname van nabij, waarbij bijvoorbeeld alleen een hoofd het beeld vult
crane-shot: camerabeweging vanaf een ‘kraan’
cross cutting: het afwisselend vertonen van gebeurtenissen die zich op verschillende plaatsen gelijktijdig afspelen
cut: zie schnitt
cutter: degene die de montagewerkzaamheden aan een film verricht
dolly: camerawagen
establishing shot: inleidende totaalopname waardoor men een overzicht krijgt van de plaats van handeling en de opstelling van de personages
flash-back: overgang naar een episode die in het verleden ligt ten opzichte van het tijdstip waarop de handeling zich tot dan toe afspeelde
flash-forward: idem als flash-back naar een toekomstig tijdstip
freeze frame: ‘bevriezen’ van de handeling door middel van een laboratoriumingreep waarbij een enkel beeld uit een instelling vele malen achtereen wordt afgedrukt
harde schnitt: duidelijk opvallende schnitt, in beeld of geluid
inrijder: rijder waarbij de camera zich in de richting van het onderwerp beweegt
insert: in een speelfilmhandeling ingevoegd beeld van een meestal niet bewegend object, bij voorbeeld een klok, een brief
instelling (shot): ononderbroken opname
invloeier: instelling die zwart begint en binnen hoogstens enkele seconden tot normale helderheid komt
iris-effect: procédé waarbij het beeld van buiten naar binnen verduistert of van binnen naar buiten helderder wordt
jump cut: spring-effect, verkregen door het halverwege een instelling wegsnijden van een aantal beeldjes
long shot: instelling die is opgenomen van enige afstand of met een wijde beeldhoek; in een long shot kunnen meerdere personages ten voeten uit zichtbaar zijn
medium shot: opname van tamelijk nabij, waarbij eventuele acteurs ongeveer van hoofd tot middel getoond kunnen worden
overvloeier: beeldovergang waarbij binnen hoogstens enkele seconden een beeld geleidelijk verduistert terwijl het erop volgende in helderheid toeneemt
pan (panning, panorama): het om zijn as bewegen van de camera; het resultaat is een camerabeweging in het horizontale vlak
real time (= reële tijd): de vertoonde film duurt even lang als hetgeen zich voor de camera heeft afgespeeld; de tijd is dus niet - zoals gebruikelijk - uitgerekt of gecomprimeerd
rijder: opname gemaakt met rijdende camera
schnitt: beeldovergang zonder vloeier, tijdens de montage tot stand gebracht door twee instellingen achter elkaar te plakken
shwish-pan: zeer snelle horizontale camerabeweging (zwieper)
shot: zie instelling
stop-motion: effect waarbij beweging wordt gesuggereerd in enkelbeeldopnamen; voor ieder op te nemen beeldje worden de te filmen objecten telkens min of meer subtiel verplaatst
tilt: idem als pan, met als gevolg een ‘verticale camerabeweging’
time-lapse-fotografie: het maken van enkelbeeld-opnamen met grote tussenpozen om een langzame beweging, bij voorbeeld het groeien van een plant, sterk versneld weer te geven
travelling: zie rijder
tussenshot: (meestal korte) instelling waarin een detail wordt getoond dat zich in het algemeen in dezelfde ruimte bevindt als de hoofdhandeling
uitvloeier: beeld dat binnen hoogstens enkele seconden verduistert
vloeier: verzamelnaam voor in-, uit- en overvloeiers
zoom: vernauwing of verwijding van het beeld met behulp van een zoomlens, een lens met variabele beeldhoek

samenstelling: Anton Haakman