[p. 1]
[Historie van den ridder metter swane]
[p. 2]
[Prologe.]
E
En gemeen seggen ist onder leken ende klercken,
Godt is almacgtich wonderlijck in zijn wercken,
Ende laet veel dinghen dagelijcx geschien,
Gelijc in voorleden tijden is gesien
Vanden Ridder metten Swane die wonder dede
Die twee campen vacht wilt dit doorwien
1)
,
Als ridder valiant, dat is waerhede:
Den eersten die vacht hy verstaet de sede,
Om zijn moeder te houdene in haer eere
Die van quade stucken was beschadicht
2)
,
Welcken camp hy wan: en voort meere,
Den anderen kamp vacht de edel heere
In Gelderlandt de bloeme der landen,
Daer hy mede wan ten selven keere
Thertochdom van Biloen selfs metten handen,
Twelc hy behouwde vryloos van schande
Alzoo men u hier noch sal verklaren,
Inde navolgende historie opent u verstanden
Twort een
3)
der droever herten beswaren
Warachtich geschiet, dus zonder sparen,
Doorsiet de historie reyn ende bequame,
Vreucht sal u int hooren van desen varen,
Also ghy sult segghen vrienden eersame,
Lange prologen zijn van kleynder vrame
4)
,
Maer lange maeltijden worden meer ghepresen,
Dus is de historie te lesen dan het
5)
bequame
Dan inde prologe te studeren, dus laet dat wesen
Ende oversiet de historie volgen
6)
na desen.
1)
Doorvorschen
2)
Lees waarschijnlijk: beschede; in elk geval is de tekst bedorven
3)
De latere drukken hebben: een bate
4)
Nut
5)
Lees: bet, d.i. meer
6)
Lees met de latere drukken: volgende