A
aarde, doel van schepping der - 96, 97 grootte 97 hoger dan de zee 143, rond 111
afgod 31, 32, 63, 73-75, 225, 226
Antichrist (Antkerst) 218, 219
ark 30, 85, 100, 101, 177, 178, 205
arm en rijk 64, 82, 84, 95, 96, 121, 126, 189, 195
B
barmhartigheid 65, zie ook Gods b.
begeerte, kwade - 149, 150
behaard, waarom is de mens - 168
bergen, ontstaan van - 100
beroemen, zich - op zonden 181, 183
bevolking, toenemende - 211
bidden 119, 120, 166, 199, 212
blijdschap 165, 166, de grootste 117, waardoor ontstaat 142, der zaligen 174, 175, der wereld 178, 179
bronnen 99, 100, 110, 111
bij (de edelste ‘vogel’) 204
D
dankbaarheid van armen en rijken 195
dier, langstlevend 70, schoonste 204, goedertierenste 204, verstandigste 205, ziel van - 71, - doden 179, medelijden met 179, getalverhouding van mens en - 113
dood, soorten van 48, 52; onontkomelijk 89; 135, 164
droefheid om gestorvenen 198
E
eigen mening, kan men - vertrouwen 155
eigenschappen van adem 55, bloed 54, 55, 153, 169, duivels 41, 42, 171, engelen 41, 42 170, 171, firmament