[p. 224]

TERECHTWIJZING.

In de Taalgids, 1e jaargang, bl. 120 vindt men van de hand des Heeren B. Scholten een klein opstel over de uitdrukking tabak drinken. Tot beter verstand van de zaak, zullen wij de woorden zelven van den schrijver aanhalen, om naar aanleiding daarvan eenige aanmerkingen te maken.

‘Dat men in sommige streken van Duitschland de uitdrukking Taback trinken bezigt voor rooken, kwam menigen Hollander (Nederlander?) zeer vreemd voor, zoo als mij dikwijls gebleken is; bij verder nagaan van de eigenlijke beteekenis van het woord trinken verminderde wel die bevreemding, doch men gaf nooit gereedelijk toe, dat de uitdrukking tabak drinken ooit (!!) bij ons in gebruik zou geweest zijn.’

Hierop brengt de Heer Scholten, ter bevestiging dat het wel in gebruik is geweest, een enkel voorbeeld bij uit een Articulbrief, en is door dat voorbeeld als verrast en veronderstelt dat hij met de vermelding daarvan den een of anderen beoefenaar onzer taal eene dienst doet, en sluit zijn opstel met te zeggen: ‘Ik herinner mij niet dat iemand op de uitdrukking Taback drinken gewezen heeft.’

Bescheidenlijk vraag ik wie de schrijver door het woord men, in de uitdrukking ‘doch men gaf nooit gereedelijk toe, enz.’ kan bedoeld hebben? Waar vindt men het ergens uitgedrukt, dat tabak drinken nooit bij ons in gebruik zou geweest zijn?



[p. 225]

Een taalgeleerde of taalonderzoeker kan er zeer zeker niet door bedoeld zijn, want ieder, die slechts eenige schrijvers der 17de, ja zelfs der 18de eeuw gelezen heeft, weet, dat die uitdrukking zoo menigmaal voorkomt, dat er niet aan te twijfelen valt, of zij is algemeen geweest. Slaan wij, ter bevestiging hiervan, op: J. van Beverwyck, Schat der gesontehyt, 1663, bl. 178, a., daar leest men:

‘Dewijl wy nu van allerhande dranck gesproken hebben, soo en sal niet ondienstigh wesen, hier een weynigh by te voegen van den Taback, die wy mede in onse tale seggen te drincken.’

Eenige regels verder, in kolom b, lezen wij: ‘De Taback moet des morgens gedronken werden,’ en: ‘So heb ick onder andere een man in dese stadt gesien, die alle daegh gewent was in de twintigh pijpen te drincken.’

Slaat men de werken van Cats, op, ook daarin vindt men de uitdrukking tabak drinken, b. v. in de volgende regels:

 Al heeft matroos alleen een pijp taback gedroncken,
 Hy krijgt een vrolijck hert als waer hem wijn geschonken.

Uitg. Diederichs, 1828, I, 56, a. do. van 1726, I, 27.

Ook bij Bredero, om geene andere schrijvers te noemen, vindt men:

 Hy drinckt te veel Toeback.

Kl. v. d. Molenaer, bl. 3.

 Loopt inde Taback-huysen, wil jy taback leggen en drincken.

Griane, bl. 1.

Wat hierbij nog vermelding verdient is, dat de Maleiers op Java voor rooken dezelfde uitdrukking, namelijk mienom roko (sigaren drinken) nog heden ten dage, en geene andere daarvoor gebruiken.

Verder moet ik nog aanmerken, dat in het Woordenboek op de Gedichten van Bredero, op bl. 93 en 386, wel degelijk op deze uitdrukking gewezen wordt.

Leiden, Mei 1859.

A.C. Oudemans.