IETS OVER HET WOORD VOOROORDEEL.Antwoord op vraag 11: ‘Er bestaat verschil in de uitspraak van het woord vooroordeel; in den dagelijkschen omgang spreekt men van menschen met vooróórdeelen behebd, sommige redenaars waarschuwen niet zelden tegen vóóroordeelen. Welke uitspraak is de ware?’
Ons vooroordeel en het hoogd. Vorurtheil zijn naar
alle waarschijnlijkheid letterlijke, doch eenigzins mislukte, vertalingen van
het lat. praejudicium. Het werkwoord praejudicare, waarvan
praejudieium is afgeleid, beteekent: voorloopig oordeelen, uitspraak
doen. Een praejudicium is diensvolgens een oordeel, vonnis of gewijsde,
hetwelk na nader onderzoek door een ander oordeel gevolgd, bekrachtigd,
vernietigd of gewijzigd wordt; derhalve: een oordeel, dat niet volkomen geldig
is. Het bijdenkbeeld van ongeldigheid was oorzaak, dat praejudicata opinio en later ook praejudicium eene ongunstige beteekenis kregen, namelijk die van gevoelen, oordeel, dat op geene goede gronden steunt; oordeel, hetwelk het gevolg niet is van een naauwgezet onderzoek, toereikend om de zaak, die het betreft, behoorlijk te leeren kennen. De gedachte aan een later, naauwkeuriger onderzoek en een daarop gegrond, juister oordeel, verviel daarbij geheel; en daarmede verloor het voorvoegsel prae (voor) in dit woord alle kracht. Het was waarschijnlijk in de laatste beteekenis, die van ongegronde meening, ongegrond gevoelen, dat praejudicium bij ons vertaald is door voor-oordeel; mij althans zijn geene voorbeelden bekend, die bewijzen, dat dit woord ooit in den oorspronkelijken en eigenlijken zin van prae-judicium gebezigd is; onze rechtspleging gaf waarschijnlijk geene aanleiding tot dat gebruik. Het letterlijke overbrengen van prae door voor was derhalve een misslag, en voor moet daarom geacht worden hier zijne beteekenis geheel verloren te hebben. Het kan derhalve alleen beschouwd worden als een onderscheidingsteeken, dienende om vooroordeel uiterlijk van oordeel in het algemeen te onderkennen. Deze omstandigheid, dat voor hier volstrekt geene kracht meer heeft, is ongetwijfeld de voornaamste oorzaak, dat het den klemtoon òf nooit gehad, òf dien verloren heeft, en daaruit blijkt tevens, dat de uitspraak: vóóroordeel, die men in sommige provinciën wel eens op den kansel hoort, niet slechts tegen het heerschende gebruik aandruist, maar ook minder juist en daarom geheel verwerpelijk is, namelijk in den gewonen zin van ongegronde meening. Vóóroordeel zou alleen dan goed, en juist de gepaste bewoording zijn, wanneer men praejudicium in zijne eigenlijke en oorspronkelijke beteekenis in onze taal moest overbrengen. L.A. te Winkel. |