II.
Vondels Palamedes
(Vondels Werken. Uitg. van Mr.
J. Van Lennep. Dl. II, bl. 383 vlg.).
Men zal geëffent sien, en tot den grond geslecht
't Hof van Laömedon, en dees benyde vesten:
Als Inachus geslacht, die 't kryghsvolk geeft ten besten,
Dat overwinner noch, den tienden zomer, zal
De Goon verschricken met soo eysselijck een val.
‘Die:’ zegt
Van Lennep in zijne Aanteekening, ‘niets
wettigt deze geslachtsverandering. Geschiedde het welligt om het stootende van
het geknotte 't na de t van dat te vermijden, zoo had het
lidwoord van krijgsvolck even goed kunnen wegblijven.’
Het komt ons voor, dat de geleerde uitgever hier geheel uit het
spoor geraakt is; misschien wel door de snede, die in zijne uitgave abusivelijk
(wij toch vinden haar niet in de oudere van 1707
1) achter Als Inachus
geslacht ingeslopen is. Die kan hier onmogelijk door
Geslachtsverandering voor dat staan. Bij zoodanige opvatting zoude het
onderwerp Inachus geslacht geen predikaat hebben. De zin der aangehaalde
regels komt eenvoudig hierop neder: ‘Het hof van Laömedon en de
benyde stad zullen tot den grond toe verdelgd worden, als de Grieksche
aanvoerders die (hof en stad) ten prooi geven aan de willekeur van en de
vernieling door het krygsvolk, dat enz.’
Nijmegen.
Dr. J.J. van der Kloes.