De Taalgids. Jaargang 1


auteur: [tijdschrift] Taalgids, De


bron: Dr. A. de Jager en Dr. L.A. te Winkel (red.), De Taalgids, Tijdschrift tot uitbreiding van de kennis der Nederlandsche taal, Eerste jaargang. C. van der Post Jr., Utrecht 1859.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 228]

In hand gaan.

Deze uitdrukking bezigt Maerlant, in zijnen Spiegel Historiaal, D. IV. bl. 268. Er is daar melding van een' oorlog van Arthur tegen de Romeinen. Van de wederzijdsche legerbenden zegt de schrijver:

 
Sona quamen si met desen,
 
Dat elc mochte openbare
 
Ane scouwen sanders scare
 
Ende hem die scuttren onder schoten
 
An beeden ziden vander roten.

Zij lagen zoo digt in elkanders nabijheid, dat zij elkaâr konden zien en de schutters elkander beschieten. Maer (vervolgt hij)

 
Maer die auent ginc in hant.
 
Men slouch tenten daer int sant
 
En beiden der dagheraet.
 
Des maerghens, als de zonne upgaet,
 
Ghereeddem menech man te stride.

Dr. Halbertsma, in zijne Aanteekeningen op dit Deel, bl. 221, verklaart die auent ginc in hant door: de avond ging te loor, zonder iets uit te rigten. Deze verklaring schijnt niet zeer natuurlijk. Het verband der plaats doet eerder denken aan: de avond viel, brak aan, ving aan of iets dergelijks. Door aan de uitdrukking in hand gaan op deze wijze eene tijdsbepaling toe te kennen, blijft men binnen den kring

[p. 229]

der beteekenissen, die aan zegswijzen van de hand ontleend, meermalen eigen zijn. Men denke aan: op handen zijn voor: nabij zijn; te hand voor: nu, tegenwoordig, en andere.

Wat Maerlant van den avond zegt, leest men in den Lancelot van den nacht, en wel in gelijksoortige omstandigheden, B. II. vs. 46927:

 
Si souden bliven optie cantele,
 
Ende worpen ute ten castele
 
Stene groet ende swaer,
 
Ende dreven den coninc achter daer
 
Van dien castele opt velt,
 
Daer si slogen haer getelt.
 
Binnen dien ginc die nacht in hant;
 
Ende die daer comen waren int lant,
 
Si slogen tenten ende paulione
 
Ende logierden in dat grone.

d. i. binnen dien of intusschen ving de nacht aan. Dat de nacht niet ‘te loor ging zonder iets uit te rigten’, blijkt uit het vervolg der historie, waar men integendeel verneemt, dat hij door de krijgslieden zeer ten nutte werd aangewend. Dus (leest men er):

 
Dus waren si snachs inden casteel
 
Sonder spel ende enech riveel.
 
Si hidden hen te gadere vaste
 
Alse vrome liede ende gode gaste.
 
Si aten ende dronken dat hen bequam.
 
Ende talre irst dat men vernam
 
Dat der dageraet naecte,
 
Daer ne was nieman die vaecte.

A. d. J.