Bestemmen.In den Volksalmanak voor het jaar 1862, uitgegeven door de
Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen, treft men, nevens andere
onderhoudende en fraaije bijdragen, een stukje aan, dat, uit eene geleerde en
geestige pen gevloeid, bij het leerzame van den inhoud, de verdienste bezit van
te dezer tijd zeer ter snede te komen. Ik bedoel het vertoogje van den
Hoogleeraar Dr.
Jonckbloet, ten opschrift voerende: Taal en
gezond verstand. Zonder namen te noemen drijft de daartoe wel bevoegde
schrijver den spot met een aantal verkeerde uitdrukkingen en kwalijk gebezigde
woorden, die heden ten dage, zoo in rijm als proza, maar al te dikwijls
aangetroffen worden. Vele daarvan zijn ons uit Duitschland overgewaaid en,
indien zijn bestek het hem veroorloofd had, zoû misschien de Hoogleeraar de door hem opgegevene nog wel met andere (gelijk b.v. deelname, inbeslagname, overname enz. 1) ) vermeerderd hebben. Doch, zoo als zij daar ligt, is waarlijk de zondenlijst reeds groot genoeg, en ieder, die de vaderlandsche taal op prijs stelt, zal den bekwamen en puntigen schrijver, aan wien onze letterkunde reeds zooveel verpligting heeft, dankzeggen voor zijne behartigingswaardige opmerkingen en teregtwijzingen. Terwijl wij voor ons dit hier gaarne doen, kunnen we nogtans niet verzwijgen, dat, naar het ons voorkomt, er onder de menigte te regt afgekeurde woorden en spreekwijzen één woord geplaatst is, dat een beter lot verdiende. Wij vermeenen, namelijk, met bescheidenheid, dat het geheugen van den geëerden schrijver (wien speelt het niet wel eens parten!) hem een oogenblik ontrouw geweest is, toen hij, op bl. 33 het woord bestemmen aanroerende, in eene aanteekening het navolgende aanstipte: ‘Dezen regel uit den Cinna van Corneille: Que Rome se déclare ou pour ou contre nous … vertaalt Bilderdijk (uitg. Kruseman, IV dl. bladz. 149) aldus: Of Rome ons feit bestemme of als verraad beschouw … ‘Hij dacht blijkbaar aan het hoogd. beistimmen. ‘Maar bij ging niet in de maat! Doch bij is immers in zamenstelling meestal verdund tot be, en daarom dan ook maar hier bestemmen!’ Zeker, indien onze groote dichter bij de vertolking van den aangehaalden regel zoo geredeneerd had, zouden we moeten veronderstellen, dat, ten behoeve van de maat, dit ook op vele andere plaatsen waar bestemmen voor adsentire, comprobare geldt, door hem was geschied. Zoo lezen we, b.v. Treurspelen, Dl. I. bl. 12. |
1) Ook de barbaarsche woordschikkingen: hoe
zij schoon is! en hoe schoon zij is? voor hoe schoon is zij!
die men tegenwoordig niet zelden aantreft bij hen, die het voorbeeld van zuiver
hollandsch schrijven behoorden te geven, hadden dan met billijke afkeuring
kunnen worden aangeteekend.
|
- Wij bestemmen Winterbloemen, Dl. I. bl. 48. ‘Bestemt uw boezem dit -?’ Krekelzangen, Dl. II. bl. 121. ‘En wie die dolheid niet bestemt -,’ en bl. 182. ‘'k Bestem of wraak ze geen van al.’ Najaarsbladen, bl. 71. ‘Uw hart bestemt wat onze mond belijdt.’ Avondschemering, bl. 7. ‘ô Dat mijn hart zijn wensch volmondig mocht bestemmen.’ Nasprokkelingen, bl. 136. Almachtige, die uit benaauwdheên redt; Wie nog meer voorbeelden van denzelfden aard mogt verlangen, kan die vinden in de Ondergang der eerste wareld, bl. 150, de Dieren, bl. 16, Oprakel., bl. 116, Zed. Gispingen, bl. 75, Mengelingen, Dl. IV. bl. 5, enz. Intusschen zoû het vreemd genoemd mogen worden, dat hij, die zich anders nog al bedreven in de versificatie getoond heeft, zoo dikwijls met de maat verlegen - en daardoor tot de veronderstelde vrijheidneming verlokt ware geweest. Dit is dan ook het geval niet. Bilderdijk heeft ter aangehaalde plaatsen het woord bestemmen gebruikt in den echtnederduitschen zin van Comprobare, adsentire, suffragari, vocem in favorem alicujus dare, in welken het te vinden is, bij Kiliaan, Plantijn en ook menigmaal bij Vondel, wiens poëzij op die van B. zulk een merkbaren invloed gehad heeft. Wij laten hier eenige voorbeelden uit Vondel volgen: Virgil. in Onrijm. (uitg. v. 1646), bl. 124 reg. 16. ‘Elck bestemde 't -.’ (het Latijn heeft: (Aen. II. v. 130) ‘Adsensere omnes’). bl. 354, reg. 20. ‘Dit sprack hij, en al te zamen bestemdenze dit uit eenen mont.’ (in 't Latijn: Aen. XI. v. 132. ‘Dixerat haec, unoque omnes eadem ore fremebant’). Ovid. Herschepp. (uitg. v. 1671), bl. 11. reg. 1. ‘- de zommigen bestemmen (in 't Latijn: Met. lib. I. v. 244. ‘Dicta Jovis pars voce probant -’). bl. 22, reg. 22. - het knikken van den tak (Met. lib. I. v. 566, 567. ‘- factis modo laurea ramis Adnuit -’). bl. 151, reg. 31. ‘Zoo gij, godin, dit slechts bestemt met uwen wil.’ (Met. lib.v. v. 527. ‘Tu modo, Diva, velis -’). bl. 452, reg. 13-15.
(Met. lib. XIV. v. 592, 593. ‘Adsensere Dei: nec conjux regia vultus Immotos tenuit; placatoque adnuit ore’). Wij zouden deze bewijsplaatsen nog met vele andere vermeerderen kunnen, (zie b.v. Vondel's Poëzij, uitg. v. 1682 Dl. I. bl. 665, reg. 13, bl. 748, reg. 13, Dl. II. bl. 165, reg. 23, bl. 535, reg. 18) doch we meenen te mogen vertrouwen, dat de aangehaalde voldoende zijn om aan te toonen, dat, waar Bilderdijk het woord bestemmen in den zin van zijn stem tot iets geven, toestemmen, beamen, of goedkeuren gebruikt heeft, aan de taal geen geweld gedaan -, maar zuiver Nederduitsch geschreven is. Dit alleen was ons doel. Overigens hebben we voor het Vertoogje, dat een waar sieraad van het Jaarboekje is, niet dan lof en dank. Wij hopen, dat het door velen met vrucht gelezen zal worden!
A. Bogaers. |