De Taalgids. Jaargang 5


auteur: [tijdschrift] Taalgids, De


bron: L.A. te Winkel en J.A. van Dijk (red.), De Taalgids, Tijdschrift tot uitbreiding van de kennis der Nederlandsche taal, Vijfde jaargang. C. van der Post Jr., Utrecht 1863.


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 104]

Bladvulling.

Toevoegsel op het vertoog over de verhouding der sluitletters in verbogene en onverbogene vormen.

Als voorbeelden van de verwisseling der sluitletters in afgeleide vormen kunnen ook de woorden abt, proost, Brabant en klant dienen.

Abt is een Hebreeuwsch woord, doch door het kanaal van de Latijnsche kerktaal tot ons gekomen. Het luidt daar abbas, gen. abbatis, en heeft dus, evenals proost, lat. praepositus, eene t, die dan ook in de meerv, abten en proosten blijft. Dit heeft echter niet verhinderd, dat men in het Mnl. abedie zeide, waarvan wij abdij hebben gemaakt; en dien overeenkomstig zeggen wij ook abdis en proosdij, niet proost-dij.

Brabant is eene verminking van braakbant. Het laatste lid, bant, dat ook in Teisterbant, d.i. rechterbant, voorkomt, heeft eene t; gelijk o.a. door Mr. J. van Lennep overtuigend is bewezen. Het Latijn zegt Brabantia, maar Hollandia, Zeelandia, en de z in het Hd. Banz en Ohd. Destarbenzen, Teisterbanters, bevestigt de deugdelijkheid der uitspraak en spelling. In het Mnl. zei men dan ook regelmatig Brabanters. Later is de t verzacht in Brabanders, misschien om de analogie met Hollanders; en dit is thans nog de gebruikelijke vorm. De pogingen om Brabanter weder in te voeren zullen vooreerst nog wel schipbreuk lijden, evenzeer als elke poging om abtij en abtis in zwang te brengen zou blijken vruchteloos te zijn.

Omgekeerd is in klant de d van fr. chaland en mlat. chalandium tot t verscherpt; daarom luidt het meervoud klanten. En dit meervoud is voor ons de duidelijk hoorbare aanwijzing, dat wij in het enkelvoud klant eene t moeten schrijven; niettegenstaande in klandizie, fr. chalandise de d is gebleven.

 

L.A.t.W.