Vragen
1).
39. Moet men schrijven de beste of besten (meerv.)
van de koeijen; den bekwaamste of bekwaamsten (enk. 4 nv.) van
zijne broeders?
A.
40. Is het nuttig, dat men bij het lager onderwijs het woord
hoofdwoord gebruikt of niet?
J.A. v. D.
41. In den zin: het is pligt zijne naasten lief te hebben als
zich zelven wordt het onbepaald, en zijne naasten lief te hebben
als zich zelven bepaald onderwerp genoemd. Is het hier een bepaald
of een onbepaald voornaamwoord?
42. Bestaan er redenen, waarom men bij de werkwoorden
bedrijvend en onzijdig door transitief en
intransitief zoude vervangen?
43. In de Spraakleer van Dr. Brill worden zeven soorten van
voornaamwoorden opgenoemd; in de Handleiding van Dr. Kern maar zes,
omdat de bepalende van B. door K. tot de aanwijzende gebragt
worden. Welke wijze van doen verdient de voorkeur?
44. Is het waar, wat wel eens beweerd wordt, dat het voegwoord
omdat alleen wordt gebruikt, als de reden bekend is, en het voegwoord
dewijl, als de reden onbekend of plotseling opkomend is?