|
Vijfde jaargang (1863) |
| Blz. | |
| Prof. W.G. brill, Over de begrippen en voorstellingen, die ten grondslag liggen aan de woorden, welke volk, wereld, mensch beteekenen | 1 |
| Prof. W.G. Brill, Over de oorspronkelijke beteekenis van het zoogenaamde koppelwoord (zijn) en de wijze, waarop de eerste menschheid zich het worden en bestaan gedacht heeft | 13 |
| Prof. W.G. Brill, Over het onderscheid tusschen de woordorde van den oordeelenden en die van den wenschenden zin, alsmede over de kracht van wendingen in de orde der woorden | 18 |
| Prof. van Vloten, Aan de Redactie van 't Nederlandsche Woordenboek. | 37 |
| L.A. te Winkel, Nog iets over anders in de protasis van hypothetische zinnen | 43 |
| L.A. te Winkel, Je of jen? Antwoord aan Prof. J. van Vloten, op zijnen brief, voorkomende Taalgids IV, blz. 323 | 45 |
| L.A. te Winkel, Grammatische Hoofdstellingen. (Vervolg van Jaarg. IV, blz. 289-306) | 55 |
| J.A. van Dijk, Het zelfstandig naamwoord | 71 |
| L.A. te Winkel, Bakboord | 73 |
| L.A. te Winkel, Over de onderlinge verhouding der verbogene en onverbogene vormen van dezelfde woorden in de woordvorming en de spelling. | 78 |
| L.A. te Winkel, Duitsch, Nederduitsch, Nederlandsch, Friesch, Hollandsch. | 99 |
| L.A. te Winkel, Bladvulling. - Toevoegsel op het vertoog over de verhouding der sluitletters in verbogene en onverbogene vormen | 104 |
| Prof. W.G. Brill, Over de Naamvalsuitgangen; hun wezen en hunne beteekenis, hunne geschiedenis en de kritiek, aan welke zij onderworpen zijn geworden | 105 |
[p. VIII]
| Prof. W.G. Brill, Over den tongval der Nieuw-Nederlandsche Klassische Schrijvers | 123 |
| J.A. van Dijk, Beantwoording van eenige vragen | 134 |
| H. Molema , Nederderduitsche spreekwoorden. (Vervolg van blz. 288, 4e Jaarg.) | 145 |
| Prof. W.G. Brill, Over den grond van de verscheidenheid van klank in de vormen der ongelijkvloeijende werkwoorden | 190 |
| Prof. W.G. Brill, Hoe in onze taal vergoed is, wat door hef afslijten der naamvalsuitgangen was verloren | 203 |
| Prof. J. van Vloten, Brief aan den heer L.A. te Winkel | 221 |
| Mr. A. Bogaers, Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende | 225 |
| L.A. te Winkel, Over het begrip Letter, en de wijze, waarop de letters door de spraakwerktuigen gevormd worden | 233 |
| Prof. W.G. Brill, Het Gothische Vokaalstelsel | 273 |
| Prof. W.G. Brill, Over de wijzigingen, welke de Gothische Vokalen hebben ondergaan. - Over de klankwijziging en klankverschuiving in het algemeen. | 278 |
| L.A. te Winkel, Beer, beren en beeren | 289 |
| Prof. van Vloten, Boekbeschouwing | 296 |
| Zaakregister | 299 |
| Woordregister | 302 |
[p. 224]
DRUKFOUTEN IN No. 2.
Blz. 85 reg. 12 v.o. staat: sûnûnâs, lees: sûnûnâm,
Blz. 85 reg. 2 v.o. staat: nâs, lees: nâm;
Blz. 97 reg. 19 v.b. staat: wortel, lees: wortelletter.
[pagina 306]
ERRATA.
Blz. 7 reg. 15 van boven, macdyamalôkas, lees: madcyamalôkas.
Blz. 19 reg. 11 van onder, zij, lees: hij.
Blz. 43 reg. 12 van onder protatis, lees: profasis.
Blz. 97 reg. 18 van onder wortel, lees: wortelletter.
Blz. 126 reg. 18 van boven, verduitsch, lees: verduitscht.
Blz. 85 reg. 12 van onder, sûnûnâs, lees: sûnûnâm.
Blz. 85 reg. 2 van onder, nâs, lees: nâm.
Blz. 244 reg. 3 van onder, zèèr, lees: zéér.
Blz. 248 reg. 16 van onder, plaatste, lees: plaatse.
De errata zijn doorgevoerd in deze digitale editie.