EENE ONTLEDING.

Wanneer wij hulp behoeven, dan zoeken wij die bij de menschen; daarom is het goed dat wij onder menschen leven; want indien wij alleen waren, dan konden wij geene hulp bij anderen zoeken. (Anslijn, Aanleiding, blz. 35, No. 6).

Zinsontleding.

Samengestelde volzin, bestaande uit 3 zinnen, de tweede is aan den eersten verbonden door het redengevend voegwoord daarom, de derde aan de vorige door het redengevend voegwoord want.

De eerste zin is samengesteld en bestaat uit den hoofdzin dan zoeken wij die bij de menschen en den voorwaardelijken bijzin wanneer wij hulp behoeven.

De tweede zin is samengesteld en bestaat uit den hoofdzin

[p. 47]

daarom is het goed en den zelfstandigen bijzin dat wij onder menschen leven, het eigenlijke onderwerp van den hoofdzin.

De derde zin is samengesteld en bestaat uit den hoofdzin dan konden wij geene hulp bij anderen zoeken en den voorwaardelijken bijzin indien wij alleen waren.


1. Wanneer wij hulp behoeven Bepaling van zoeken.
a. wanneer Bepaling van behoeven.
b. wij Onderwerp.
e. hulp Bepaling van behoeven (lijdend voorwerp).
d. behoeven Gezegde.
2. dan Bepaling van zoeken.
3. zoeken Gezegde.
4. wij Onderwerp.
5. die Bepaling van zoeken.
6. bij de menschen Bepaling van zoeken.
1. daarom Bepaling van is goed.
2. is goed Gezegde.
3. het Onderwerp.
4. dat wij onder menschen wonen Onderwerp.
a. wij Onderwerp.
b. wonen Gezegde.
c. onder menschen Bepaling van wonen.
1. indien wij alleen waren Bepaling van konden.
a. indien Bepaling van alleen waren.
b. wij Onderwerp.
c. alleen waren Gezegde.
2. dan Bepaling van konden.
3. konden Gezegde.
4. wij Onderwerp.
5. geene hulp Bepaling van zoeken (lijdend voorwerp).
6. bij anderen Bepaling van zoeken.
7. zoeken Bepaling van konden.

 



[p. 48]

SPRAAKKUNSTIGE ONTLEDING.


Wanneer Voorwaardelijk Voegw.
wij Pers. Vnw. van den 1en Pers. Meerv. 1e nv.
hulp Gem. Znw. Vr. Enk. 4e nv.
behoeven Pers. Regelm. Gelvl. Bedr. ww. 1e Pers. Meerv. v. d. Teg. tijd der Aant. wijs.
dan  1)   Bijwoord.
zoeken Pers. Onreg. Gelvl. Bedr. ww. 1e Pers. Meerv. v. d. Teg. tijd der Aant. wijs.
wij Pers. Vnw. v. d. 1en Pers. Meerv. 1e nv.
die Aanw. Vnw. Vr. Enk. 4e vn.
bij Voorzetsel.
de Lidwoord Mannel. Meerv. 4e nv.
menschen Gem. Znw. Mannel. Meerv. 4e nv.
daarom  2)   Redengevend Voegw.
is Pers. Onr. Onz. ww. 3e Pers. Enk. v. d. Teg. tijd der Aant. wijs.
het Pers. Vnw. v. d. 3en Pers. Onz. Enk. 1e nv.
goed Bijv. nw. (naamwoordelijk gezegde).
dat Voegw.
wij Pers. Vnw. v. d. 1en Pers. Meerv. 1e nv.
onder Voorzetsel.
menschen Gem. Znw. Mannel. Meerv. 4e nv.
leven Pers. Regelm. Gelvl. Onz. ww. 1e Pers. Meerv. v. d. Teg. tijd der Aant. wijs.
want Redengevend Voegw.
indien Voorwaardelijk Voegw.
wij Pers. Vnw. v. d. 1en Pers. Meerv. 1e nv.

 

 1)  Dit woord staat op de grens van de bijwoorden en de voegwoorden. Ik breng het tot de bijwoorden, omdat het alleen nog eens wijst op hetgeen door den geheelen bijzin uitgedrukt wordt.
 2)  Wanneer men daarom een samengesteld bijwoord noemt, kan men daar goede gronden voor hebben, m.i., betere, dan die waarop men het tot de voegwoorden brengt.


[p. 49]


alleen Bijv. nw. (praedicatief).
waren Pers. Onreg. Ongvl. Onz. ww. 1e Pers. Meerv. v. d. Onv. Verl. tijd der Aant. wijs.
dan  1)   Bijwoord.
konden Pers. Onreg. Gelvl. Bedr. ww. 1e Pers. Meerv. v. d. Onv. Verl. tijd der Aant. wijs.
wij Pers. Vnw. v. d. 1en Pers. Meerv. 1e nv.
geene  2)   Lidwoord met de ontkennende g.
hulp Gem. Znw. Vr. Enk. 4e nv.
bij Voorzetsel.
anderen  3)   Onbep. Vnw. Zelfst. gebr. Meerv. 4e nv.
zoeken Pers. Onreg. Gelvl. Bedr. ww. Onbep. wijs.

 

 

J.A. van Dijk.

 1)  Zie de noot 1 op de vorige bladz.
 2)  Ander is afgeleid van and (tegen): de andere is de tegengestelde.
 3)  Die Lulofs' Kakographie gebruiken, zullen zich herinneren dat in het voorbeeld van stijl met verouderde woorden gesproken wordt van een vader, die negeen vaar kende. Vaar is vrees, en neg-een is de ontkenning van een (dus ons geen). Van dit ontkennende neg, dat van ne afgeleid is, hebben wij dus in niet, nooit, nergens, enz. het voorste - in geen het achterste deel. De eigenlijke zuivere ontkenning is ni, dat later verzwakt werd tot ne en vervolgens in en overging. Dit is de reden dat ik geen eveneens heb genoemd als ik een hier noemen zou.