[p. 317]

ZAAKREGISTER.

A uit ai ontstaan 25.
Achtervoegsels
   -aard en -erd 1 vlgg. 7.
   -aar en -er 7, 10.
   -fr. ard, ital. -ardo 3.
   -der, -ter 274.
   -ig 121, 202, 279.
   -rik 6, 107.
Afleiding van de
   achtervoegs. -aard en -erd 1 vlgg.
   -aar en -er 10.
   woorden begijn 55.
   broeder 276.
   deel (gedeelte) 312.
   deel (plank) 313.
   Dinsdag 23.
   dochter 277.
   geer 28.
   gerfkamer 28.
   God 12.
   moeder 275.
   oblie 137.
   ouwel 137.
   fr. tillac 314.
   vader 275.
   veil, veilig 33, 121, 200, 220.
   vlam (pluim) 30.
   vlijm 28.
   zoon 278.
   zuster 108, 277.
   zwager 109.
   zwezerik 103.
   woorden, waarin ch voorkomt, als lachen, kachel enz.
Aanteekeningen van verschillenden aard op de woorden en uitdrukkingen
   aan (kennis) 258.
   aanbestellen 259.
   aanbieden 259.
   aanbrallen 253.
   aangedaan 264.
   aangespoord 253.
   aanklauteren 267.
   aanmerken 260.
   aanslag 254.
   aanschennen 254.
   aanschieten 263.
   aanschreeuwen 261.
   deel (plank) 309.
   de vier eerste enz. 67.
   teelen, teilen 310.
   uitweiden 271.
   weeke (te - leggen) 285.
   woedig 279.
   zijpen, sijpelen 302, 316.
 
Beteekenis van
   abt 141.
   achtslaan 222.
   aflaat 132.
   afwinnen 305.
   bastaard 4.
   deel (plank) 313
   dillestein 315.
   doodzonde 198.
   geloof 212.
   grijsaard 4.
   heersch 289.
   malder 216.
   molter 215.
   multere 214.
   onverbeterlijk 203.
   onverscheiden 291.
   pronken 151.
   rechtevoort 292.
   rentje 303.
   rooken 145.
   smeeken 144.
   stok 147.
   vergissen 153.
   vermaal 148.
   verzetten 141.

[p. 318]


   vliem, onvliem 310.
   voorwerpen, 203.
   weren 155, 224.
   zingen 148, 218.
   zoeken 146.
   zwerven, zwerveling, zweven, zweveling 157.
 
Boekaankondiging
   van Brandt's Leven van de Ruiter. Eene bloemlezing. Een leesboek bij het onderwijs in de Nederl. taal enz. Door Dr. J. ten Brink 57.
   W.F. Carlebur, Practisch-Theoretische handleiding ter vervaardiging van opstellen in de moedertaal enz. 62.
   Dr. E. Verwijs, Nederlandsche Klassieken. Episodes uit Hoofts Nederlandsche Historiën 64
   J.H. van Dale, Beknopte Nederlandsche Spraakkunst, en
   J.H. van Dale, Beknopt leerboekje der Nederlandsche Spraakkunst 161.
Brievenbus.
   Brief van den Heer V.D. aan den Heer J.A. van Dijk, over uitdrukkingen als de vier eerste enz. 67.
 
Ch, hare oorspronkelijke uitspraak in het Latijn 183;
   waarom niet verdubbeld 183;
   uit welke woorden uitgestooten 188.
 
Definitiën
   van het zelfst. naamw. 162.
   lidwoord 165.
   bijvoegl. naamw. 165.
   persoonl. voornw. 166.
   werkwoord 167.
   voorzetsel 168.
   den 3den naamval 163.
   een samengesteld letterteeken 192.
 
E, zacht in deel (plank en dorschvloer) 311.
zwezerik 103 vlgg;
   scherp in geer, geeren, aalgeer 24.
   wees 31;
   de scherpe e (ee) stemt soms overeen met eene lange â, uit ai ontstaan 24.
 
Fransch (invloed van het -) op onze taal 112.
 
G, wel zachter, maar niet welluidender dan de ch 188;
   uit welke woorden uitgestooten 189;
   niet geschikt ter verdubbeling der ch 185.
 
J, overtollig achter de verlengde tweeklanken aai, ei, ooi, ui en oei 85; in Friesche werkwoorden 89.
 
Klemtoon
   op het zakelijke deel van een woord 44;
   verandert de beteekenis van een woord 45.
 
Latijn (invloed van het) op onze taal 111, 182.
Levensbericht van Dr. Max Muller 169.
 
Ng, (verkeerde uitspraak van) 117.
 
Ph, haar oorspronkelijke uitspraak in het Latijn 183.
 
Rijkdom der Nederlandsche taal 37
   in woorden 38;
   in figuurlijke uitdrukkingen 41.
 
Sch, eene opeenvolging van twee letters, geen samengesteld letterteeken 192.
Samenstellingen met het bijvoegl. naamw. hard 2.
Samengestelde letters, wat 192.
Spelling
   van kindsheid, kindschheid 241.
   vlijm 28.
   wees 31.
   zwezerik 103.
Spraakkunstige ontleding 46.
Spreekwoorden.
   aan de klok hangen 205.
   aanzien doet gedenken 208.
   al is een ouder nog zoo arm enz. 208.
   alle baantjes zijn smerig 209.
   alle baat helpt 209.
   alle baksels en brouwsels enz. 209.
   alle kijkers zijn geen koopers 209.
   als men van den duivel spreekt enz. 210.
   als de hemel valt enz. 210.
   als Paschen en Pinksteren op éénen dag komen 210.
   arme lui's pannekoek enz. 210.
   bekend als de bonte hond 211.
   dat is koorn op zijn molen 211.
   de druiven zijn zuur 213.
   een goed geloof en een kurken ziel 211.
   er kunnen veel makke schapen in één hok 213.
   Keulen en Aken zijn niet op éénen dag gebouwd 209.
 
Taal en spraak, wat 170.
   groei der taal 177.
   tijdvakken in de geschiedenis der taal 171.

[p. 319]


Taaleigen (Oost-Geldersch) 231.
   letterteekens 233.
   vergelijking met de Nederlandsche klanken 237.
   klankwijzigingen 294.
   klankverkorting 298.
Taalkunde, eene geschiedkundige en natuurkundige wetenschap 175.
Taalzuivering.
   abt 141.
   alsegers 49.
   mis bedienen 135.
   houden 136.
   vieren 136.
   er wordt bestaan 220.
Th, hare oorspronkelijke uitspraak in het Latijn 183.
Tongvallen, wat 179.
 
Uitspraak
   bij het zingen 115.
   van den naam Woedan (Wodan) 16, noot.
 
Verdubbeling
   der ch 181 vlgg.
   van sch 192.
Verlenging der tweeklanken aai, ei, ooi, enz. 81.
 
W, geene ingevoegde letler in nauwe, sneeuwen, eeuwen, enz. 99.
 
Zinsontleding 46.