VERDUURZAAMD.

Alwie van ons in den zomer van 1862 het voorrecht had de Londensche wereldtentoonstelling te bezoeken, zal zeker, indien hij een warm vaderlander is, met rechtmatigen trots terugdenken aan die statige rij van glazen cylinders, waarin een merkwaardig voortbrengsel van Nederlandsche kunstvlijt besloten was. Dat puikgewrocht onzer onvolprezen Eeuw was: verduurzaamd theebanket. Welk een lief zinnebeeld, niet waar? van den suikerzoeten geest, die alle volkeren der aarde bezielde! En, als men het wel beziet, welk een diepe zin lag er opgesloten in dat verduurzaamd! Was niet door de hooge vlucht der Nijverheid en door het invoeren van wereldtentoonstellingen, sedert 1851, de algemeene vrede ‘verduurzaamd?’ Indien wij nu reeds om deze redenen vurige bewonderaars zijn van ‘verduurzaamd theebanket,’ hoe opgetogen zullen we dan zijn, als we beseffen, dat het een nieuw woord is, nieuw en onvergelijkelijk, zooals wij allen zijn. Neen, bewondering en opgetogenheid zijn te zwak: waar wij in aanraking komen met de voortbrengselen

[p. 304]

der Nijverheid en met hare priesters, daar wijkt elk ander gevoel, of lost zich op in heiligen eerbied.

Doch laten wij onze vervoering eenigszins matigen, ofschoon het zwaar valt onze geestdrift in te toomen, als wij eenmaal aan het denken komen over katoenspinnerijen, stoomploegen, verduurzaamd theebanket, en de overige wonderen der Nijverheid.

Uit hetgeen wij naar aanleiding van ‘bekomzaam’ gezegd hebben, kan genoegzaam blijken, wat de beteekenis van duurzaam is. Iets is ‘duurzaam,’ als het ‘uit zijn aard’ lang duurt, goedblijft. ‘Duurzaam laken’ is ‘laken,’ dat ‘uit zijn aard lang duurt,’ niet gauw verslijt. Nu kan een ding, hetzij gegroeid of vervaardigd, uit zijn aard lang goedblijven, of van dien aard gemaakt zijn, dat het lang goedblijft; in dit geval heet zoo'n ding ‘duurzaam.’ Het kan ook juist het tegenovergestelde wezen, dus ‘niet duurzaam.’ Maar het is onmogelijk, dat één en hetzelfde ding ‘uit zijn aard’ lang duurt en te zelfder tijd niet lang duurt. Toch moest dit mogelijk wezen, wilde er een woord ‘verduurzamen’ mogelijk zijn. Wel kan men iets, dat ‘uit zijn aard’ spoedig bederft, door kunstmiddelen in het bederf stuiten. Wel kan men een jongen die ‘ uit zich zelf, uit zijn aard’ niet graag leert, door forsche middelen tot leeren dwingen, doch juist die kunstmiddelen in het eene, en de forsche middelen in het tweede, bewijzen dat het ding ‘uit zich zelf’ niet zou duren, dat de jongen ‘uit zich zelf’ niet zou leeren. Men kan derhalve geen laken, of geen theebanket, geen ‘blikjes’ ‘verduurzamen,’ evenmin als men een jongen kan ‘verleerzamen,’ of eenen verkwister kan ‘ verspaarzamen.’

 

Het komt mij voor, dat de twee geluiden ‘bekomzaam’ en verduurzaamd recht goed in elkaars gezelschap passen, en daarom heb ik beide te gelijk behandeld. Beide zijn machinaal voortgebracht, hetgeen iets ongemeen aantrekkelijks aan die geluiden moet geven voor een ieder, die de duizelingwekkende hoogte

[p. 305]

onzer hedendaagsche beschaving naar waarde weet te schatten. De uitvinders dier klanken kwamen zoo dicht als mogelijk bij 's menschen bestemming, welke volgens de apostelen van het meest ontwikkelde standpunt is: een machine te worden. Het is waar, we zijn nog ver van dat ideaal af, doch het is, in afwachting, troostrijk te ontwaren, dat er ten minste eenigen leefden of leven, die gelijk zijn aan eene machine, even gedachteloos, even stom.

Tevens heb ik mijn best gedaan om aan te toonen, dat men sommige taalkundige vraagstukken kan afwerken ook zonder veel gereedschap of hulpmiddelen. Wat ik gedaan heb, kan ieder mijner lezers even goed doen, indien hij niet tegen eenige oogenblikken nadenkens opziet.

 

H. Kern.