De taal- en letterbode. Jaargang 3


auteur: [tijdschrift] taal- en letterbode, De


bron: De taal- en letterbode. Jaargang 3. De erven F. Bohn, Haarlem 1872.


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Erratum.

Blz. 94 reg. 2 v.o., Hunsingoosche, lees: Hunsingosche.
Blz. 95 reg. 9 v.o., dreunen, lees: dreumen.
Blz. 96 reg. 11 v.b., golt, lees: gold.
Blz. 97 reg. 5 v.b., waling lees: maling.
Blz. 98 reg. 6 v.b., boes oppert ofjoage, lees: boesappert ofjoagen.
Blz. 98 reg. 14 v.o., zien, lees: ziin.
Blz. 98 reg. 12 v.o., toe lees: tou.
Blz. 99 reg. 5 v.b., zei doansde, lees: zai doansden.
Blz. 99 reg. 13 v.o., menneer, lees: meneer.
Blz. 102 reg. 1 v.b., Krent, lees: Kreut.
Blz. 103 reg. 12 v.o., wichien, lees: wichtje.
Blz. 104 reg. 1 v.o., Rent, lees: Reut.
Blz. 106 reg. 2 v.o., zos, lees: zös.
Blz. 107 reg. 5 v.o., Tipelzinnig, lees: Tipeltjen.
Blz. 109 reg. 7 v.b., moake, lees: moaken.
 
Blz. 146 reg. 5 v. onder lees: lovŭ.  
Blz. 147 reg. 1 v. boven lees:  

 
Glagola imŭ Simonŭ Petrŭ: idon rybu lovitŭ.’
 
Zeide hun Simon Petrus: ik ga visschen vangen.