Taal en Letteren. Jaargang 3


auteur: [tijdschrift] Taal en Letteren


bron: Taal en Letteren. Jaargang 3. W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1893


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Vondel's monsters onzer eeuwe.

De aanhef van de 19e Historie in het 9e deel der Tragische ofte klaechlijcke historiën luidt aldus: ‘Ten is niet meer van noode in Afryeken te trecken, om aldaer eenighe nieuwe Monsteren te siē: want onse Europa en baertse niet dan al te veel huydens-daegs.’ Vergelijkt men hiermede de vier eerste regels van Vondel's De monsters onzer eeuwe: ‘Men hoeft om Monsters niet te reizen | Naer Afrika: ‖ Europa broetze in haer paleizen | Vol ongena.’ dan wordt het meer dan waarschijnlijk dat Vondel in 1651 door de lezing der in 1649 verschenen Historie op het denkbeeld eener galerij van Europeesche monsters gebracht is. (Vondel bewees meermalen, dat hij, wat dergelijk ontleenen als het boven aangetoonde betreft, evenzoo dacht als later Göthe.)

Helmond.

J.L.C.A. Meijer.