|
|
|
| |
Vallen = Zijn.
In de uitgaaf van Asselijn's Jan Klaaz (Zwolsche Herdrukken, no. 12/13) is, ten gevolge van een vergissing bij de correctie, er niet op gewezen, dat vallen in vs. 360 koppelwerkwoord is: ze vallen ruijm van geweeten = zij zijn ruim van geweten. Vgl.:
Meest elc valt rebel, sijnt leecke of clercken,
Als wij wel aensien der menscen wercken.
Anna Bijns, Refereinen,
ed. Bogaers en Van Helten, bl. 17.
Ik val noch al vrij wat doofachtig, maar mijn Man is noch sterk nae zijn jaaren.
Asselijn, Kraam-Bedt, 1684, bl. 33.
Voorts viel de disch wel schrael en mager
Poot, Gedichten, 2e D. 1728, bl. 63.
welbewust hoe kiesch en grilligh de tegenwoordige werelt valt.
Poot, Gedichten, 1722, Aen den Lezer.
't voornaamste vleesch, dat hier gegeten wort, is schaapen vleesch dat hier ongemeen goed en vet valt; maar behalven dat hier zeer
| | | | weinig ossen geslagt worden, vallen zij hier, schoon vleezig, en kloeker, dan in Holland, egter noit vet, en meest aan de magere kant.
Valentyn, Oud en Nieuw Oost-Indiën, V, f 113.
Diergelijke zwaare zeepaarden heeft men 'er ook, hoewel wat verder van de Kaap af, gezien. Zij vallen doorgaans kastaniebruin.
Ibid. f 115.
De vrouwen vallen doorgaans wel kleiner van gestalte, dan de mans.
Ibid. f 115.
Vergelijk ook de hedendaagsche uitdrukkingen: iemand lastig vallen, het werken valt hem zwaar, het lezen valt hem moeilijk, daar valt veel bij op te merken, er valt weinig van te zeggen, de tijd valt
Ook voor het zelfstandig werkwoord zijn bezigde men vroeger vallen. B.v.:
Na dat wy nu dus verre van 't aan merkensweerdigste, hier aan de Kaap, en van des zelfs Ingezetenen gesproken hebben, zal 't ook eens tyd werden om te zien, wat Dieren, Vogels, en Visschen, hier al vallen. Valentyn, Oud en Nieuw Oost-Indiën, V, f 113.
Daar zyn 'er, die zeggen, dat hier nachtegaalen vallen; doch zoo dit al waar is, zijn 'er die weinig.
Ibid. f 115.
Ook vallen 'er mosselen, en kreeften, groote en kleine, en een soort van oesters in de Tafelbaai, waar in ook nu en dan paerlen vallen.
Ibid. f 116.
De bergwerken, hier vallende, zyn rood, en wit kryt.
Ibid. f 112.
En verder passim bij Valentyn.
K. Poll.
|
|
|