De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41


auteur: [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De


bron: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41. J.B. Wolters, Groningen / Batavia 1948


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 30]

Typistes en typisten.

De advertentie waarin typisten en typistes gevraagd worden, is even duidelijk als die waar men leest: Vrouwelijke en mannelijke typisten gevraagd; of: Gevraagd typisten (m. en vr.). Voor die tweede en derde aankondiging zijn bewijsplaatsen overbodig, voor de eerste haal ik er een aan uit De Volkskrant (3 V '46): ‘Grote Instelling te Amsterdam vraagt: 1e Administratief Personeel (mnl. en vr.) niet ouder dan 40 jaar; 2e Typisten en Typistes; 3e Ponssters en Comptometristen’ - en herstel hiermee tevens een hinderlijke drukfout in Taalkundig inzicht (79). Met ‘typisten’ kan hier niet anders dan het meervoud van typist zijn bedoeld, omdat ‘typistes’ niet anders kan zijn dan het meervoud van typiste.

De kombinatie: ‘Bedienden en bediendes’ mist die kans van man tegen vrouw. Wie hier het onderscheid in sekse wil uitdrukken, moet er adjektieven bijhalen: ‘Bij Bankinstelling te Amsterdam kunnen nog enige Jongste en aank. mnl. of vrl. Bedienden benevens Bekwame Typistes worden geplaatst’ (Vk. 12 III '47). ‘Gevraagd door groot Internationaal Bedrijf geroutineerde Steno-Typisten vnl. Nederl. en Duits; benevens enige Jongste Bedienden mnl. of vrl., minstens mulo-opleiding met goede vooruitzichten’ (Vk. 25 II '47).

Voor mijn doel is nog sprekender: ‘Typistes, Stenotypistes en andere vrouwelijke kantoorbedienden’ (Vk. 14 VIII '46). Maar zelfs hier maakte ‘kantoorbediendes’ geen kans. De pluralizering immers op -s verschilt bij ‘bediende’ in niets van die op -n; beide meervouden zijn seksueel indifferent. Hoogstens zou in de hypothetische verbinding van straks: ‘bedienden en bediendes’, dit laatste eens toevallig kunnen aangeven of suggereren, waarover zelfs bij een losstaand ‘typistes’ geen twijfel kan bestaan. Typistes moet het meervoud zijn van typiste.

‘Typisten’ laat ons buiten de kombinatie ‘typisten en typistes’ in het onzekere, wat het pluralizeert: typist of typiste. Toevallig geeft Koenen-Endepols (19de druk) geen meervoudsvorm op bij typiste. Stenotypiste, telefoniste, telegrafiste, futuriste, harp(en)iste nemen volgens dit woordenboek in het meervoud een -n aan. Zelfs van modiste (628) geldt hier als mv. modisten. In de pas verschenen 2de druk van het Nieuw Nederlands Woordenboek van Elzinga† de Jong luidt het mv. modistes. Bij typist(e), stenotypist(e), telefonist(e), telegrafist(e) staat geen mv.

Ik geef nog een prachtige advertentie in het authentieke lettertype: ‘Door het GEWESTELIJK ARBEIDSBUREAU A'DAM kan het navolgende VROUWELIJK personeel geplaatst worden: Aankomende en Jongste Bedienden, Typistes, Steno-Typistes moderne talen, Correspondentes moderne talen en Facturistes’ (Vk. 12 III '47). Ook hier werd niet aan ‘bediendes’ gedacht, al had het de wind helemaal mee. Of zou het Arbeidsbureau elk ‘bediendes’ wat aan de lage kant vinden? Dan mag ik wel verwijzen naar Van Haeringen, De meervoudsvorming in het Nederlands (12 en 15). Advertenties waarin typistes, stenotypistes en facturistes gevraagd worden kan men elke week in De Volkskrant vinden. Ook wel in andere bladen, onderstel ik.

‘Op modern ingericht handelskantoor te Amsterdam kunnen voor direct nog enige geroutineerde Steno-typistes en/of Facturistes geplaatst worden’ (De Tijd 8 V '46). Het vervrouwelijkende van de -s werd nog weer extra geaksentueerd in: ‘Verder is op het Kantoor Grasweg 58

[p. 31]

plaats voor: Enige Facturistes(ten) en administratieve Bedienden’ (Vk. 30 VII '46). Tegenover: ‘enige aankomende facturisten (m. of vr.)’ (Vk. 3 V '46), leek de vraag naar ‘2 bekwame geroutineerde Facturisten (m.)’ (Vk. 20 I '47), bepaald beledigend antifeministisch.

Ik hoorde eens in een hooggeleerd gezelschap minachtend afgeven op het aanstellerige van ‘typistes’ - ik bedoel van dit meervoud op -s. Ik was het daar niet mee eens. En al evenmin kon ik de vrolijkheden savoureren - ik proefde iets anders in die vrolijkheid - toen Onze Taal VI 57 het meervoud klerke's, dat bij ‘de spoor’ in gebruik is aan de lachlust van de lezers overleverde. Dit gebeurde in 1937. Al uit 1927 dateert: ‘Men ziet, kans op een goeden, ouderwetschen draak met ontaarden vader, listigen Jezuïet, bedrogen schoone's en nobelen, bijnageslachtefferden zoon was hier te over’ (Kalff Jr., Frederik v. Eeden 327). Een ander, veel later voorbeeld is: ‘Op Donderdag, 4 Oct. a.s. wordt een Franciscusviering gehouden samen met de Tochtgenote's van groep Utrecht’ (Het roepje v. de weg, Sept. '45). Voor studentes verwijs ik naar Taalkundig inzicht 78.

Hoe oud het type op -istes is, kan ik niet zeggen. Zeker maken die meervouden meer en meer opgang. Zou dat vrouwelijkheidsmeervoud wellicht bevorderd zijn door het ons vertrouwde modistes (Vk. 26 II '47)? Hier is geen ‘mannelijke’ partner. Of ook modelliste juist als lokettiste ‘geen mannelijke tegenhanger’ heeft (v. Haeringen a.w. 14), kan ik niet zeggen: ‘Welke Modelliste of Coupeuse wil voor ons van eigen stof Elegante Dames Avond- en Middagjaponnen maken’ (Vk. 7 V '47). In het Frans Wdb. I7 399 van Herkenrath-Dory wordt modelliste alleen door ‘modellenmaker’ vertaald. - Modiste is rechtstreeks ontleend aan het Frans; het 17de-eeuwse modist ‘modepop’ was een nederlandse formatie (vgl. N.W. IX 903 en VI 2255 v.).

De meervouden lokettistes en modellistes ben ik nog niet tegengekomen, wel nog enkele andere: ‘Bij journalistes zijn de sym- en antipathieën en de gevoeligheid voor stemmingen enz. nog sterker aanwezig’ (Klaassen, Misdaad en pers 133). Dit ‘journalistes’ stond hier in sterk-uitgesproken tegenstelling met journalisten. Zo'n tegenstelling was er niet in: ‘Een beetje laat ben in wel [met mijn gelukwens], lieve kind, maar je weet, dat ik deze zomer een rusthuis voor telefoniste's heb geleid in Noordwijk’ (Theun de Vries, Het rad der fortuin4 229). ‘Telefonistes zullen niet meer ‘de’ telefonistes zijn, maar gewone meisjes, die niet meer in Zondagse jurkjes haar dienst doen’ (Vk. 10 II '47).

Telefonistes kwam ik herhaaldelijk tegen, juist als telexistes: ‘Bij het Vrouwen hulp corps [sic, in een adv. U.K.D. 17 V '46] onderdeel kon. Ned. landmacht kunnen geplaatst worden voor spoedige indiensttreding: gerout. adm. krachten bij voorkeur steno-typistes, Telefoniste, leerling Telefoniste en Telexistes’. Elders was vraag naar ‘Eenige geroutineerde steno-typistes. Eenige polistypistes’ (Vk. 7 II '47).

Waar die voorkeur vandaan komt om ‘Steno-typistes’ door een streepje te scheiden, kan ik niet zeggen. ‘Op Handelskantoor is plaats voor enige vrouwelijke Steno-typisten’ (Vk. 28 VI '46). Zou dat de dubbelheid van de vereiste vaardigheid beter doen uitkomen? Schrijfwijzen van het type ‘klerke's’ met onverbonden -s stel ik op één lijn met die van het type ‘ziekte's’, dat de laatste jaren bij velen in de smaak valt. M.a.w. het dient niet om de ‘femininizerende rol’ van -s nog te aksentueren.

[p. 32]

‘Die beroemde cellist Gregor Piatigorsky, die met dat stelletje mooie harpistes ‘de zwaan’ van Saint-Saëns speelt, kan toch eigenlijk zelfs niet doortrapt onnozel genoemd worden’ (Vk. 30 V '47). Elk nieuw geval is welkom!

Een heel biezonder geval is het volgende, daar het gebonden was aan een ongewone vervrouwelijking op -e: ‘Van deze laatste groep werd een aantal donors en donores een penning en oorkonde overhandigd, wegens het herhaaldelijk ter beschikkingstellen van hun bloed voor den noodlijdenden mede-mensch’ (U.K.D. 23 I '47). Bestaat ‘donóre’ wel?

Ik besluit de reeks: typistes, stenotypistes, korrespondentes, fakturistes, klerkes, schones, tochtgenotes, studentes, journalistes, telefonistes, telexistes, (polistypistes), harpistes, donores - 13 (14) stuks - met nog drie voorbeelden, die niet op -istes eindigen. Het wordt dan 7 (8) tegen 9: ‘De Venlo-girls wisten zelfs na een snelle uitval de leiding te nemen. In de tweede helft was de druk van Amsterdam nog groter. De twee internationales, de dames Smithuysen en Diemer Kool rend[en?] op’ (Vk. 20 V .47). - Een van mijn ‘studentes’ had van kollektantes horen spreken, in afwisseling met kollektantjes, waarmee dezelfde volwassenen bedoeld waren (vgl. Taalk. inzicht 72-78). - ‘Een geestelijk niet geheel normaal grootgrondbezitter vergiftigde zijn echtgenotes de een na de ander...’ (Linie 14 XI '47).

Bij Pieter van der Meer de Walcheren trok het volgende even mijn aandacht: ‘Met de beruchte onbeminnelijkheid van de Parijsche concierges antwoordde zij, dat zij niets wist en dat het haar taak niet was te weten of alle de families die daar woonden, uit of thuis waren’ (Menschen en God II 188). Daar -s het enige meervoudsuffiks is van ‘concierge’ kan hier echter geen sprake zijn van ‘femininizering’. De -s laat het indifferente concierge indifferent, zoals de -s dat ook deed bij bediendes (ondanks bedienden).

Maar hoe zit het dan met het meervoud van gouvernante? ‘Volgens nieuwe orders van de contrôle-commissie is het aan Duitse gouvernantes in Hamburg verboden de Engelse clubs en cantines te betreden.... De gouvernantes mogen de kinderen wel naar de feesten brengen en buiten wachten’ (Vk. 21 XII '46). Ook hier is de -s meervoudsuitgang zonder meer, juist zoals die bij ontleende zaaknamen op -e gebruikelijk is of meer en meer gebruikelijk wordt (vgl. Van Haeringen a.w. 12 v.). De woordenboeken lopen hun tijd heus niet vooruit!

Het meervoud van ‘secretaresse’ luidt in Koenen-Endepols19: secretaressen. Het N.W. XIV 1271 vv. vermeldt het woord niet eens. Hoe moet men nu ‘secretaresses’ beoordelen? ‘N.V. Philips' Gloeilampen-fabrieken Eindhoven vraagt voor spoedige indiensttreding A. Secretaresse's, B. Steno-typistes in moderne talen, C. Steno-typistes in de Nederl. taal’ (Vk. 20 XI '46; 31 V '47). ‘Hij is gemetamorfoseerd in een welvarend magnaat met pelsjas... en twee secretaresses als hij rondreist’ (Linie 5 XII '47). Hebben we hier de indifferente, veldwinnende -s van woorden op e-? Of deed zich de ‘femininizerende’ tendentie van het type typistes gelden?

Ik stel die vraag alleen om te doen uitkomen, dat de wegen van onze -s niet zo maar van de kaart kunnen afgelezen worden.

 

P.S. ‘Koninklijke Landmacht Vrouwen Hulpkorps’ vraagt ‘Gediplomeerde Verpleegsters, Analystes en Diëtistes om op korte termijn in V.H.K.-verband naar Indië te worden uitgezonden’ (Vk. 19 XII '47). - Stand 9 (10) tegen 9.

P. Gerlach Royen O.F.M.