De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41


auteur: [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De


bron: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41. J.B. Wolters, Groningen / Batavia 1948


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Vondels varianten in het proza van de Palamedes.

Vondel heeft ons in zijn Palamedes-uitgave van 1652, dus 27 jaar na de eerste druk, een prachtig object geschonken, waaruit zijn veranderd artistiek inzicht is af te lezen. Walch heeft deze varianten geordend en geïnterpreteerd.1) Men ontkomt nu en dan niet aan de indruk - hoe kan het ook anders - dat deze interpretatie een wel wat té subjectief karakter heeft aangenomen. Walch zocht vooral de dichter in Vondel; over de prozaschrijver spreekt hij niet om de eenvoudige, hoewel onbegrijpelijke, reden, dat hij de proza-inleidingen niet in zijn onderzoek heeft betrokken. Wil men speciaal over de taalvorm, meer in het bijzonder over de structuur van de zin, oordelen, dan stuit men bij een dichter steeds op deze moeilijkheid, dat zijn taal nooit losgedacht kan worden van de noodzakelijke beperkingen hem opgelegd door rijm en rhythme. Zo werpt ook Walch's conclusie ‘dat door zijn (Vondels) streven naar verhollandsching - én wellicht óok door zijn degelijken eenvoud - het vertoon van klassieke geleerdheid steeds geringer wordt’ (blz. 18) geen nader licht op de quaestie die ik hier aan de orde wil stellen. Het oordeel van De Vooys2) wijst, ondanks zijn algemeenheid, meer in de richting van ons onderzoek. Hij zegt: ‘De kennismaking met de klassieken, maar vooral zijn eigen gerijpte smaak maakte zijn dichterlijke taal steeds rijker en hechter, maar tegelijk ook soberder’ (blz. 102).

Het ligt niet in mijn bedoeling de gegevens van Walch's onderzoek aan te vullen met soortgelijke gegevens uit het proza. Ook ga ik voorbij aan al die wijzigingen welke toegeschreven kunnen worden aan het veranderd inzicht van de oudere Vondel of aan het verlangen zich duidelijker uit te drukken door middel van een juistere formulering of een ‘moderner’ woordkeus, hoe interessant die overigens ook zijn. Iedere schrijver zal na 27 jaar de behoefte voelen aan dergelijke correcties. Van geheel andere aard beschouw ik echter de wijzigingen die Vondel heeft aangebracht in zijn zinsconstructie. Wanneer deze blijkbaar volgens een vast systeem zijn aangebracht, moeten we aannemen, dat ze het gevolg zijn van een nadere bezinning op grammaticaal-stilistisch terrein, waarvan de ‘Aenleidinge’ éen der resultaten was. De bestudering van de klassieke schrijvers en van zijn klassiek-geschoolde tijdgenoten - mogen we in dit verband niet aan Hooft denken? - heeft ook voor Vondels prozastijl ‘tastbare’ resultaten opgeleverd. Daarop de aandacht te vestigen is het doel

[p. 108]

geweest van mijn analyse van de ‘Voorrede’ (Berecht etc.) en de ‘Inhoud’, die aan de Palamedes voorafgaan1).

Als we de aangebrachte wijzigingen in de zinsconstructie beschouwen, valt het m.i. niet te ontkennen dat Vondel heeft gestreefd naar een eenvoudiger, sterker gespannen en meer ‘klassieke’ zinsbouw. In de weinige bladzijden proza blijkt de bijzin in 16 gevallen vervangen te zijn door een zin zonder verbum finitum: 12 maal een relatieve-, 4 maal een temporale bijzin.

Bij de vervanging van de relatieve bijzinnen speelt het groepvormend participium perfecti de grootste rol, n.l. in bijna de helft der gevallen. Overdiep constateerde reeds2): ‘In Vondels Lucifer zien wij het groepvormende p. pf. ten top van “klassieke”, of, wellicht juister, barokke glorie opgevoerd’ (blz. 381). Enkele voorbeelden:

Onder de overoude kan hier van getuygen de Griexsche Palamedes, dien wij op het Nederlandsch tooneel brengen - Onder d'overouden kan hier van getuyghen de Griecksche Palamedes, hier op het Nederduitsche tooneel te voorschijn gebraght.

... om dat hij Apolloos priester Chryses syne dochter, die hij wellusts halven misbruyckte, weygerde - ... naerdien hij Appolos priester Chryses zijne dochter, bij hem misbruickt, weigherde.

In éen der temporale bijzinnen vindt eveneens vervanging plaats door het p. pf.: Namaels als Ulysses na Thracien gesonden was, om graen voor 't leger te halen... - ... en sedert naar Tracië gezonden, om graen voor het legher te haelen...

Na het part. perf. treedt als vervanger van de bijzin de voorzetselbepaling op, bijv.: De selve Xenophon in sijn 10e boeck van de jaght seyd: dat Palamedes doen hij leefde syne tydgenooten in wysheid verre te boven ging. - De zelve Xenophon zeght in zijn tiende boeck van de jaght, dat Palamedes, geduurende zijn leven, zijne tijdtghenooten in wijsheit verre te boven gingh.

Vervolgens doet de attributieve bepaling dienst:... so heeftse (myne treursangeres) Palamedes uitgepickt, een man die bij Griecxsche en Latijnsche schrijvers soo hoogh geroemt werd - schoot mij te goeder uure Palamedes in den zin, een man zoo naemhaeftigh bij Griecken en Latijnen.

Eén maal is de inhoud van de bijzin aan het antecedent toegevoegd:... want dese die de alderrechtvaerdighste waren, syn met de hooghste onbillyckheyd bejegent - want deze allerrechtvaerdighsten zijn met de hooghste onbillyckheit bejeghent. Ook de infinitief + te treedt op: En sonder desen troost souden de vroome... dickwils onder hunnen last en in de aenvechtingen, die sy voor het gemeen beste lyden, beswycken - Zonder dezen troost zouden de vroomen... dickwijl onder den last der aenvechtingen, voor het gemeene beste uit te staen, bezwijcken. Een groep met een stereotyp part. praes. vervangt éen maal de bijzin: also sylieden sich, in saken die den Godsdienst, en hunne hoogheyd, en hayligheyd betroffen, niet weynigh gequetst hielden - naerdien zijlieden, zich in zaecken, den godsdienst en het heiligdom betreffende, niet weinigh geraeckt vonden.

[p. 109]

In éen geval heeft Vondel juist andersom gehandeld. Hiervoor was wel een reden: de bijzin treedt in de plaats van een lange voorzetselbepaling, die zelf reeds deel uitmaakte van een appositie, voorzien van een attributieve bepaling: Oates, de jonger soon van Nauplius, met rou getroffen, door 't verhael van het deerlijck ombrengen syns broeders, valt klagtigh aen Neptuyn. - Oates, de jongher zoon van Nauplius, met rouwe getroffen, toen zijn broeders onschuldighe doot hem verhaelt was, valt klachtigh aen Neptuin. In de meeste gevallen wint de zin door de vervanging in duidelijkheid en vooral puntigheid.

Ook nog op andere wijze is Vondel tegen de bijzinnen te velde getrokken. Zo kwam in 1625 een subjectszin voor, voorafgaande aan de hoofdzin; deze subjectszin werd als Hz. aan de reeds bestaande Hz. verbonden door het voegwoord ‘maar’: Dat de Phrygiaensche Dares seyd, dat Palamedes door de hand van Alexander of Paris vechtende omgekomen is, verdient geen geloof, overmits... - De Phryghiaensche Dares zegt dat Palamedes door Alexanders of Paris hant vechtende omghekomen is: maer dit is ongheloofwaerdigh, dewijl... Uit nog enkele dergelijke gevallen kunnen we concluderen, dat Vondel een omvangrijk zinsverband, terwille van de overzichtelijkheid, splitst.

Bestaat er bij Vondel enerzijds, zoals we gezien hebben, een neiging tot uitbreiding van het groepvormend part. perf., anderzijds beperkt hij zich in het gebruik van het part. praes. Zo laat hij dit weg in de combinatie part. perf. + part. praes.: tot staet en ampten beroepen (wesende) - hier door gesterckt (zijnde), of hij vermijdt het door het kiezen van een andere vorm: èn de schat ontdeckt sijnde wordt: en de begraven schat opghegraven... Enige malen vervangt hij het part. praes. door het imperfectum: sich sot veynsende wordt dan: - zich kranckzinnigh veinsde - hetwelk de vader vermyende te quetzen: het welck de vader myde te quetzen.

Gaan we de woordschikking na, dan constateren we, dat al weer de bijzin het moet ontgelden, 12 maal vindt verandering plaats in de bijzin tegen 2 keer in de hoofdzin. De selve Xenophon in sijn 10e boeck van de jaght seyd, dat... Deze wel zeer ongewone orde S.A. Vf is in 1652 ‘genormaliseerd’: De zelve Xenofon zeght in zijn enz.... Het tweede geval betreft een aanloop, die tot parenthesis is gedegradeerd met de gevolgen voor de woordschikking daaraan verbonden: Voorwaer naer myn oordeel heeft Naso dit geestigh... te pas gebrogt. 1652: Voorwaar Nazo heeft, naar mijn oordeel, dit geestigh te pas gebroght.

De omzetting van de bijzin wijst op een streven om het verbum finitum aan het eind van de zin te plaatsen. Ik volsta maar weer met éen voorbeeld: soo dat de Mosopische treurspeelder wel te recht singht in zijne Andromache: waerom de Mesopische treurspeeler wel te recht in zijn Andromache zinght. Ook de infin. + te wordt naar het zinseind geschoven: toen sond hij eenen Trojaen, synen gevangen, met eenen brief, om dien heymelijck te bestellen aen Palamedes: toen zondt hij eenen Trojaen, zijnen gevanghen, met eenen brief, om dien heimelijck den Palamedes te bestellen.

Het komt mij voor, dat deze omzettingen hetzelfde doel hebben als de eerder genoemde: de bijzin sterker binden aan de hoofdzin, een synthese dus, die de periode maakt tot een meer compact geheel, in het laatste geval bevorderd door het vermijden van de open zinsvorm.

[p. 110]

Een opvallend verschijnsel is verder de wijziging van het perfectum (plqpf) in het imperfectum. In ons materiaal komt dit 13 keer voor, o.a.: Wanneer ick by my selven overlegghe wat Palamedes voor Troje en Sokrates t'Athene overgekomen is (1652: overquam), dan... - Ulysses en Diomedes worden voor de schelmen gehouden, die dezen aenslagh gebrouwen hebben (brouwden). Het is zeer merkwaardig, dat Walch, die toch over het volledig materiaal beschikte, deze wijziging niet vermeldt. Ook Van Helten, die zich natuurlijk niet speciaal met de varianten heeft beziggehouden, spreekt hier niet over in zijn hoofdstuk: Tempora1). Moet de verklaring hierin gezocht worden, dat het impf., dat volgens Overdiep zich beter leent voor een rustige beschrijving2), Vondel hier in de gelegenheid stelt meer afstand te nemen ten opzichte van de geschiedenis?

Als éen van de middelen, die Vondel heeft aangewend om te komen tot een duidelijker, puntiger zegging moet dus ook gerekend worden: het streven naar een hechter zinsverband, zodat de bijzin a.h.w. minder een eigen bestaan leidt naast de hoofdzin, maar meer door deze wordt geïncorporeerd.

Den Haag.

P.v.d. Meulen.